Koorts na tropenverblijf

Koorts na verblijf in malariagebied: primair malaria overwegen tot bewezen anderszins
Definitie & Differentiaaldiagnose
Klinische definitie en DD-prioritering

Definitie koorts

Lichaamstemperatuur >38.0°C (rectaal) of >37.5°C (oraal/axillair)

Primair uit te sluiten

1. Malaria - Koorts na verblijf in malariagebied: primair malaria overwegen tot bewezen anderszins

Frequent

Minder frequent maar belangrijk

Koortspatronen
Klinische patronen helpen DD
Patroon Kenmerken Denk aan
Continu Constante temperatuur >38°C Buiktyfus, TBC
Intermitterend Koorts afgewisseld met normale temperatuur Malaria, abces
Tertiana Om de dag (48 uur) P. vivax, P. ovale
Quartana Om de 2 dagen (72 uur) P. malariae
Bifasisch (zadeldak) Koorts → afebriel → koorts Dengue
Incubatietijden
Leidraad voor DD
Incubatie Ziektebeelden
< 10 dagen Dengue, Chikungunya, Rickettsiose, VHF
10-21 dagen Malaria (P. falciparum), Buiktyfus, Leptospirose
> 21 dagen Malaria (vivax/ovale), TBC, Leishmaniasis
Maanden-jaren HIV, Hepatitis B/C, Strongyloidiasis
Anamnese
Essentiële vragen
Vraag Relevantie
Reisbestemming(en)Endemiegebieden bepalen DD
Datum vertrek & terugkeerIncubatietijden
Verblijf stad vs. ruraalVectorblootstelling
Zwemmen in zoet waterSchistosomiasis
Malariapreventie genomen?Doorbraakmalaria
DiercontactRabiës, leptospirose
Seksueel contactHIV, hepatitis B, SOA
Ziekenhuisbezoek/tatoeagesHepatitis B/C
VaccinatiestatusGeelkoorts, tyfus, hep A/B
Cave-bezoek (vleermuizen)Histoplasmose, rabiës
Zwangerschap/borstvoedingMedicatiekeuze
Medische voorgeschiedenisRisicofactoren
MedicatiegebruikInteracties
AllergieënContra-indicaties
ImmuunstatusAsplenie, auto-immuun, immuunsuppressiva
Toegang gezondheidszorg aldaarZelfbehandeling overwegen
Lichamelijk onderzoek
Specifieke bevindingen
Bevinding Denk aan
HepatomegalieAmoebenabces, hepatitis, malaria
SplenomegalieMalaria, buiktyfus, leishmaniasis
IcterusMalaria, leptospirose, hepatitis
LymfadenopathieHIV, TBC, filariasis
Eschar (zwarte korst)Rickettsiose
PetechiënDengue, meningokokken, rickettsiose
Roseolae (bleke vlekjes romp)Buiktyfus
Aanvullend onderzoek
Eerste en tweede lijn

Eerste lijn

Test Indicatie
Dikke druppel + bloeduitstrijkGeïndiceerd bij koorts na malariagebied
Malaria sneltest (RDT)Aanvulling op microscopie, niet als enige diagnostiek
BloedbeeldLeukocytose, leukopenie, trombopenie, eosinofilie
LeverenzymenALT, AST, bilirubine
NierfunctieCreatinine, ureum
CRPAspecifiek, ernst
BloedkwekenBij ernstige sepsis
UrinesedimentUWI uitsluiten

Tweede lijn

Test Indicatie
SerologieënDengue NS1-Ag + IgM/IgG, Leptospira, HIV, Hepatitis
FecesO&P (ova & parasites), kweek
LumbaalpunctieBij neurologische symptomen
Echo abdomenHepatosplenomegalie, abces
X-thoraxPneumonie, TBC

Diarree

Definitie & Classificatie
Duur en type

Definitie

≥3 dunne/waterige ontlastingen per 24 uur, of afwijkend van normaal patroon

Classificatie op duur

Type Duur Oorzaken
Acuut< 2 wekenInfectieus (90%), toxines, medicatie
Persisterend2-4 wekenGiardia, Cryptosporidium, post-infectieus
Chronisch> 4 wekenParasitair, inflammatoir, malabsorptie

Waterige vs. Bloederige diarree - Klinische kenmerken

Kenmerk Waterig (dunne darm) Bloedig/dysenterie (dikke darm)
VolumeGrootKlein
FrequentieMatigHoog
Bloed/slijmAfwezigAanwezig
KrampenPeriumbilic aalLaag abdominaal
TenesmusAfwezigAanwezig
KoortsVariabelVaak aanwezig
Epidemiologie
Wereldwijde ziektelast
Diarree is een van de belangrijkste infectieziekten wereldwijd:
  • >1 miljard episodes per jaar bij kinderen wereldwijd
  • ~3 miljoen doden per jaar
  • Belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen <5 jaar in ontwikkelingslanden
  • Reizigers: 20-60% krijgt reizigersdiarree, afhankelijk van bestemming

Hoogrisico bestemmingen voor reizigersdiarree

  • Hoog risico (>20%): Latijns-Amerika, Afrika, Zuid- en Zuidoost-Azië
  • Matig risico (10-20%): Zuid-Europa, Rusland, China
  • Laag risico (<10%): Noord-Amerika, West-Europa, Australië, Japan
Differentiaaldiagnose
Per type diarree

Waterige diarree

  • ETEC (Enterotoxische E. coli) - Reizigersdiarree #1
  • Vibrio cholerae - Rijstwater-diarree
  • Norovirus, Rotavirus
  • Giardia lamblia
  • Cryptosporidium

Bloederige diarree / Dysenterie

  • Shigella
  • Campylobacter
  • Salmonella
  • EHEC (Enterohemorrhagische E. coli)
  • Entamoeba histolytica
  • Clostridium difficile (na antibiotica)

Chronische diarree

  • Giardia lamblia
  • Strongyloides stercoralis
  • Cryptosporidium (HIV)
  • Isospora belli (HIV)
  • Tropische spruw
  • Inflammatoire darmziekten
  • Lactose-intolerantie (secundair)
Pathogenese Mechanismen
Secretoir vs Invasief

Secretoire diarree (dunne darm)

Mechanisme: Toxine-gemedieerd → verhoogde secretie van water/elektrolyten

Kenmerken:
  • Waterig, groot volume
  • Geen leukocyten in feces
  • Minimale koorts
  • Periumbilikale krampen

Voorbeelden: ETEC, Vibrio cholerae, Rotavirus, Norovirus, Giardia

Invasieve/Inflammatoire diarree (dikke darm)

Mechanisme: Mucosa invasie → destructie enterocyten → inflammatie

Kenmerken:
  • Bloederig/slijmerig, klein volume
  • Leukocyten + erythrocyten in feces
  • Koorts vaak aanwezig
  • Tenesmus, laag abdominale krampen

Voorbeelden: Shigella, Campylobacter, Salmonella, EHEC, Entamoeba histolytica

Gemengde pathogenese

Sommige pathogenen combineren mechanismen (bijv. Salmonella: invasie + enterotoxine productie)

Alarmsymptomen & Dehydratiegraad
Triage en ernst bepalen

Alarmsymptomen

  • Bloederige diarree
  • Koorts >38.5°C
  • Ernstige dehydratie
  • Diarree >7 dagen
  • Immuungecompromitteerde patiënt
  • Recent antibioticagebruik (denk C. difficile)

Dehydratiegraad - Klinische Assessment

Parameter Mild (3-5%) Matig (6-9%) Ernstig (≥10%)
Algemene toestand Dorstig, alert Onrustig of lusteloos Slap, bewusteloos/comateus
Ogen Normaal Ingevallen ogen Zeer ingevallen ogen
Tranen Aanwezig Verminderd/afwezig Afwezig
Mond/tong Droge mond, vochtige tong Droge mond en tong Zeer droge mond en tong
Huidturgor Normaal (onmiddellijk terug) Verminderd (langzaam terug) Sterk verminderd (zeer langzaam terug)
Pols Normaal Snel, zwak Zeer zwak of niet palpabel
Bloeddruk Normaal Licht verlaagd, orthostatische hypotensie Shock (systolisch <90 mmHg)
Ademhaling Normaal Diep (compensatie acidose) Diep en snel (Kussmaul)
Urine output Licht verminderd Verminderd (<0.5 ml/kg/u) Anurie
Capillaire refill <2 seconden 2-3 seconden >3 seconden
Behandelstrategie op basis van dehydratiegraad:
  • Mild: ORS oraal, ambulante behandeling mogelijk
  • Matig: ORS oraal met monitoring, overweeg IV indien niet kan drinken
  • Ernstig: Spoedeisende IV rehydratie! Start met bolus Ringer lactaat/NaCl 0.9% 20 ml/kg
Workup Algoritme
Stapsgewijze klinische aanpak

Patiënt met acute diarree

STAP 1: Anamnese & Type bepalen

Waterige diarree:
  • Groot volume
  • Geen bloed/slijm
  • Periumbilikale krampen
Dysenterie (bloederig):
  • Bloed/slijm aanwezig
  • Klein volume, hoge frequentie
  • Tenesmus

Vraag naar: Reisanamnese, voedsel, antibioticagebruik, duur klachten, immuunstatus

STAP 2: Alarmsymptomen? (rood = actie!)

WEL alarmsymptomen:
  • Bloederige diarree
  • Koorts >38.5°C
  • Ernstige dehydratie
  • Duur >7 dagen
  • Immuungecompromitteerd
  • Recent antibiotica

→ Uitgebreide diagnostiek!

GEEN alarmsymptomen:
  • Waterige diarree
  • Geen/lage koorts
  • Milde dehydratie
  • Duur <7 dagen
  • Immuuncompetent

→ Symptomatische behandeling

STAP 3: Dehydratiegraad beoordelen

MILD (3-5%)

Dorstig, alert
Droge mond

→ ORS oraal
MATIG (6-9%)

Ingevallen ogen
Verminderde turgor

→ ORS + monitoring
ERNSTIG (≥10%)

Shock
Bewustzijnsdaling

→ IV rehydratie SPOED

STAP 4: Diagnostiek overwegen

Situatie Diagnostiek
Dysenterie/koorts Feceskweek of DFT, eventueel bloedkweek
Chronisch (>14d) Feces O&P (3x), Giardia Ag, DFT
Na antibiotica C. difficile toxine
HIV/immuungecompromitteerd Uitgebreid: DFT, O&P, Cryptosporidium, microsporidium
Ongecompliceerde reizigersdiarree Geen diagnostiek nodig - empirische behandeling

STAP 5: Behandeling starten

💧 Rehydratie (ALTIJD!)
  • Mild-matig: WHO-ORS oraal
  • Ernstig: IV Ringer lactaat/NaCl 0.9%
    • Bolus: 20 ml/kg over 15-30 min
    • Herhaal tot stabiel
💊 Medicamenteus
  • Waterig, geen koorts:
    • Loperamide (symptomatisch)
    • ORS
  • Dysenterie/koorts:
    • Azitromycine 1g eenmalig
    • GEEN loperamide!
  • Giardia: Metronidazol 2g 1dd 3d
  • C. difficile: Vancomycine/fidaxomicine

Follow-up & Monitoring

Verbetering verwacht binnen 24-48u | Persisterende klachten >7d → heroverweeg diagnose

⚠️ Red flags voor ziekenhuisopname:
  • Ernstige/refractaire dehydratie ondanks ORS
  • Hemodynamische instabiliteit/shock
  • Niet kunnen drinken (aanhoudend braken)
  • Toxisch beeld (hoge koorts, sepsis tekenen)
  • Verdenking HUS (Shigella, EHEC)
  • Verminderd bewustzijn
Diagnostiek
Gerichte laboratoriumtests
Test Indicatie
FeceskweekDysenterie, koorts, persisterende klachten
Feces O&P (3x)Chronische diarree, eosinofilie
Clostridium difficile toxineNa antibiotica
Giardia Ag in fecesChronische diarree
Cryptosporidium (ZN-kleuring)HIV, chronische diarree

DFT - Dual-Feces-Test

Moderne combinatietest: Microscopie + Multiplex PCR

Detecteert gelijktijdig:
  • Bacteriën: Salmonella, Shigella, Campylobacter, EHEC, ETEC, Yersinia, Vibrio, C. difficile
  • Virussen: Rotavirus, Norovirus, Adenovirus, Astrovirus, Sapovirus
  • Parasieten: Giardia, Cryptosporidium, Entamoeba histolytica

Voordelen:
  • Veel gevoeliger dan traditionele kweek + O&P
  • Sneller resultaat (1-2 dagen vs 3-7 dagen)
  • Detecteert co-infecties
  • Kan niet-kweekbare pathogenen detecteren

Beperking: Geen resistentiepatroon (bij positieve PCR → overweeg aanvullende kweek voor antibiotica gevoeligheid)
Behandeling
Rehydratie & medicatie

Rehydratie - Hoeksteen van behandeling

ORS (Oral Rehydration Solution): Na 60-90 mmol/L, glucose, K+

WHO-ORS samenstelling per liter:
  • 3.5g NaCl
  • 2.9g Na-citraat
  • 1.5g KCl
  • 20g glucose

Medicamenteuze therapie

Middel Indicatie Dosering
Loperamide Symptomatisch
Niet bij dysenterie!
4mg start, dan 2mg na elke losse ontlasting (max 16mg/dag)
Azitromycine Reizigersdiarree empirisch 1000mg eenmalig OF 500mg 1dd 3 dagen
Ciprofloxacine Alternatief (resistentie!) 500mg 2dd 3 dagen
Metronidazol Giardia, Amoebiasis Giardia: 2g 1dd 3 dagen
Amoebe: 750mg 3dd 5-10 dagen
Paromomycine Cyste-eliminatie na amoeben 500mg 3dd 7 dagen

Loperamide - Uitgebreide richtlijnen

Mechanisme: μ-opioïd receptor agonist → verminderde darmmotiliteit en verhoogde resorptie
Aspect Details
Indicaties • Acute waterige diarree zonder koorts
• Symptoomcontrole tijdens reizen
• Geen tekenen invasieve infectie
Dosering • Start: 4mg direct
• Onderhoud: 2mg na elke losse ontlasting
• Maximum: 16mg/dag
• Maximum behandelduur: 2 dagen
Contra-indicaties:
  • Bloederige diarree / dysenterie - risico toxisch megacolon!
  • Hoge koorts (>38.5°C)
  • Kinderen <12 jaar
  • Zwangerschap (vooral eerste trimester)
  • Verdenking invasieve infectie (Shigella, Salmonella, C. difficile)
  • Inflammatoire darmziekte (colitis ulcerosa, Crohn)

Waarschuwing: Bij invasieve infecties kan loperamide leiden tot toxisch megacolon, vertraagde klaring van pathogenen, en verlengde ziekteduur!
Rotavirus
Meest voorkomende virale diarree bij kinderen

Pathogenese: Infectie van enterocyten dunne darm → villus destructie → malabsorptie glucose/water

Transmissie: Feco-oraal, zeer besmettelijk

Incubatietijd: 1-3 dagen

Kliniek

  • Voornamelijk kinderen <5 jaar
  • Acute waterige diarree (kan profuus zijn)
  • Braken (vaak prominent!)
  • Koorts (38-39°C)
  • Dehydratie risico bij jonge kinderen
  • Duur: 3-8 dagen

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: Rotavirus Ag in feces (ELISA), PCR

Behandeling: Symptomatisch - ORS cruciaal! IV rehydratie bij ernstige dehydratie

Preventie: Vaccinatie beschikbaar (oraal, levend verzwakt)

Norovirus
Winter vomiting disease

Transmissie: Feco-oraal, zeer besmettelijk (10-100 viruspartikels voldoende!)

Incubatietijd: 12-48 uur (kort!)

Zeer besmettelijk virus - frequente uitbraken op cruiseschepen, verpleeghuizen, ziekenhuizen

Kliniek

  • Explosief braken (prominent!)
  • Waterige diarree
  • Buikkrampen
  • Lage koorts of geen koorts
  • Malaise, hoofdpijn, spierpijn
  • Duur: 1-3 dagen (kortdurend)

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: PCR op feces (geen kweek mogelijk - virus!)

Behandeling: Symptomatisch, ORS

Preventie: Strikte hygiëne, isolatie patiënten, desinfectie met chloor-bevattende middelen

ETEC - Enterotoxigene E. coli
Reizigersdiarree #1
Meest voorkomende oorzaak reizigersdiarree (30-40%)

Pathogenese: Productie van enterotoxinen (geen invasie!)

  • Heat-labile toxin (LT): Lijkt op cholera toxine → verhoogde cAMP → secretie
  • Heat-stable toxin (ST): Activatie guanylaat cyclase → cGMP → secretie

Transmissie: Feco-oraal, gecontamineerd voedsel/water

Incubatietijd: 1-3 dagen

Kliniek

  • Acute waterige diarree
  • Buikkrampen
  • Misselijkheid (braken minder frequent)
  • Koorts meestal afwezig of laag
  • Duur: 3-5 dagen (self-limiting)

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: PCR (kweek identificeert toxine-genen niet)

Behandeling:

  • ORS (meestal voldoende)
  • Azitromycine 1g eenmalig bij ernstige klachten
  • Loperamide voor symptoomcontrole (indien geen koorts)
Vibrio cholerae
Cholera - Rijstwater-diarree
Medische noodsituatie - kan binnen uren leiden tot hypovolemische shock!

Pathogenese: Cholera toxine → massale activatie adenylaat cyclase → extreme secretie Na+/H2O

Transmissie: Feco-oraal, gecontamineerd water (epidemieën!)

Incubatietijd: Uren tot 5 dagen

Kliniek

  • Massale waterige diarree - "rijstwater" aspect (vlokjes)
  • Kan 10-20 liter/dag verliezen!
  • Braken
  • Snelle dehydratie → hypovolemische shock
  • Spierkrampen (hypokaliëmie)
  • Geen koorts (toxine-gemedieerd)

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: Kweek op TCBS medium, microscopie (motiele bacteriën)

Behandeling:

  • Agressieve rehydratie - hoeksteen! ORS of IV (Ringer lactaat)
  • Antibiotica: Doxycycline 300mg eenmalig OF Azitromycine 1g eenmalig
  • Verkort ziekteduur en vermindert transmissie
  • Elektrolyten monitoren (K+!)
Shigella
Bacillaire dysenterie
Zeer lage infectieuze dosis: 10-100 organismen voldoende!

Risico HUS (Hemolytisch Uremisch Syndroom) bij S. dysenteriae type 1

Pathogenese: Invasie colonocyten → destructie mucosa → ulceratie → bloederige diarree

Transmissie: Feco-oraal, persoon-tot-persoon (zeer besmettelijk!)

Incubatietijd: 1-3 dagen

Kliniek

  • Acute dysenterie: bloederige diarree met slijm
  • Hoge koorts (38-40°C)
  • Ernstige buikkrampen
  • Tenesmus (pijnlijke aandrang)
  • Klein volume, hoge frequentie
  • Kan beginnen met waterige diarree → bloederig na 1-2 dagen

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: Kweek, PCR, microscopie (leukocyten+++)

Behandeling:

  • Azitromycine 500mg 1dd 3 dagen (eerste keus - ciprofloxacine resistentie!)
  • Ceftriaxone IV bij ernstige ziekte
  • ORS/IV rehydratie
  • GEEN loperamide - risico toxisch megacolon!

Complicaties: HUS (S. dysenteriae type 1), convulsies bij kinderen, reactieve artritis

Campylobacter
Meest voorkomende bacteriële diarree westerse landen
Belangrijkste complicatie: Guillain-Barré syndroom (1:1000 gevallen)
Ontstaat 1-3 weken na diarree door moleculaire mimicry

Pathogenese: Invasie jejunum/ileum/colon → inflammatie

Transmissie: Gecontamineerd voedsel (pluimvee!), water, contact met dieren

Incubatietijd: 2-5 dagen

Kliniek

  • Prodromaal: koorts, hoofdpijn, spierpijn (griepachtig)
  • Diarree: waterig → vaak bloederig (30-50%)
  • Ernstige buikkrampen (kan appendicitis nabootsen!)
  • Misselijkheid, braken
  • Koorts 38-40°C
  • Duur: 3-7 dagen (vaak self-limiting)

Diagnostiek & Behandeling

Diagnostiek: Kweek (42°C, microaërofiele omstandigheden), PCR

Behandeling:

  • Vaak self-limiting - geen antibiotica nodig bij milde ziekte
  • Azitromycine 500mg 1dd 3 dagen indien:
  • ORS/IV rehydratie

Complicaties: Guillain-Barré syndroom (1:1000), reactieve artritis, bacteriëmie (zeldzaam)

Huidafwijkingen

Cellulitis & Erysipelas
Bacteriële huidinfecties

Verwekkers: Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes (Groep A streptokok)

Cellulitis - erytheem en zwelling onderbeen

Cellulitis: diffuus erytheem, zwelling en warmte. Let op de demarkatielijn.

Onderscheid

Erysipelas Cellulitis
Laag Oppervlakkig (dermis) Dieper (subcutis)
Begrenzing Scherp afgegrensd, verheven rand Diffuus, onscherp
Verwekker Meestal Streptococcus Staphylococcus én Streptococcus
Locatie Vaak gelaat, onderbeen Vaak onderbeen

Kliniek

  • Erytheem, warmte, zwelling, pijn
  • Koorts, malaise (systemische symptomen)
  • Porte d'entrée: wond, tinea pedis, ulcus
Diagnostische overweging: Bij een huidontsteking die niet bij een haarzakje zit (geen folliculitis/furunkel), moet je denken aan bacteriëmie als oorzaak. De bacteriën kunnen via de bloedbaan de huid hebben bereikt.
Rode vlaggen - overweeg necrotiserende fasciitis:
  • Pijn disproportioneel aan klinisch beeld
  • Crepitatie (gasvorming)
  • Bullae, necrose, snel progressief
  • Hemodynamische instabiliteit

Behandeling

Indicatie Middel Duur
1e keus Flucloxacilline 500mg 4dd 7 dagen (mild) tot 14 dagen (ernstig)
Penicilline-allergie Clindamycine 300-450mg 3dd 7-14 dagen
MRSA-risico Cotrimoxazol of Doxycycline 7-14 dagen

Aanvullend:

  • Rust, elevatie aangedane extremiteit
  • Behandel porte d'entrée (tinea pedis!)
  • Bij recidief: profylaxe overwegen
Cutaneous Larva Migrans
Hondenhookworm

Verwekker: Ancylostoma braziliense

Transmissie: Contact met gecontamineerd zand (stranden!)

Kliniek: Intensief jeukende, serpigineuze (kronkelende) lijnen

Cutaneous Larva Migrans - Serpigineuze track

Cutaneous Larva Migrans met karakteristieke serpigineuze, jeukende track (~1 cm/dag)

Behandeling

Ivermectine 200 µg/kg eenmalig

OF Albendazol 400mg 1dd 3 dagen

Strongyloides stercoralis
Larva Currens & Hyperinfectie syndroom

Verwekker: Strongyloides stercoralis (rondworm)

Transmissie: Percutaan (lopen op blote voeten), auto-infectie mogelijk!

Strongyloides stercoralis - Larva currens

Larva currens - karakteristieke snel bewegende urticariële lijn (5-10 cm/uur)

Epidemiologie & Prevalentie

  • Endemisch: Tropisch/subtropisch (Suriname, Indonesië, Sub-Sahara Afrika, Zuid-Amerika)
  • Ook: Zuid-Europa (Spanje, Italië), Zuidoost-Azië
  • Persistentie: Kan 45 jaar na expositie nog actief zijn! (Birma railroad studie: 33% ex-POWs geïnfecteerd)
  • Risico: Auto-infectie → kan levenslang persisteren zonder re-expositie
⚠️ KRITIEK - Hyperinfectie Syndroom:
  • Trigger: Immunosuppressie (steroïden, TNF-α blokkers, HTLV-1 co-infectie, chemotherapie)
  • Mechanisme: Massale auto-infectie → invasie darmen, longen, hersenen
  • Kliniek: Sepsis (E. coli meningitis!), respiratoir falen, ileus, shock
  • Mortaliteit: Tot 87% zonder behandeling
  • Preventie: ALTIJD screenen voor Strongyloides vóór immunosuppressie bij reisanamnese!

Klinische Presentatie

Stadium Kliniek Timing
Acute infectie • Penetratie: jeukende maculo-papuleuze rash voeten
• Migratie longen: Löffler syndroom (hoest, dyspnoe, eosinofilie)
• GI: buikpijn, diarree, misselijkheid
Dagen-weken na expositie
Chronische infectie • Vaak asymptomatisch of milde GI-klachten
• Intermittente diarree, obstipatie
• Eosinofilie (niet altijd!)
Larva currens (zie onder)
Jaren-decennia
Hyperinfectie • Massale GI/pulmonale invasie
• Gram-negatieve sepsis/meningitis
• Respiratoir falen, ARDS
• Ileus, GI bloeding
Bij immunosuppressie

Larva Currens - Pathognomonisch!

Kenmerkend: Snel bewegende urticariële lijn
  • Snelheid: 5-10 cm/uur (veel sneller dan CLM!)
  • Duratie: Enkele uren - dagen aanwezig, dan verdwijnen
  • Lokalisatie: Perianaal, billen, bovenbenen, romp (auto-infectie)
  • Sensatie: Intense jeuk, kruipend gevoel
  • DD: CLM (veel langzamer: ~1 cm/dag), urticaria

Diagnostiek

Test Sensitiviteit Opmerkingen
Feces (directe microscopie) 30-50% (1× feces) • Larven (geen eieren!)
• 3× feces verhoogt sensitiviteit
• Vaak negatief bij chronische infectie
Feces (Baermann methode) ~70% • Concentratie-techniek
• Betere yield dan direct onderzoek
Serologie (ELISA) 85-95% Test van keuze bij verdenking!
• O.D. waarde >0.5-0.7 positief
• Kruisreactiviteit met andere helminten mogelijk
• Blijft positief na behandeling (maanden-jaren)
Eosinofilie 60-80% Niet altijd aanwezig!
• Bij hyperinfectie vaak geen eosinofilie (immunosuppressie)
⚠️ Diagnostische valkuil: Normale eosinofilie + negatieve feces sluiten Strongyloides NIET uit bij:
  • Anamnese van verblijf endemisch gebied
  • Patiënt die immunosuppressie gaat starten
  • → Doe altijd serologie!

Behandeling

Eerste keus:

Ivermectine 200 µg/kg 1dd voor 2 dagen

OF (bij niet beschikbaar ivermectine):

Albendazol 400mg 2dd voor 7 dagen

Hyperinfectie syndroom:

Ivermectine 200 µg/kg 1dd totdat feces/sputum negatief (vaak weken!)

+ Albendazol 400mg 2dd (combinatietherapie)

+ Ondersteunende zorg (ICU), antibiotica voor secundaire bacteriële infecties

Controle:

  • 3× feces na 2-4 weken (moet negatief zijn)
  • Serologie blijft positief → niet bruikbaar voor cure assessment
  • Bij persisterende symptomen: herhaal kuur
💡 Klinische pearls:
  • Denk aan Strongyloides bij:
    • Reisanamnese (ook decennia geleden!) + onverklaarde eosinofilie
    • Recidiverende urticaria/larva currens
    • Voor start immunosuppressie (steroïden, biologicals)
    • Onverklaarde gram-negatieve sepsis/meningitis bij immunosuppressie
  • Larva currens snelheid is diagnostisch: 5-10 cm/uur vs CLM ~1 cm/dag
  • Auto-infectie mechanisme maakt levenslange persistentie mogelijk zonder re-expositie
  • Bij twijfel: behandel empirisch (veilig, effectief, voorkomt hyperinfectie)
Cutane Leishmaniasis
Zandvlieg

Verwekker: Leishmania spp.

Kliniek: Pijnloze papel → nodulus → ulcus met opgeworpen rand

Cutane Leishmaniasis - Ulcus met opgeworpen rand

Cutane Leishmaniasis met typisch pijnloos ulcus en opgeworpen rand

Diagnose: Biopt (amastigoten), kweek, PCR

Behandeling Cutane Leishmaniasis (NVP Richtlijn 2020)

Lokale therapie (kleine laesies, Oude Wereld)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Intralesionaal: Natriumstibogluconaat 0.5-2 ml per laesie, wekelijks 3-5 kuren Zelfde dosering
Cryotherapie 15-20 sec vloeibare stikstof, 2-3 wekelijkse sessies Zelfde dosering
Systemische therapie (grote/multipele laesies, Nieuwe Wereld, L. tropica)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Liposomaal amfotericine B 3 mg/kg/dag dag 1-5, +dag 10 Zelfde dosering
Alternatief: Miltefosine 2.5 mg/kg/dag (max 150mg) 28 dagen ≥12 jaar: 2.5 mg/kg/dag 28 dagen
Alternatief: Natriumstibogluconaat IV 20 mg Sb/kg/dag 20 dagen 20 mg Sb/kg/dag 20 dagen

NB: Keuze afhankelijk van Leishmania species en geografische herkomst.

Cutane Myiasis
Vliegenlarven infestatie

Definitie: Infestatie van levend weefsel door vliegenlarven (maden)

Cutane myiasis - Furunculaire presentatie

Furunculaire myiasis met centrale opening (ademgat larve)

Typen Myiasis

Type Verwekker Geografische distributie Kliniek
Furunculaire myiasis
(subcutaan)
Cordylobia anthropophaga (tumbu fly)
Dermatobia hominis (botfly)
• Wohlfahrtia spp.
• Cordylobia: Sub-Sahara Afrika
• Dermatobia: Midden/Zuid-Amerika
• Wohlfahrtia: Rusland, Canada
• Pijnlijke furunkel-achtige nodulus
• Centrale opening (ademgat larve)
• Bewegende/kruipende sensatie
• Serosanguineus vocht
Wond myiasis • Diverse species (Calliphoridae, Sarcophagidae)
• Lucilia spp. (greenbottle)
• Cochliomyia spp. (screwworm)
Wereldwijd
(vooral tropisch/subtropisch)
• Larven in open wond, ulcus, necrotisch weefsel
• Kan therapeutisch (maggot debridement therapy)
• Malodoreus, necrose, pijn
• Risico: secundaire bacteriële infectie
Migratoire/creeping myiasis Gasterophilus spp. (horse botfly)
• Hypoderma spp. (cattle warble)
• Gasterophilus: Wereldwijd (paarden contact)
• Hypoderma: Europa, Noord-Amerika
• Serpigineuze, jeukende track
• Migreert enkele cm/dag
• DD: CLM (CLM sneller en meer kronkelig)
Cavitaire myiasis Diverse species Wereldwijd • Neus, oor, oog, genitaal
• Ernstig: destructie weefsel
• Risico: intracraniale invasie (sinussen)

Levenscyclus

Furunculaire myiasis (Cordylobia/Dermatobia):
  • Cordylobia: Eieren gelegd op droge was/kleding → larven penetreren huid bij dragen
  • Dermatobia: Eieren op mosquito → overgedragen bij steek
  • Larve groeit subcutaan 5-10 weken
  • Ademgat naar buiten (centrale opening)
  • Larve verlaat huid spontaan om te verpoppen in grond

Diagnostiek

  • Furunculaire: Klinischbeeld + reisanamnese (karakteristiek: opening + beweging)
  • Visualisatie: Larve soms zichtbaar in opening (vooral na vaseline/afsluiting)
  • Extractie: Morfologie larve bevestigt diagnose

Behandeling

Furunculaire myiasis:

Methode 1: Occlusie + extractie (voorkeur)

  • Bedek opening met vaseline/petroleum jelly, bacon, tape (afsluiten zuurstof)
  • Na 3-24u: larve migreert naar opening (zoekt zuurstof)
  • Verwijder met pincet (voorzichtig, larve intact verwijderen)
  • Inspecteer wond: alle delen verwijderd? (achtergebleven delen → infectie/granuloom)

Methode 2: Chirurgische extractie

  • Lokaal anesthesie
  • Verbreed opening (kleine incisie)
  • Extraheer larve met pincet
  • Inspecteer caviteit, spoelen

Methode 3: Ivermectine (off-label)

Ivermectine 200 µg/kg eenmalig

  • Doodt larve → spontane ejectie of resorptie
  • Nuttig bij multiple lesies of moeilijk bereikbare locaties
  • Cave: dode larve kan granulomateuze reactie geven

Wond myiasis:

  • Mechanische verwijdering alle larven
  • Debridement necrotisch weefsel
  • Wondverzorging + antibiotica bij secundaire infectie
  • Cave: Sommige species therapeutisch bruikbaar (maggot debridement therapy met steriele Lucilia sericata)

Na extractie (alle types):

  • Antibiotische zalf (preventie secundaire infectie)
  • Tetanusprofylaxe indien geïndiceerd
  • Follow-up: genezing wond, geen retentie larvaal materiaal
⚠️ Preventie (vooral Cordylobia):
  • Strijk was/kleding met hete strijkbout (doodt eieren)
  • Droog kleding binnenshuis of in directe zon
  • Vermijd drogen in schaduw waar vliegen bij kunnen
💡 Klinische pearls:
  • Furunkel + reisanamnese + beweging: Denk aan myiasis!
  • Cordylobia: Vaak multiple lesies (meerdere larven tegelijk)
  • Dermatobia: Meestal solitaire lesie, zeer pijnlijk
  • Ademgat: Pathognomonisch voor furunculaire myiasis (larve moet ademen!)
  • Spontane resolutie: Mogelijk (larve verlaat na 5-10 weken), maar extractie geeft snellere symptoomverlichting
  • Cave: Forceren bij extractie kan larve breken → granuloom/infectie
Tungiasis
Tunga penetrans (Zandvlo)

Verwekker: Tunga penetrans (sandflea, jigger, chigoe flea)

Geografische distributie: Tropisch Afrika, Midden/Zuid-Amerika, Caraïben, India

Transmissie: Zandige stranden, vochtige aarde - vlo penetreert huid (meestal voeten)

Tungiasis - Tunga penetrans periunguaal

Tungiasis met karakteristieke witte nodulus en centrale zwarte dot (achtereind vlo)

Levenscyclus & Pathofysiologie

Uniek mechanisme:
  • Bevruchte vrouwtjesvlo penetreert epidermis (1-2 mm diep)
  • Groeit tot 1 cm (gevuld met eieren) - neosoma formatie
  • Achtereind blijft uitsteken (zwarte dot - ademgat + eieren afzetten)
  • Na 2-3 weken: eieren afgezet, vlo sterft, laesie geneest spontaan
  • Cave: Secundaire bacteriële infectie frequent!

Kliniek

Stadium Klinische presentatie Timing
Penetratie • Lichte jeuk/prikkeling
• Kleine rode macula
Dag 0-1
Groei neosoma • Witte nodulus (5-10 mm)
• Centrale zwarte dot (achtereind vlo)
Halo van erytheem
• Pijn, jeuk, branderig gevoel
Dag 1-7
Eieren afzetten • Maximale grootte (tot 1 cm)
• Intense jeuk/pijn
• Moeilijk lopen (bij voetzool)
Dag 7-14
Post-expulsie • Kraterachtig ulcus
• Spontane genezing (weken)
• Risico: superinfectie, tetanus
Dag 14-21+

Lokalisatie

  • Voeten (95%): Teenranden (vooral periunguaal!), voetzool, interdigitaal
  • Handen: Vingers, periunguale regio
  • Zelden: enkels, benen, ellebogen
  • Cave: Subunguaal = moeilijk te behandelen, risico nageldestructie

Complicaties

⚠️ Ernstige complicaties:
  • Secundaire bacteriële infectie: Staphylococcus, Streptococcus → cellulitis, abces
  • Tetanus: Clostridium tetani via laesie (frequent in endemische gebieden!)
  • Gangreen: Bij diabetes/PVD → amputatie
  • Nageldestructie: Bij subunguaal locatie
  • Tungiasis-podoconiose: Chronisch lymfoedeem voeten bij recidiverende infestaties
  • Osteomyelitis: Invasie bot (zeldzaam, bij verwaarloosd)

Diagnostiek

  • Klinisch: Karakteristiek beeld (witte nodulus + zwarte centrale dot)
  • Dermatoscopie: Bruin-zwarte ring (achtereind vlo) + witte vlo-body
  • Reisanamnese: Blootsvoets lopen op strand/zandige grond
  • Microscopie: Na extractie - identificatie Tunga penetrans

Behandeling

Mechanische extractie (voorkeur):

  • Desinfecteer gebied (alcohol, jodium)
  • Lokaal anesthesie (optioneel, bij pijnlijk)
  • Steriliseer naald/pincet
  • Verwijder vlo intact met steriele naald/curette
    • Open lesie voorzichtig
    • Extraheer volledige vlo (inclusief achtereind)
    • Inspecteer: vlo volledig verwijderd?
  • Desinfecteer wond na extractie
  • Antibiotische zalf (preventie superinfectie)

Medicamenteus (adjuvant of bij multiple lesies):

Ivermectine 200 µg/kg eenmalig (herhaal na 1-2 weken)

  • Doodt vlo in situ
  • Nuttig bij multiple/moeilijk bereikbare lesies
  • Cave: dode vlo moet nog verwijderd worden (extractie of spontane expulsie)

OF (topicaal, off-label):

Petrolatum/zalf afsluiten → verstikking vlo (minder effectief dan extractie)

Tetanusprofylaxe:

  • ESSENTIEEL - controleer vaccinatiestatus
  • Booster indien >5-10 jaar geleden
  • Bij niet-gevaccineerd: tetanusimmunoglobuline + actieve vaccinatie

Antibiotica (bij superinfectie):

Flucloxacilline 500mg 4dd 7d OF Co-amoxiclav 500/125mg 3dd 7d

Follow-up:

  • Wondgenezing (7-14 dagen)
  • Check tekenen infectie (roodheid, warmte, pus)
  • Bij diabetes/immunocompromitteerd: nauwlettende follow-up
⚠️ Preventie:
  • Schoeisel: Altijd schoenen dragen op stranden/zandige grond
  • Insecticide: DEET/permethrin op voeten/schoenen
  • Accommodatie: Vloeren bedekken, insecticide spray
  • Dagelijkse inspectie: Voeten controleren bij verblijf endemisch gebied
💡 Klinische pearls:
  • Zwarte centrale dot = pathognomonisch (achtereind vlo)
  • Periunguaal/subunguaal = typische lokalisatie (DD: melanoom, wrat)
  • "White halo black center" - klassiek beschreven beeld
  • Multiple lesies frequent (patiënt loopt blootsvoets → multiple vlooien)
  • Tetanusprofylaxe NOOIT vergeten! (endemische gebieden = vaak lage vaccinatiegraad)
  • Chronische tungiasis (arme gemeenschappen zonder schoenen) → lymfoedeem, invaliditeit
  • DD periunguaal: melanoom, verruca, paronychia, glomustumor
Persisterende Insectenbeten
Culicosis & Papuleuze Urticaria

Definitie: Verlengde/overdreven huidreactie op insectenbeten, persisteert weken-maanden na reis

Persisterende insectenbeten - Papuleuze urticaria

Persisterende insectenbeten met papels en excoriaties op blootgestelde huid

Verwekkers

  • Muggen (culicosis): Aedes, Culex, Anopheles
  • Bedwantsen: Cimex lectularius
  • Vlooien: Pulex irritans, kattenvlo (Ctenocephalides felis)
  • Mijten: Diverse species
  • Andere: Horseflies, sandflies

Pathofysiologie

Overgevoeligheidsreactie:
  • Type IV hypersensitiviteit: T-cel gemedieerde reactie op speekselantigenen
  • Sensibilisatie bij herhaalde expositie (tijdens reis)
  • Bij terugkeer: persisterende inflammatoire reactie (zonder nieuwe beten!)
  • Kan weken-maanden aanhouden

Kliniek

  • Primaire laesies:
    • Erythemateuze papels (3-10 mm)
    • Urticariële plaque
    • Centrale punctum (steekplaats) vaak zichtbaar
  • Bij persisteren:
    • Papulovesiculeuze/bulleuze laesies
    • Excoriaties (krabben)
    • Hyperpigmentatie post-inflammatoir
    • Prurigo nodularis-achtige noduli
  • Distributie: Blootgestelde huid (armen, benen, nek, aangezicht)
  • Symptomen: Intense jeuk (vooral 's nachts), branderig gevoel

Diagnostiek

  • Anamnese: Recent verblijf tropisch gebied, insectenexpositie
  • Klinisch beeld: Papels/noduli op blootgestelde huid
  • Biopt (indien twijfel): Perivasculair lymfocytair infiltraat, eosinofilen
  • DD: Scabies, folliculitis, prurigo nodularis, dermatitis herpetiformis

Behandeling

Topicaal (eerste lijn):

  • Potente corticosteroïd: Betamethason crème 2dd 1-2 weken
  • Antipruritisch: Menthol/polidocanol crème
  • Bij infectie: Antibiotische zalf (fusidine zuur)

Systemisch (bij uitgebreid/refractair):

Antihistaminicum: Cetirizine 10mg 1dd of Desloratadine 5mg 1dd

Bij refractair:

Prednison 30-40mg 1dd gedurende 5-7 dagen (afbouwen)

Ondersteunend:

  • Koude kompressen (jeukstilling)
  • Vermijd krabben (nagels kort, handschoenen 's nachts)
  • Emollientia (huidbarrière herstellen)

Prognose:

  • Meestal spontane resolutie binnen weken-maanden
  • Hyperpigmentatie kan maanden persisteren
💡 Klinische pearls:
  • Frequent bij terugkeer uit tropisch gebied - geruststellen dat het vanzelf overgaat
  • Geen nieuwe beten nodig voor persisteren (overgevoeligheid op eerdere beten)
  • Distributie helpt DD: culicosis = blootgestelde huid, scabies = plooien/interdigitaal
  • Bij bulleuze presentatie: denk ook aan bullous arthropod bite reaction (intens maar goedaardig)
Bedwantsen (Bedbugs)
Cimex lectularius

Verwekker: Cimex lectularius (common bedbug), C. hemipterus (tropical bedbug)

Geografische distributie: Wereldwijd (toenemend, ook in Nederland!)

Transmissie: Nachtkelijke beten tijdens slaap (hotelproblemen, backpackers)

Bedwantsen beten - Breakfast lunch dinner pattern

Bedwantsen beten met karakteristiek lineair "breakfast, lunch, dinner" patroon

Biologie

  • Ovaal, plat, roodbruin insect (4-5 mm)
  • Nachtactief - schuilt overdag in bedden, kieren, kasten
  • Aangetrokken door CO₂ en lichaamswarmte
  • Kunnen maanden zonder voedsel overleven
  • Geen ziektetransmissie (in tegenstelling tot luizen/vlooien)

Kliniek

  • Klassieke presentatie:
    • Erythemateuze papels/urticaria (5-20 mm)
    • "Breakfast, lunch, dinner" patroon: 3 beten op rij (lineair)
    • Centrale hemorrhagische punctum mogelijk
    • Intense jeuk (vooral 's nachts)
  • Lokalisatie: Blootgestelde huid tijdens slaap (aangezicht, nek, armen, benen)
  • Timing: Beten verschijnen binnen uren-dagen na expositie
  • Variabiliteit:
    • Sommigen: geen reactie (30-40%)
    • Anderen: intense bulleuze reactie

Diagnostiek

  • Klinisch: Lineair patroon beten + anamnese (hotel, hostel)
  • Inspectie kamer:
    • Bedwantsen in matrasnaden, bedframe
    • Donkere vlekjes (ontlasting) op lakens
    • Bloedvlekjes op beddengoed
    • Zoete, muskusachtige geur (bij zware infestatie)

Behandeling Huidlaesies

Symptomatisch:

  • Topicaal corticosteroïd: Hydrocortison 1% crème 2-3dd
  • Oraal antihistaminicum: Cetirizine 10mg 's avonds (jeuk, slapen)
  • Koude kompressen

Bij secundaire infectie:

Flucloxacilline 500mg 4dd 7d

Preventie nieuwe beten:

  • Accommodatie: Verander van kamer/hotel
  • Bagage: Inspecteer en was alle kleding (>60°C)
  • Thuiskomst: Geen bagage op bed, direct wassen
  • Professionele ongediertebestrijding bij thuisinfestatie

Prognose huidlaesies:

  • Resolutie binnen 1-2 weken (zonder nieuwe beten)
  • Hyperpigmentatie kan maanden persisteren
⚠️ Preventie tijdens reis:
  • Inspecteer hotelkamer bij aankomst (matras, bedframe, meubilair)
  • Bagage niet op bed, gebruik bagagerek ver van bed
  • Check reviews accommodatie (bedwantsen meldingen)
  • Bij verdenking: meld receptie, wissel kamer
💡 Klinische pearls:
  • "Breakfast, lunch, dinner" = klassiek patroon (3 lineaire beten)
  • Bedwantsen zijn geen teken van slechte hygiëne (ook 5-sterren hotels!)
  • Transmitteren geen ziektes (geruststellend voor patiënt)
  • 30-40% van mensen reageert helemaal niet → reisgezellen kunnen asymptomatisch zijn
  • Toenemend probleem wereldwijd door resistentie tegen pesticiden
  • DD: scabies (plooien, intense jeuk), vlooienbeten (vooral benen/enkels)
Scabies
Sarcoptes scabiei

Verwekker: Sarcoptes scabiei var. hominis (schurftmijt)

Transmissie: Huid-op-huid contact (langdurig!), seksueel contact, soms via beddengoed

Geografische distributie: Wereldwijd (niet specifiek tropisch, maar vaak opgelopen tijdens reizen)

Scabies - Gangetjes en excoriaties

Scabies met karakteristieke gangetjes en excoriaties (intense jeuk!)

Levenscyclus & Pathofysiologie

Levenscyclus:
  • Bevruchte vrouwtjesmijt graaft gangetjes in stratum corneum (0.5-1 mm/dag)
  • Legt 2-3 eieren per dag gedurende 4-6 weken
  • Larven na 3-4 dagen, volwassen mijten na 10-14 dagen
  • Incubatietijd: 3-6 weken bij primo-infectie (sensibilisatie!)
  • Bij re-infectie: symptomen binnen 1-3 dagen (al gesensibiliseerd)
  • Typisch aantal mijten: 10-15 (klassieke scabies)

Kliniek - Klassieke Scabies

  • Kardinaal symptoom: Intense jeuk (erger 's nachts!) - door type IV overgevoeligheid op mijten/feces/eieren
  • Primaire laesies:
    • Gangetjes (cuniculi): Serpigineuze, draadachtige lijntjes (2-10 mm), grijs-bruin
    • Kleine erythemateuze papels op gangetjes (mijt aan uiteinde)
  • Secundaire laesies:
    • Excoriaties (krabben)
    • Eczematisatie
    • Secundaire impetiginisatie (S. aureus, S. pyogenes)
    • Prurigo-achtige noduli (vooral genitaal - persistent!
  • Typische lokalisaties:
    • Interdigitale ruimtes vingers/tenen (zeer frequent!)
    • Polsplooien (flexorzijde)
    • Ellebogen (extensor)
    • Axillae
    • Periumbilicaal
    • Genitaal (♂: penis, scrotum - noduli!), mamillae (♀)
    • Billen, bovenbenen
    • Let op: Gezicht/rug meestal gespaard bij volwassenen!

Speciale Vormen

Type Kliniek Risicopatiënten
Scabies crustosa (Noorse scabies) • Dikke, hyperkeratotische crusts
• Miljoenen mijten! (vs 10-15 normaal)
Zeer besmettelijk
• Kan minimale jeuk (immunosuppressie)
• Immunosuppressie (HIV, chemotherapie)
• Ouderen, dementie
• Neurologische aandoeningen
• Down syndroom
Nodulaire scabies • Persisterende prurigineuze noduli (vooral genitaal/inguinaal)
• Kunnen maanden na succesvolle behandeling persisteren
• Overgevoeligheidsreactie (geen levende mijten meer!)
Iedereen (vooral ♂ genitaal)
Scabies incognito • Atypische presentatie door voorbehandeling met corticosteroïden
• Minder jeuk, meer uitgebreid, moeilijker te diagnosticeren
Patiënten met voorbehandeling topische corticosteroïden

Diagnostiek

  • Klinisch (vaak voldoende):
    • Intense jeuk (erger 's nachts)
    • Typische distributie (interdigitaal, polsen, genitaal)
    • Meerdere gezinsleden/partners aangedaan
  • Microscopie (bevestiging):
    • Schraapsel van gangetje/papel met scalpel #15 (+ druppel olie/KOH)
    • Identificatie: mijt, eieren, feces (scybala)
    • Sensitiviteit: 50-70% (negatief sluit niet uit!)
  • Dermatoscopie: "Deltaglider sign" (driehoekig bruine structuur = mijt)
  • Biopt (zelden nodig): Bij nodulaire scabies (DD lymfoom)

Behandeling Scabiës (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Permethrin 5% crème Hele lichaam nek-tenen, 8-12u inwerken, herhaal na 7-14d Idem (≥2 mnd)
<2 jaar: ook hoofd/gezicht
Alternatief: Ivermectine oraal 200 µg/kg eenmalig, herhaal na 1-2 weken ≥15 kg: 200 µg/kg eenmalig, herhaal na 1-2 weken

Toepassing Permethrin:

  • Toepassing: Hele lichaam nek tot tenen (incl. onder nagels!)
  • Bij kinderen <2 jaar: ook gezicht/hoofdhuid
  • 8-12 uur laten inwerken (overnight)
  • Daarna afspoelen
  • Herhaal na 7-14 dagen (doodt eieren niet!)

Indicaties Ivermectine oraal:

  • Scabies crustosa, uitgebreide scabies, therapiefalen permethrin, uitbraken (verpleeghuizen)
  • Voordeel: systemisch, gemakkelijk toe te dienen
  • Cave: niet bij zwangerschap, kinderen <15 kg

Bij scabies crustosa (Noorse scabies):

  • Combinatie: Ivermectine oraal (dag 1, 2, 8, 9, 15) + permethrin dagelijks eerste week, dan 2× per week
  • Keratolytica (salicylzuur) voor crusts
  • Isolatie! (zeer besmettelijk)

Nodulaire scabies (post-scabies nodules):

  • Potente corticosteroïd crème 2dd
  • Intraleasionale corticosteroïden (persisterende noduli)
  • Reassurance: geen actieve infectie meer, zal verdwijnen (weken-maanden)

Jeukbehandeling (symptomatisch):

  • Antihistaminica: Hydroxyzine 25mg voor het slapen
  • Emollientia
  • Let op: jeuk kan 2-4 weken persisteren na succesvolle behandeling! (dode mijten/feces)

Secundaire bacteriële infectie:

Flucloxacilline 500mg 4dd 7d

ESSENTIEEL - Contactpersonen & omgeving:

  • Behandel gelijktijdig: Alle huisgenoten + seksuele contacten (ook als asymptomatisch!)
  • Kleding/beddengoed:
    • Was op >60°C
    • OF plastic zak, 3 dagen wachten (mijten sterven zonder host)
  • Niet-wasbare items: plastic zak 1 week
  • Stofzuigen vloeren/meubels

Therapie-evaluatie:

  • Na 4 weken: jeuk moet afgenomen zijn
  • Bij persisterende symptomen >4 weken:
    • Therapiefalen? → herhaal behandeling
    • Re-infectie? → check contactpersonen
    • Post-scabies noduli? → geruststellen
⚠️ Complicaties:
  • Secundaire impetiginisatie: Frequent (S. aureus, S. pyogenes)
  • Post-streptococcen glomerulonefritis: (vooral tropisch - nephritogene Strep strains)
  • Sepsis: Bij scabies crustosa + bacteriële superinfectie
  • Uitbraken: Verpleeghuizen, gevangenissen (snel handelen!)
💡 Klinische pearls:
  • "Jeuk die erger is 's nachts" = zeer suggestief voor scabies
  • Interdigitale ruimtes = altijd checken! (zeer frequent)
  • Genitale noduli bij ♂ = zeer karakteristiek (kunnen maanden blijven!)
  • Incubatieperiode 3-6 weken → symptomen kunnen pas weken na transmissie beginnen
  • Negatief schraapsel sluit scabies NIET uit (sensitiviteit 50-70%)
  • Bij twijfel: behandel empirisch (veilig, voordeel > risico)
  • Gezin behandelen = cruciaal (anders ping-pong re-infectie)
  • Persisterende jeuk na behandeling (tot 4 weken) is normaal → geruststellen!
  • Scabies crustosa: denk aan immunosuppressie, HIV testen
Jellyfish Stings (Kwallensteken)
Cnidaria envenomation

Verwekkers: Diverse Cnidaria species (kwallen, zeenemonen, Portugese man o' war)

Geografische distributie: Wereldwijd (vooral tropische/subtropische zeeën)

Jellyfish sting - Lineaire tentakel patronen

Kwallensteek met karakteristieke lineaire striemen (tentakel patroon)

Belangrijkste Species

Species Locatie Ernst Kliniek
Box jellyfish
(Chironex fleckeri)
Australië, Indo-Pacific LETAAL • Intense pijn
• Lineaire striemen
• Cardiotoxiciteit → arrest
• Mortaliteit hoog zonder antivenin
Irukandji jellyfish
(Carukia barnesi)
Australië, Indo-Pacific Ernstig • Initieel milde sting
• Na 5-40 min: Irukandji syndroom (hypertensie, tachycardie, pulmonaal oedeem)
Portuguese man o' war
(Physalia physalis)
Atlantisch, Pacific, Indisch Matig • Intense pijn, lineaire welts
• Systemisch: misselijkheid, hoofdpijn
• Zeldzaam: anafylaxie
Zeekwal (meeste species) Wereldwijd Mild • Lokale pijn, erytheem
• Urticaria
• Zelfbeperkend

Pathofysiologie

Nematocysten (cnidocyten):
  • Gespecialiseerde steekcellen met opgespiraliseerde draad + gif
  • Trigger bij contact → explosieve ejectie draad in huid (seconds!)
  • Gif bevat: proteases, fosfolipases, vasoactieve peptiden
  • Effect: lokale weefselschade, pijn, systemische toxiciteit (ernstige species)
  • Cave: Nematocysten blijven actief op strand (dode kwallen!) en op tentakels op huid

Kliniek

  • Lokale symptomen:
    • Directe intense pijn (seconds na contact)
    • Lineaire erythemateuze striemen (patroon tentakels)
    • Urticaria, papels, vesikels
    • Bij ernstige species: necrose, ulceratie
  • Systemische symptomen (ernstiger species):
    • Misselijkheid, braken, hoofdpijn
    • Spierkrampen, malaise
    • Dyspnoe, bronchospasme
    • Ernstig: Hypotensie, aritmieën, cardiale arrest
  • Delayed reacties:
    • Lokale recidiverende dermatitis (weken-maanden)
    • Hyperpigmentatie, littekenvorming

Behandeling - First Aid (KRITIEK!)

⚠️ NIET DOEN (activeert nematocysten!):

  • GEEN zoet water (osmotische trigger)
  • GEEN wrijven/schuren (mechanische trigger)
  • GEEN urine (mythe! kan activeren)
  • GEEN alcohol (activeert nematocysten)

Stap 1: Verwijder tentakels (zonder activatie!):

  • Spoel met zeewater (NIET zoet water!)
  • Verwijder tentakels voorzichtig met pincet/stick (NIET met blote handen)
  • Box jellyfish: Overgiet met azijn (acetic acid 4-6%) 30 seconden (inactiveert nematocysten)
  • Andere species: Azijn controversieel (kan activeren bij sommige species) → prefereer zeewater

Stap 2: Pijnstilling:

  • Heet water immersie (eerste keus):
    • 40-45°C (zo heet als patiënt verdraagt, niet verbranden!)
    • 30-90 minuten
    • Thermolabiele toxines → pijnverlichting
  • OF cold packs (ook effectief, minder evidenc dan heet water)
  • Analgesie systemisch: Paracetamol, NSAIDs, opiaten bij ernstige pijn
  • Topicaal: Lidocaïne gel (tijdelijke pijnverlichting)

Stap 3: Verdere behandeling:

  • Milde stings:
    • Topicale corticosteroïd (hydrocortison 1%)
    • Oraal antihistaminicum bij jeuk
    • Emollientia
  • Ernstige stings (Box jellyfish, Irukandji):
    • Antivenin (indien beschikbaar - Box jellyfish)
    • IV toegang, monitoring vitale parameters
    • Behandel aritmieën, hypotensie (resuscitatie)
    • Ziekenhuisopname, ICU indien instabiel
  • Anafylaxie: Adrenaline 0.3-0.5mg IM (EpiPen)

Delayed reacties:

  • Recidiverende dermatitis: Potente corticosteroïd crème
  • Hyperpigmentatie: Zonnebescherming, tijd
⚠️ Preventie:
  • Vermijd zwemmen tijdens kwallenperiode (lokale waarschuwingen)
  • Protective clothing: Wetsuit, lycra suit
  • Stinger nets: Zwem binnen afgeschermde gebieden (Australië)
  • Check strand voor aangespoelde kwallen (ook dood = gevaarlijk!)
  • Bij onbekende wateren: informeer lokaal over risico's
💡 Klinische pearls:
  • Lineair patroon welts = typisch (tentakels)
  • Azijn: ALLEEN voor Box jellyfish! Bij andere species controversieel
  • Urine myth: Populaire misvatting, kan nematocysten activeren → NIET doen
  • Heet water immersie = evidence-based eerste keus pijnbestrijding
  • Irukandji syndroom: Delayed presentatie (30-40 min), ernstige systemische symptomen
  • Dode kwallen op strand kunnen nog steken (nematocysten blijven actief!)
  • Bij systemische symptomen: altijd ziekenhuisopname/observatie (risico deterioratie)
Miliaria
Hitte-uitslag (Sweat Rash)

Definitie: Obstructie zweetklieruitgangsgangen → zweetretentie → inflammatoire reactie

Risicofactoren: Hitte, hoge luchtvochtigheid, occlusieve kleding, immobiliteit, koorts

Miliaria rubra - Prickly heat

Miliaria rubra ("prickly heat") met erythemateuze papels en vesikels

Typen Miliaria

Type Niveau obstructie Kliniek Ernst
Miliaria crystallina Stratum corneum (zeer oppervlakkig) • Kleine (1-2 mm) heldere vesikels
• "Dauwdruppels" op huid
Geen erytheem
Geen jeuk/pijn
• Fragiel (barsten gemakkelijk)
Mild
Zelfbeperkend
Miliaria rubra
("prickly heat")
Dieper: epidermis (intraepidermaal) • Erythemateuze papels/vesikels (2-4 mm)
Intense jeuk!
• Prikkelend/branderig gevoel
• Rond zweetklieren
• Kan conflueren
Matig
Meest frequent type
Miliaria profunda Dermaal-epidermale junctie • Huidkleurige papels (1-3 mm)
Geen vesikels (te diep)
• Minimale jeuk
• Gevolg recidiverende miliaria rubra
• Vooral tropisch klimaat
Matig
Cave: thermoregulatoire stoornis mogelijk!
Miliaria pustulosa Zoals miliaria rubra + secundaire infectie • Pustels ipv vesikels
• Secundaire bakteriële kolonisatie (S. aureus)
• Meer pijnlijk
Matig-ernstig
Vereist antibiotica

Lokalisatie

  • Typisch: Romp, nek, huidplooien (axillae, lies)
  • Bedekte/occlusieve gebieden (onder kleding, rugzak)
  • Bij pasgeborenen: Ook gezicht, hoofdhuid mogelijk

Pathofysiologie

Mechanisme:
  • Obstructie zweetkliergang (keratinenplug, bacterieel biofilm)
  • Zweet accumuleert onder obstructie
  • Rupture zweetkliergang → zweet lekt in omliggende huid
  • Inflammatoire reactie → vesikels/papels
  • Bij herhaaldelijke episodes: diepere obstructie → miliaria profunda

Diagnostiek

  • Klinisch: Typisch beeld + anamnese (hitte-expositie, tropisch klimaat)
  • DD:
    • Folliculitis (haarfollikel-geassocieerd, pustels)
    • Candidiasis (plooien, satellieten papels)
    • Contactdermatitis
    • Virale exanthemen

Behandeling

Primair: Preventie/omgevingsmaatregelen (ESSENTIEEL!):

  • Koeling:
    • Verplaats naar gekoelde omgeving (airco!)
    • Koude douche/bad
    • Ventilator
  • Kleding:
    • Luchtige, losse katoenen kleding
    • Vermijd synthetische, occlusieve stoffen
    • Regelmatig verschonen (nat van zweet)
  • Huidverzorging:
    • Frequent koel douchen
    • Zachtjes drogen (niet wrijven)
    • Huid droog houden

Miliaria crystallina:

  • Meestal geen behandeling nodig
  • Spontane resolutie binnen dagen (bij koeling)

Miliaria rubra:

  • Topicaal:
    • Calamine lotion (jeukstillend, drogend)
    • Menthol/camphor crème (verkoelend)
    • Milde corticosteroïd: Hydrocortison 1% crème 2dd (korte termijn, bij intense jeuk)
  • Systemisch: Antihistaminica bij ernstige jeuk (cetirizine 10mg 1dd)

Miliaria pustulosa:

Flucloxacilline 500mg 4dd 7d (bij verdenking S. aureus superinfectie)

OF topicaal: Fusidine zuur crème 2-3dd

Miliaria profunda:

  • Koeling is cruciaal
  • Vermijd verdere hittewerven-expositie (risico anhidrose → heat stroke!)
  • Cave: Bij uitgebreide miliaria profunda → verminderd zweten → thermoregulatoire problemen

Prognose:

  • Resolutie binnen dagen-weken bij adequate koeling
  • Recidief frequent bij opnieuw hitte-expositie
⚠️ Preventie (voor reizigers naar tropisch klimaat):
  • Acclimatisatie geleidelijk (2-3 weken)
  • Airconditioning gebruiken
  • Katoenen, luchtige kleding
  • Frequent douchen, huid droog houden
  • Vermijd intensieve inspanning tijdens heetste deel van de dag
💡 Klinische pearls:
  • Miliaria crystallina: "Dauwdruppels" - fragiele heldere blaasjes zonder erytheem
  • Miliaria rubra: "Prickly heat" - intense jeuk is karakteristiek
  • Miliaria profunda: Risico heat stroke bij uitgebreid (verminderd zweten!)
  • Koeling + droge huid = basisbehandeling voor alle types
  • Frequent bij niet-geacclimatiseerde reizigers in tropisch klimaat
  • Bij pasgeborenen/infants: vaak miliaria crystallina (immature zweetklieren)
  • Corticosteroïden: alleen kort (kunnen zweet klieren verder blokkeren)
Fotosensitiviteit
Phototoxic vs Photoallergic Reactions

Definitie: Abnormale huidreactie op blootstelling aan UV-straling (zonlicht) +/- fotosensibiliserende stof

Fotosensitiviteit - Phototoxische reactie

Phototoxische reactie met scherpe demarcatie tussen UV-blootgestelde en bedekte huid

Phototoxic vs Photoallergic - Vergelijking

Kenmerk Phototoxic Photoallergic
Mechanisme • Directe weefselschade
• UV + stof → reactieve oxygen species
• Niet-immunologisch
• Immunologisch (Type IV hypersensitiviteit)
• UV + stof → fotoantigeen
• T-cel gemedieerd
Incidentie Frequent (iedereen bij voldoende dosis) Zeldzaam (alleen bij gesensibiliseerde personen)
Dosis-relatie Ja - dosis-afhankelijk Nee - kan bij minimale dosis
Eerste expositie Kan bij eerste expositie Vereist eerdere sensibilisatie (10-14 dagen)
Onset Minuten-uren 24-72 uur (delayed)
Kliniek • Exaggerated sunburn
• Erytheem, oedeem
• Kan bulleuze reactie
Scherpe demarcatie (alleen UV-blootgesteld)
• Eczemateus
• Erytheem, papels, vesikels
• Jeuk++
• Kan uitbreiden buiten UV-gebied
Distributie Strikt UV-blootgestelde huid Vooral UV-blootgesteld, maar kan verspreiden
Hyperpigmentatie Frequent Zeldzaam
Patch test Negatief Positief (photopatch test)

Belangrijkste Fotosensibiliserende Stoffen

Categorie Medicatie/Stof Type reactie
Antibiotica Tetracyclines (doxycycline!)
Fluoroquinolones (ciprofloxacine)
• Sulfonamiden
Phototoxic > photoallergic
NSAIDs Ketoprofen (topicaal++)
• Piroxicam
• Diclofenac
Photoallergic
Diuretica • Furosemide
• Hydrochloorthiazide (thiaziden)
Phototoxic
Antimalaria Chloroquine
• Hydroxychloroquine
• Quinine
Phototoxic
Antifungals • Griseofulvine
• Voriconazole
Phototoxic
Psychotropica • Fenothiazines (chloorpromazine)
• Tricyclische antidepressiva
Phototoxic
Dermatologica • Retinoïden (isotretinoïne, tretino ine)
• Benzoylperoxide
Phototoxic
Zonnebrandcrème • Oxybenzone
• PABA esters
• Octocrilene
Photoallergic (paradox!)
Planten (Phyto-phototoxic) Citrusvruchten (bergamot, limoen)
• Vijgen
• Wilde peterselie
• Meadow grass
Phototoxic (furocoumarins = psoralenen)

Phyto-Phototoxische Dermatitis

Klassiek voorbeeld:
  • Berloque dermatitis: Citrusolie (bergamot in parfum) + zon → streaky hyperpigmentatie
  • Lime disease (margarita photodermatitis): Limoen/citrus sap op handen + zon → striped bulla/hyperpigmentatie
  • Mechanisme: Psoralenen (furocoumarins) in plantensap + UVA → phototoxic reactie
  • Kliniek: Bizarre patronen (drupsels, handprints), erytheem → bullae → hyperpigmentatie (maanden!)

Diagnostiek

  • Anamnese:
    • Medicatie review (inclusief topicals, OTC, supplements)
    • UV-expositie tijdsverloop
    • Contact met planten/parfums
    • Eerdere episodes
  • Klinisch: Distributie (UV-blootgestelde vs bedekte gebieden)
  • Photopatch testing: Bij verdenking photoallergic (patch + UV expositie)

Behandeling

Primair: Stop/vermijd fotosensibiliserende stof!

  • Review medicatie - overweeg alternatief (overleg voorschrijver)
  • Bij essentiële medicatie: strikte fotoprotectie

Acute fase:

  • Koeling: Koude kompressen
  • Topicale corticosteroïden:
    • Potent: Betamethason 0.1% crème 2dd
    • Bij gezicht: minder potent (hydrocortison 1%)
  • Systemische corticosteroïden (bij ernstig):
    Prednison 30-40mg 1dd gedurende 5-7 dagen
  • Analgesie: NSAIDs (cave: sommige NSAIDs zelf fotosensibilizerend!), paracetamol
  • Bij bullae: Aseptisch prikken, intact laten, antibiotische zalf bij ruptuur

Ondersteunend:

  • Emollientia
  • Antihistaminica bij jeuk (vooral photoallergic)

Hyperpigmentatie (post-inflammatoir):

  • Zonnebescherming (crucial - voorkomt verdere verergering)
  • Tijd (kan maanden-jaren duren)
  • Hydroquinone crème (off-label, beperkt effectief)

Preventie (bij voortgezet gebruik fotosensibiliserende medicatie):

  • Zonnebescherming:
    • Breed-spectrum SPF 50+ (UVA + UVB)
    • Regelmatig herappliceren (q2h)
    • Fysische blokkeren (zinc oxide, titanium dioxide)
  • Gedrag:
    • Vermijd zon 10:00-16:00
    • Beschermende kleding (UPF 50+, lange mouwen, hoed)
    • Schaduw zoeken
  • Cave: Sommige zonnebrand ingredients zelf photoallergic!
⚠️ Reisadvies:
  • Doxycycline malaria profylaxe = frequent fotosensibilizerend!
    • Waarschuw reizigers
    • Strikte zonnebescherming
    • Bij problemen: overweeg alternatief (atovaquon/proguanil, mefloquine)
  • Chloroquine/hydroxychloroquine: ook fotosensibilizerend
  • Quinolonen (traveler's diarree): fotosensibilizerend (azithromycin als alternatief)
💡 Klinische pearls:
  • Phototoxic = exaggerated sunburn, Photoallergic = eczeem-achtig
  • Doxycycline + tropische zon = klassieker bij reizigers (adviseer preventie!)
  • "Margarita photodermatitis": Bizarre streaky patronen na citrus + zon
  • Paradox: sommige zonnebrand ingredients zijn photoallergic (oxybenzone)
  • Scherpe demarcatie zonblootgesteld vs bedekt = hint phototoxic
  • Hyperpigmentatie na phototoxic kan maanden-jaren persisteren
  • Altijd complete medicatie review inclusief topicals, OTC, supplements
Rickettsiosis
Tick-borne Spotted Fevers

Verwekkers: Rickettsia species (obligaat intracellulaire gram-negatieve bacteriën)

Transmissie: Tekenbe ten (diverse tekensoorten afhankelijk van species/regio)

Belangrijkste Rickettsia Species & Geografische Distributie

Species Ziekte Geografische distributie Teek vector
R. africae African tick-bite fever (ATBF) Sub-Sahara Afrika, Caraïben Amblyomma spp. (bont tick)
R. conorii Mediterranean spotted fever (boutonneuse koorts) Mediterrane regio, Midden-Oosten, India Rhipicephalus sanguineus (hondenteek)
R. rickettsii Rocky Mountain spotted fever (RMSF) Noord/Zuid-Amerika Dermacentor spp.
R. typhi Murine typhus (vlo-gedragen) Wereldwijd (tropisch/subtropisch) Rattenvlo (NIET teek!)
R. prowazekii Epidemic typhus (louse-borne) Hooglanden Oost-Afrika, Zuid-Amerika Lichaamsluis (NIET teek!)
Orientia tsutsugamushi Scrub typhus Azië-Pacific (India, Zuidoost-Azië, Australië) Trombiculid mijten

Klassieke Klinische Triade

Triade (niet altijd alle drie aanwezig!):
  1. Eschar (tache noire) - zwarte korst op plek tekenbeet
  2. Koorts - binnen 3-14 dagen na tekenbeet
  3. Exantheem - maculopapulair rash

Cave: Eschar NIET bij alle species! (R. rickettsii vaak zonder eschar)

Klinische Presentatie per Species

Kenmerk African tick-bite fever (R. africae) Mediterranean SF (R. conorii) Rocky Mountain SF (R. rickettsii)
Eschar Frequent (50-100%)
Vaak multipele eschars!
Frequent (60-70%)
"Tache noire"
Zeldzaam (<10%)
Rash Matig (40-50%)
Macu lopapulair
Frequent (90-100%)
Maculo papulair
Zeer frequent (90%)
Maculopapulair → petechiae
Palmoplantair++
Regionale lymfadenopathie Zeer frequent Frequent Variabel
Koorts Matig (38-39°C) Hoog (>39°C) Zeer hoog (>40°C)
Ernst Mild-matig
Zelden ernstig
Matig
Kan ernstig
ERNSTIG
Mortaliteit 5-10% onbehandeld!
Bijzonderheden • Meest frequente rickettsiosis bij Afrika-reizigers
• Safari's, game parks
• Hondencontact (hondenteek)
• Zuid-Europa vakantie
• Vasculitis → DIC, orgaanfalen
MEDISCHE URGENTIE

Eschar (Tache Noire) - Pathognomonisch!

  • Locatie: Plek tekenbeet (vaak verborgen: haargrens, oksels, lies, scrotum)
  • Evolutie:
    • Dag 1-3: Rode papel op beëtplaats
    • Dag 3-7: Centrale necrose → zwarte korst (eschar)
    • Omringd door erythemateuze halo
    • Niet pijnlijk!
  • Frequentie: Sterk afhankelijk van species (zie tabel)

Diagnostiek

  • Klinisch (vaak voldoende bij verdenking):
    • Anamnese: Tekenbeet + verblijf endemisch gebied (binnen 3 weken)
    • Eschar + koorts + rash = sterk suggestief
    • Start empirische behandeling NIET uitstellen voor diagnostiek!
  • Laboratorium:
    • Serologie (IFA): IgM/IgG (seroconversie 7-10 dagen!) - retrospectieve bevestiging
    • PCR: Eschar biopt, bloed (vroege fase, vóór antibiotica) - beste test acute fase
    • Thrombocytopenie, verhoogd CRP, transaminasen (niet-specifiek)
  • DD eschar: Anthrax (malignant pustule - zwarte eschar maar pijnlijk!), tularemia, leishmaniasis, spider bite

Behandeling

Eerste keus (ALLE rickettsiosis):

Doxycycline 100mg 2dd voor 7 dagen

  • Start onmiddellijk bij klinische verdenking (wacht NIET op laboratorium!)
  • Ook bij kinderen <8 jaar en zwangeren (risico onbehandeld >> risico doxycycline)
  • Klinische verbetering binnen 24-48u (defervescentie)

Alternatief (bij contra-indicatie doxycycline):

Azithromycin 500mg 1dd voor 3 dagen (minder effectief, alleen bij milde gevallen)

OF Chloramphenicol (historisch, nu zelden gebruikt)

Rocky Mountain SF (R. rickettsii) - URGENTIE!

  • Start doxycycline ONMIDDELLIJK bij verdenking (mortaliteit stijgt met elke dag uitstel!)
  • Ziekenhuisopname bij ernstige presentatie
  • Ondersteunende zorg: IV vocht, monitoring orgaanfunctie
  • Cave: Fluoroquinolones, beta-lactams, macroliden (behalve azithromycin) zijn NIET effectief!

Prognose:

  • Meeste species: Goede prognose met behandeling, resolutie binnen week
  • R. rickettsii: Ernstig zonder behandeling (mortaliteit 20-30% onbehandeld, <5% behandeld)
⚠️ Red flags (denk aan RMSF - R. rickettsii):
  • Petechiae/purpura (vooral palmoplantair!)
  • Zeer hoge koorts (>40°C)
  • Meningismus, verwardheid (CNS betrokkenheid)
  • Hypotensie, shock
  • Anamnese: Noord/Zuid-Amerika
  • START DOXYCYCLINE ONMIDDELLIJK!
⚠️ Preventie:
  • Tekenbescherming: DEET, permethrin op kleding, lange broek/mouwen
  • Tekencontrole: Dagelijks volledig lichaam controleren (ook verborgen plekken!)
  • Tekenverwijdering: Zo snel mogelijk met pincet (risico transmissie stijgt na >24u)
  • Geen profylaxe: Geen preventieve antibiotica na tekenbeet
💡 Klinische pearls:
  • Eschar + koorts + rash + tekenbeet anamnese = rickettsiosis tot bewezen tegendeel
  • African tick-bite fever (R. africae): Meest frequente bij safari's, vaak multiple eschars
  • Palmoplantaire petechiae: Denk aan RMSF (R. rickettsii) → URGENTIE!
  • "Doxycycline test": Snelle defervescentie binnen 24-48u bevestigt diagnose
  • Eschar vaak op verborgen lokaties → volledig lichaamsonderzoek! (genitaal, haargrens, oksels)
  • Serology seroconvert laat (7-10 dagen) → niet bruikbaar acute fase
  • Start doxycycline empirisch bij verdenking - wacht NIET op labbevestiging
  • R. rickettsii zonder eschar + geen rash in eerste dagen → gemakkelijk gemist!
Toe Web Infection (Trench Foot)
Interdigitale Bacteriële Infectie

Definitie: Bacteriële infectie interdigitale ruimtes voeten door maceratie, vochtigheid en slechte hygiëne

Verwekkers: Pseudomonas aeruginosa + secundaire mycose (Candida, dermatofyten)

Toe web infection - Groene verkleuring P. aeruginosa

Toe web infection met pathognomonische groene verkleuring (pyocyanin pigment P. aeruginosa)

Risicofactoren

  • Tropisch klimaat: Hoge luchtvochtigheid, frequente regen
  • Trekking/wandelen: Lange afstanden, transpiratie voeten
  • Occlusief schoeisel: Rubberen laarzen, niet-ademende schoenen
  • Slechte voetverzorging: Nat schoeisel niet drogen, geen sokken wisselen
  • Militairen: Lange marches (historisch: "trench foot" WO1)
  • Backpackers/reizigers: Trekkings in tropisch klimaat (Azië, Zuid-Amerika)

Pathofysiologie

Mechanisme:
  1. Maceratie: Langdurige vochtigheid → verzachting stratum corneum
  2. Fissuren: Barrière dysfunctie → entry point bacteriën
  3. P. aeruginosa kolonisatie: Prolifereert in vochtige omgeving
  4. Secundaire mycose: Candida/dermatofyten superinfectie
  5. Chronificatie: Zonder behandeling → diepere infectie, ulceratie

Kliniek

  • Lokalisatie: Interdigitale ruimtes voeten (vooral 3e/4e teen web)
  • Vroege fase:
    • Maceratie (wittige, geweekte huid)
    • Roodheid, oedeem
    • Fissuren
    • Pijn, branderig gevoel
  • Gevorderd stadium:
    • Groene verkleuring (pathognomonisch voor P. aeruginosa - pyocyanin pigment!)
    • Erosies, oppervlakkige ulcera
    • Malodoreus (zoet-fruitige geur P. aeruginosa)
    • Seropurulent exsudaat
  • Complicaties:
    • Cellulitis (uiten naar voetrug)
    • Lymfangitis
    • Bij diabetes/PVD: risico diepe infectie, osteomyelitis

Diagnostiek

  • Klinisch: Typisch beeld (maceratie + groene verkleuring) + anamnese (trekking, tropisch klimaat)
  • Kweek (optioneel): Bevestigt P. aeruginosa, resistentiepatroon
  • DD:
    • Tinea pedis (interdigitaal type) - maar geen groene verkleuring
    • Erythrasma (Corynebacterium) - roodbruine fluorescente onder Wood's lamp
    • Candidose

Behandeling

Stap 1: Hygiënemaatregelen (ESSENTIEEL!):

  • Droog houden:
    • Was voeten 2× daags met water/zeep
    • Grondig drogen (vooral tussen tenen!)
    • Laat voeten ventileren (sandalen, blootsvoets indien mogelijk)
  • Schoeisel:
    • Wissel sokken minimaal 2× daags
    • Droog schoenen volledig (bij kampvuur, zon)
    • Gebruik absorberende (katoenen) sokken
    • Ademend schoeisel prefereren

Stap 2: Antibiotische behandeling:

Oraal (eerste keus - P. aeruginosa dekking):

Ciprofloxacine 500mg 2dd voor 7-14 dagen

Topicaal (mild, adjuvant):

  • Azijnzuur 1% compressen: 2-3× daags 15-20 min (zuur milieu, P. aeruginosa-bactericide)
  • OF Gentamicine zalf: 2-3dd (indien alleen topicaal gewenst bij zeer milde gevallen)

Stap 3: Antimycotische behandeling (bij mycose component):

Miconazol/clotrimazol crème 2dd voor 2-4 weken

Bij uitgebreide tinea pedis: Terbinafine 250mg 1dd voor 2-4 weken

Bij cellulitis/complicaties:

  • Ziekenhuisopname overwegen (vooral diabetes, immunocompromised)
  • IV antibiotica: Bredere dekking (ciprofloxacine IV + anti-stafylokok)

Preventie tijdens trekking:

  • Wissel sokken dagelijks (neem extra's mee!)
  • Droog voeten/schoenen elke stop
  • Talkpoeder in sokken (absorbeert vocht)
  • Bij eerste tekenen maceratie: rust, ventilatie, azijncompressen
  • Sandalen dragen in kamp ('s avonds voeten luchten)

Prognose:

  • Goede respons op antibiotica + hygiëne binnen 5-7 dagen
  • Recidief frequent bij onvoldoende preventie
⚠️ Preventie reizigers (trekking tropisch klimaat):
  • Voorbereiding: Neem voldoende extra sokken mee (2-3× aantal dagen)
  • Dagelijks: Was + droog voeten grondig, wissel sokken
  • Pauzes: Schoenen/sokken uit, ventileer voeten
  • Schoeisel: Goed geventileerde trekkingschoenen, geen rubberlaarzen (tenzij noodzakelijk)
  • Signalering: Bij eerste tekenen maceratie → intensiveer hygiëne, start azijncompressen
💡 Klinische pearls:
  • Groene verkleuring = pathognomonisch voor P. aeruginosa (pyocyanin pigment)
  • Zoete geur = ook karakteristiek voor P. aeruginosa
  • Ciprofloxacine = eerste keus (goede P. aeruginosa dekking)
  • Azijnzuur compressen = simpel, effectief, veldgeschikt (zuur milieu ongunstig voor P. aeruginosa)
  • Frequent bij backpackers na trekking Azië/Zuid-Amerika (jungle treks)
  • Hygiëne > antibiotica: Zonder drooghouden recidiveert ondanks antibiotica
  • Combinatie bacterieel + mycose zeer frequent → behandel beide!
  • Historische term "trench foot" (WO1) refereert aan ergere vorm met necrose (vries+vocht), dit is milder

Eosinofilie

Definitie
Gradatie
Graad Waarde (×10⁶/L)
Normaal< 400-500
Mild500 - 1500
Matig1500 - 5000
Ernstig> 5000
Dierlijke Parasieten & Eosinofilie
Taxonomisch overzicht en immuunrespons

Parasiet-geïnduceerde eosinofilie: mechanisme

Helminthen (maar niet protozoa) induceren een Th2-immuunrespons met IL-4, IL-5 en IL-13 productie. IL-5 is de belangrijkste groeifactor voor eosinofiel-differentiatie en activatie. Eosinofiele eosinofiel-afgeleid major basic protein (MBP) en eosinofiel cationic protein (ECP) zijn toxisch voor helminthen.

Protozoa - geven doorgaans geen eosinofilie

Groep Voorbeelden Lokalisatie
Apicomplexa
(voorheen Sporozoa)
Plasmodium, Toxoplasma, Cryptosporidium Intracellulair → Th1-respons
Rhizopoda Entamoeba histolytica Darmlumen/weefselin vasie
Flagellaten Giardia, Trichomonas, Trypanosoma, Leishmania Extracellulair (meest) of intracellulair (Leishmania)

Helminthen - inductie eosinofilie

Type Kenmerken Eosinofilie Voorbeelden (hoge eosinofilie)
Nematoden
(rondwormen)
Volledig spijsverteringskanaal, cilindrisch +++ Strongyloides, Ascaris (migratie), Filaria, Toxocara
Trematoden
(zuigwormen/flukes)
Plat, zuignappen, hermafrodiet* ++ Schistosoma (Katayama), Fasciola, Paragonimus
Cestoden
(lintwormen) adult
Gesegmenteerd (proglottiden), geen darm +/- Taenia (adult darmlumen - beperkt)
Cestoden
larvaal stadium
Cyste-vorm in weefsels ++ Cysticercose, Echinococcose

*Behalve Schistosoma (dioecisch - gescheiden geslachten)

Klinische relevantie

  • Weefselmigratie: Hoogste eosinofilie tijdens larvale migratie door weefsels (Löffler bij Ascaris, larva currens bij Strongyloides)
  • Acute vs chronische infectie: Acute schistosomiasis (Katayama) → hoge eosinofilie; chronisch → lagere waarden
  • Diagnostisch hulpmiddel: Eosinofilie bij reiziger wijst richting helminthen, niet protozoa
  • Tropische pulmonale eosinofilie (TPE): Extreme eosinofilie bij filariasis door hypersensitiviteitsreactie op microfilariën
Oorzaken Eosinofilie
Differentiaaldiagnose

Allergie

  • Atopie
  • Medicamentallergie

Infectieziekten

  • Helminthen (weefselinvasief)
  • Bacteriële/virale infecties (zeldzaam)

Maligniteiten

  • Metastatisch carcinoom
  • Hodgkin lymfoom
  • Hypereosinofiel syndroom

Auto-immuun

  • Churg-Strauss syndroom (EGPA)
  • Polyarteriitis nodosa
  • Reumatoïde artritis
  • Eosinofiele fasciitis
  • Huidziekten (pemphigus, dermatitis herpetiformis)

Overig

  • Endocrinopathieën
  • Toxines
Classificatie Eosinofilie
Primair vs Secundair

Familiair (zeldzaam)

Autosomaal dominant

Primair (verworven)

Mannen >> vrouwen, clonaal

  • Clonaal
  • Idiopathisch

Secundair (verworven)

  • Weefselinvasieve helminthen
  • Medicamenten/toxines
  • Allergie
  • Auto-immuun
  • Maligniteit
  • Endocrinopathieën
Helminthen & Eosinofilie
Belangrijkste oorzaak
Alleen weefselinvasieve helminthen geven eosinofilie!
Parasiet Eosinofilie Opmerking
Strongyloides+++Asymptomatisch
Schistosoma (acuut)+++Katayama
Filaria (TPE)+++Pulmonale eosinofilie
Toxocara+++VLM
Ascaris (migratie)++Löffler
Let op: Protozoa (Malaria, Amoebe, Giardia) gaan doorgaans niet gepaard met eosinofilie
Diagnostisch algoritme
Stapsgewijs

Stap 1: Feces O&P

3× feces, Baermann voor Strongyloides

Stap 2: Serologieën

Schistosoma, Filaria, Strongyloides, Toxocara

Stap 3: Empirisch

Albendazol 400mg 2dd 3 dagen

Strongyloides stercoralis
Larvacurrens & hyperinfectie

Transmissie: Contact met besmette bodem (warme, vochtige (sub)tropische gebieden)

Incubatie: 2-3 weken

Kliniek

  • Vaak asymptomatisch, kan jarenlang persisteren
  • Larva currens: Snel migrerende urticariële rash (diagnostisch!)
  • Hoesten, dyspneu, piepen (Löffler syndroom)
  • Buikpijn, indigestie, waterige diarree
  • Eosinofilie +++
Hyperinfectiesyndroom bij immuunsuppressie:
  • Koorts, enteritis, obstructie, sepsis, shock
  • Pulmonale infiltraten, meningitis
  • Peritonitis, endocarditis
  • Larven overal (bloed, urine, sputum, BAL, CSF)
  • Kan fataal zijn!

Diagnose

Larven in feces (Baermann-test, kweek, agarplaat) of duodenum, serologie

Behandeling

Ongecompliceerd

Ivermectin 200 µg/kg éénmalig
of
Albendazol 400mg 2dd 3 dagen

Hyperinfectie / immuunsuppressie

Ivermectin 200 µg/kg 1dd minimaal 3 dagen
Secundaire profylaxe: 1 dosis elke 2-4 weken
of
Albendazol 400mg 2dd 14 dagen
Daarna 1 dosis elke 2-4 weken

Schistosomiasis
Katayama syndroom & chronische infectie

Soorten: S. mansoni, S. haematobium, S. japonicum, S. mekongi, S. intercalatum

Transmissie: Zwemmen in zoet water

Acuut: Katayama Syndroom

4-7 weken na eerste blootstelling (~ eerste eiafgifte)
  • Langdurige/intermitterende koorts
  • Malaise, buikpijn, diarree
  • Hoesten, piepen
  • Urticaria, oedeem
  • Lymfadenopathie
  • Hoge eosinofilie

Chronisch

Granulomateuze reactie op eieren → weinig/geen eosinofilie

  • Hepatosplenische schistosomiasis (pre-sinusoïdale portale hypertensie)
  • S. haematobium: blaas, hydroureter, hydronefrose

Diagnose

Eieren in feces/urine, serologie (antigen & antistoffen), eosinofilie (acuut hoog, chronisch laag/normaal)

Behandeling

S. mansoni & S. haematobium

Praziquantel 40 mg/kg éénmalig

S. japonicum

Praziquantel 2× 30 mg/kg op 1 dag

CNS-betrokkenheid / Katayama

Praziquantel + corticosteroïden

Filariasis & TPE
Tropische Pulmonale Eosinofilie

Soorten: W. bancrofti (lymfatisch), Brugia malayi, Loa loa, Onchocerca volvulus

Lymfatische filariasis

  • Elephantiasis
  • Diagnose: microfilarieën in bloed/urine, serologie
  • Behandeling: Diethylcarbamazine (DEC), Ivermectin, Doxycycline
TROPISCHE PULMONALE EOSINOFILIE (TPE)

Etiologie: W. bancrofti of Brugia malayi - trapping van microfilarieën & adulten in longen

Meest voorkomend: India

Kliniek

  • Man : Vrouw = 4 : 1
  • Koorts, niet-productieve hoest, vooral 's nachts piepen
  • Malaise, moeheid, gewichtsverlies
  • Ernstige eosinofilie (marked!)
  • IgE verhoogd
  • Geen microfilarieën in bloed
  • Serologie positief
  • X-thorax: diffuse kleine interstitiële, reticulo-nodulaire infiltraten

Behandeling = Diagnose

DEC (Diethylcarbamazine)

3dd 2 mg/kg - opbouwen!
Duur: 10-21 dagen (totale dosis ~72 mg/kg)
+ Corticosteroïden

Behandeling geeft meestal snel klinisch herstel → therapeutische diagnose

Löffler Syndroom
Acute eosinofiele pneumonie

Definitie: Passerende pulmonale eosinofiele infiltraten door longmigratie van larven

Oorzaken

  • Ascaris lumbricoides (meest frequent)
  • Hookworm (Ancylostoma, Necator)
  • Strongyloides

Kliniek

  • Hoesten, koorts
  • Eosinofilie
  • Migrerende infiltraten op X-thorax
  • Minimale klinische verschijnselen
  • Zelflimiterend
Differentiaal diagnose: Andere acute/chronische eosinofiele pneumonieën, Churg-Strauss

Geelzucht (Icterus)

Definitie & Classificatie
Bilirubine > 40-50 µmol/L
Type Conjugatie Oorzaken
Pre-hepatisch Ongeconjugeerd ↑ Hemolyse (malaria!), Gilbert
Hepatocellulair Beide ↑ Hepatitis, cirrose, leptospirose
Post-hepatisch Geconjugeerd ↑ Galstenen, tumor, parasitair
Differentiële Diagnose
Infectieuze & niet-infectieuze oorzaken

Infectieus

  • Virale hepatitis - A, B, C, E
  • Malaria - Hemolyse
  • Leptospirose - Weil syndroom
  • Buiktyfus - Complicatie
  • Gele koorts
  • Dengue - Zeldzaam
  • Amoebenabces - Obstructie
  • Fasciola hepatica, Clonorchis - Galwegen
  • Acute schistosomiasis

Niet-infectieus

  • G6PD-deficiëntie + trigger
  • Sikkelcelcrisis
  • Medicamenteus - Rifampicine, isoniazide
  • Alcoholische hepatitis
Aanvullend Onderzoek
Eerste en tweede lijn
Test Reden
Bilirubine (totaal + direct) Type icterus
ALT, AST Hepatocellulaire schade
AF, γGT Cholestase
LDH, haptoglobine, reticulocyten Hemolyse
Dikke druppel Malaria
Hepatitis serologie HAV IgM, HBsAg, anti-HBc IgM, HCV
INR Leverfunctie
Echo abdomen Galwegen, abces, structuur lever

Hepatosplenomegalie

Oorzaken in de Tropen
Acuut vs Chronisch
Acuut Chronisch
Malaria Malaria (herhaald)
Buiktyfus Schistosomiasis (hepatisch)
Virale hepatitis Viscerale leishmaniasis (kala-azar)
Leptospirose Hyperreactieve malariale splenomegalie
Amoebenabces Cirrose (hepatitis B/C)
Dengue Sikkelcelziekte
Rickettsiose Hematologische maligniteiten
Viscerale Leishmaniasis (Kala-azar)
Leishmania donovani complex
Verspreiding: Indisch subcontinent, Oost-Afrika, Brazilië, Middellandse Zeegebied

Kliniek

  • Langdurige koorts
  • Enorme splenomegalie
  • Hepatomegalie
  • Pancytopenie
  • Gewichtsverlies
  • Hypergammaglobulinemie

Diagnose

Beenmerg/miltpunctie (amastigoten), serologie (rK39), PCR

Behandeling Viscerale Leishmaniasis (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Liposomaal amfotericine B 3-5 mg/kg/dag, totaal 21-30 mg/kg
Bijv. dag 1-5 en 10 (of 14, 21)
Zelfde dosering
Alternatief: Miltefosine 2.5 mg/kg/dag (max 150mg) 28 dagen ≥12 jaar en ≥30 kg: 2.5 mg/kg/dag 28 dagen

HIV-coinfectie: Hogere totaaldosis liposomaal amfotericine B (40 mg/kg). Secundaire profylaxe overwegen.

Let op: Zonder behandeling vrijwel 100% mortaliteit. Post-kala-azar dermale leishmaniasis (PKDL) kan optreden.

Hyperreactieve Malariale Splenomegalie (HMS)
Chronische hyperimmune reactie
  • Chronische hyperimmune reactie op malaria
  • Massieve splenomegalie
  • Hoge IgM, malaria antistoffen

Behandeling

Langdurige malariaprofylaxe

Neurologische Klachten

Differentiële Diagnose
Per syndroom
Syndroom Oorzaken
Meningitis Bacterieel, TBC, Cryptococcen (HIV), viraal
Encefalitis Japanse encefalitis, rabiës, malaria cerebri
Focale laesie Neurocysticercose, toxoplasmose (HIV), TBC, abces
Myelitis Schistosomiasis, HTLV-1
Benadering Bewustzijnsstoornis
Stapsgewijze aanpak
Stap 1: Bewustzijnsstoornis = spoed. Check ventilatie en circulatie, overweeg evidente oorzaak.

Stap 2: Glasgow Coma Scale Calculator

Response Pt
E - Eyes
Spontaan 4
Op aanspreken 3
Op pijn 2
Geen 1
V - Verbal
Georiënteerd 5
Verward 4
Inadequaat 3
Onverstaanbaar 2
Geen 1
M - Motor
Opdrachten uitvoeren 6
Lokaliseert pijn 5
Terugtrekken 4
Flexie (decorticate) 3
Extensie (decerebrate) 2
Geen 1
GCS: 3 (E1+V1+M1)
Ernstig

Stap 3: Lichamelijk onderzoek

Beoordeel op:

  • Meningitis: koorts, hoofdpijn, nekstijfheid
  • Lateralisatie: papiloedeem, convulsies, hemiparese → focale laesie → CT eerst!
Let op: Bij tekenen van lateralisatie GEEN lumbaalpunctie (risico inklemming)!
Cerebrale Malaria
P. falciparum met coma
Definitie: P. falciparum met coma (GCS ≤ 11) zonder andere oorzaak

Pathofysiologie

Sekwestratie parasitaire erytrocyten in cerebrale capillairen

Kliniek

  • Bewustzijnsdaling
  • Convulsies
  • Decorticatie/decerebratie
  • Retinale bloedingen

Behandeling

IV artesunaat

IC-bewaking, hypoglycemie behandelen

Meningitis
Diagnostiek en behandeling

Definities

  • Nekstijfheid: verminderde anteflexie door ontsteking/bloed in subarachnoïdale ruimte
  • Meningitis: infectie meningen met pleocytose in liquor
  • Encefalitis: infectie van cerebrum
  • Aseptische meningitis: virale meningitis (abacterieel)
  • Sereuze meningitis: meningeale prikkeling + pleocytose zonder micro-organisme
  • Meningismus: tekenen van meningeale prikkeling zonder pleocytose

Oorzaken Meningitis

70-80% bacteriële meningitis: N. meningitidis, H. influenzae, S. pneumoniae

  • Neonaten: E. coli, S. agalactiae
  • Tot 5 jaar: H. influenzae (afhankelijk vaccinatiestatus)
  • TBC-meningitis: laag glucose in liquor

Diagnostiek LP

Leukocyten (×10⁶/L) Eiwit (g/L) Glucose ratio CSF/bloed
Normaal 0-3 (lymfo) <0.45 ½ - ⅔
Viraal tot 500 (lymfo) tot 1.0 normaal
Bacterieel >3000 (poly) 0.5-3.0

Empirische behandeling per leeftijd

Leeftijd Verwekkers Behandeling
<3 maanden S. agalactiae, E. coli, L. monocytogenes Ampicilline + Cefalosporine
3 mnd - 18 jr N. meningitidis, S. pneumoniae, H. influenzae Cefalosporine (+ Ampi/Chloramf)
18-50 jr S. pneumoniae, N. meningitidis Cefalosporine (+ Ampicilline)
>50 jr S. pneumoniae, L. monocytogenes, Gram-neg. Ampicilline + Cefalosporine
Verminderde immuniteit L. monocytogenes, Gram-neg. Ampicilline + Cefalosporine
Trauma/chirurgie Stafylokokken, S. pneumoniae, Gram-neg. Vancomycine + Cefalosporine
Cave: Toenemende penicilline/cefalosporineresistentie bij S. pneumoniae. Overweeg toevoegen vancomycine.

Behandelduur

  • Pneumokokken/Haemophilus: 10 dagen
  • Meningokokken: 7 dagen
  • Dexamethason heeft bewezen effect in hoge-inkomenslanden

Contactprofylaxe meningokokken

Huishoudcontacten: 500-800x verhoogd risico

Rifampicine: 2×10 mg/kg/dag (max 600mg), 2 dagen

Parasitaire CZS-infecties
Overzicht tropische verwekkers
Aandoening Verwekker Kliniek/Opmerkingen
Amoeben-hersenabces E. histolytica Hersenabces, zeldzaam, vaak fataal
Primaire amoeben-meningoencefalitis Naegleria, Acanthamoeba Vrijlevende amoeben (water), meningitis/encefalitis
Trypanosomiasis T. gambiense, T. rhodesiense Slaapziekte, encefalitis
Trichinose Trichinella spiralis Epilepsie; soms encefalitis met focale uitval
Angiostrongyliasis Angiostrongylus cantonensis Eosinofiele meningitis
Gnathostomiasis Gnathostoma spinigerum Laesies hersen/ruggenmerg; eosinofiele meningitis
Schistosomiasis S. mansoni, S. japonicum, S. haematobium Katayama-syndroom; granuloom (epilepsie); myelitis
Paragonimiasis Paragonimus westermani Granuloom (epilepsie); niet frequent
Cysticercose Taenia solium Cysten in hersenen; epilepsie (wereldwijd meest voorkomende oorzaak)
Echinococcose Echinococcus granulosus Cysten hersen/ruggenmerg; niet frequent

Overige CZS-verwekkers

Type Verwekkers
Virussen Mazelen, bof, varicella, HIV, HTLV-I, rabiës, arbovirussen
Bacteriën T. pallidum, Leptospira, B. burgdorferi, Borrelia, Brucella, Rickettsiae
Protozoa P. falciparum, Trypanosoma spp., E. histolytica, Naegleria
Fungi Cryptococcus (bij AIDS)
Virale Encefalitis
Arbovirussen en andere verwekkers

Verwekkers virale meningoencefalitis

  • Epidemisch: Enterovirussen, echovirus 9 (met rash), poliovirus, coxsackie B
  • Sporadisch: HSV
  • Arbovirussen (vectorovergedragen):
    • Japanse B-encefalitis (Zuidoost-Azië)
    • St. Louis encefalitis
    • Eastern/Western equine encefalitis
    • FSME (Früh-sommer meningoencephalitis)
  • Overige: Dengue, Lassa koorts, rabiës

Kliniek

Aspecifiek begin: hoofdpijn, bewustzijnsverandering, delier, coma, convulsies. Klassieke meningitis-tekenen kunnen minder duidelijk zijn.

Differentiaaldiagnose: Naast virale verwekkers ook malaria en trypanosomiasis overwegen. Soms ook bij trichinose, cysticercose, toxocariasis, en tijdens behandeling van onchocerciasis/loiasis.

Behandeling

  • Herpes encefalitis: Aciclovir 30 mg/kg/dag i.v. in 3 doses
  • Fungale meningitis (Crypto): Amfotericine B 0.3-0.7 mg/kg/dag

Cryptococcen meningitis

Meest voorkomend bij AIDS. Subacute presentatie met koorts, hoofdpijn, visuele stoornissen.

Neurocysticercose
Larven van Taenia solium
Let op: Transmissie via feco-orale route (niet door varkensvlees eten!)

Kliniek

  • Epilepsie
  • Hoofdpijn
  • Focale uitval

Diagnose

CT/MRI (cysten, calcificaties), serologie

Behandeling Neurocysticercose (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Albendazol 15 mg/kg/dag in 2 doses (max 800mg/dag), 8-30 dagen 15 mg/kg/dag in 2 doses, 8-30 dagen
+ Praziquantel
(bij >2 laesies)
50 mg/kg/dag 10-14 dagen 50 mg/kg/dag 10-14 dagen
+ Dexamethason 0.1 mg/kg/dag (start 1 dag vóór anti-parasitair) 0.1 mg/kg/dag
Anti-epileptica Gedurende en na behandeling Gedurende en na behandeling

Cave: Oculaire/spinale cysticercose: geen antihelminthica (risico blindheid/paralyse). Eerst neurochirurgische interventie.

Taeniasis (Intestinale Lintworminfectie)
Taenia saginata, T. solium, T. asiatica

Transmissie: Rauw/onvoldoende verhit varkensvlees (T. solium) of rundvlees (T. saginata)

Behandeling Taeniasis (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Praziquantel 10 mg/kg eenmalig 10 mg/kg eenmalig
Alternatief: Niclosamide 2g eenmalig (goed kauwen) 11-34 kg: 1g; ≥35 kg: 1.5g eenmalig

NB: Bij T. solium: laxeren na behandeling om auto-infectie te voorkomen.

Overige Acute Toestanden
Koorts en verwardheid zonder meningitis

Acute toestanden met koorts, verwardheid, bewustzijnsverandering, desoriëntatie, onrust, hallucinaties kunnen voorkomen bij:

  • Malaria
  • Pneumonie
  • Buiktyfus
  • Vroege meningitis/encefalitis
  • Metabole encefalopathie (zonder koorts)

Acute verwardheid ZONDER koorts

Overweeg:

  • Intoxicaties (alcohol, opioïden, cocaïne)
  • Hypoglycemie (vaker in tropen door alcohol, malaria, hepatitis, ondervoeding)
  • Shock
  • Lever-/nierfalen
  • Vitamine deficiënties
  • Trauma, CVA, subduraal hematoom
Bij metabole/toxische encefalopathie is liquor normaal.

Heat Stroke (Zonnesteek)

Kenmerken: Lichaamstemperatuur >40-41°C, hoofdpijn, verwardheid, agressief gedrag, delier, vaak fataal.

Mechanisme: Verminderde transpiratie

Behandeling:

  • Koelen (natte sponzen + ventilatie)
  • Koele omgeving
  • Vocht/rehydratie
Cave: Sluit infectieuze oorzaak uit (malaria!)

Empirische behandeling bij coma

  • Glucose 50%: 50 ml i.v.
  • Naloxon: 0.4-0.8 mg i.v.
  • Thiamine: 100 mg i.v.

Malaria

Quiz
Parasitologie & Taxonomie
Plasmodium als parasiet

Taxonomische classificatie

  • Rijk: Protozoa (eencellige eukaryoten)
  • Stam: Apicomplexa (voorheen Sporozoa)
  • Klasse: Aconoidasida
  • Orde: Haemosporida
  • Familie: Plasmodiidae
  • Genus: Plasmodium (5 soorten infecteren mens)

Apicomplexa kenmerken

Apicomplexa zijn obligate intracellulaire parasieten gekenmerkt door het apicale complex - een gespecialiseerde structuur voor gastheercel-invasie. Dit complex bevat rhoptriën, micronemen en dense granules die invasie-eiwitten secreteren. Alle Apicomplexa hebben complexe levenscycli met seksuele en aseksuele vermenigvuldiging.

Gastheer-relaties

  • Definitieve gastheer = Anopheles mug: Seksuele vermenigvuldiging (gametogonie) vindt plaats in de mug
  • Tussengastheer = mens: Aseksuele vermenigvuldiging (clonale expansie) in lever en erytrocyten
  • De mug lijkt niet ziek te worden van de malaria-infectie
  • P. falciparum, vivax, ovale, malariae zijn strikt humaan; P. knowlesi is een zoönose (primaten-reservoir)

Gametocyten

  • Gametocyten zijn de seksuele vormen die door de mug worden opgenomen
  • Niet pathogeen voor de mens (veroorzaken geen ziekteverschijnselen)
  • Moeilijk te elimineren met standaard antimalarica; primaquine heeft gametocytocidale werking
Epidemiologie
Wereldwijde verspreiding en ziektelast

Ziektelast (WHO 2023)

  • 249 miljoen cases per jaar (2022)
  • 608.000 sterfgevallen per jaar
  • 95% van de cases en sterfgevallen in Sub-Sahara Afrika
  • 80% van de sterfte betreft kinderen <5 jaar
  • Zwangeren: verhoogd risico op ernstige anemie, laag geboortegewicht, maternale sterfte
  • P. falciparum = ~75% van alle malaria wereldwijd; Nigeria en Congo samen >20% van globale burden
  • Semi-immuniteit: Na meerdere infecties op jonge leeftijd ontwikkelt zich partiële immuniteit (vanaf ~5 jaar), waardoor minder risico op ernstig beloop

Transmissie

  • Vector: Vrouwelijke Anopheles mug (>40 soorten kunnen malaria overdragen)
  • Bijtijd: Voornamelijk schemering tot dageraad (crepusculair/nachtelijk)
  • Mug = definitieve gastheer (seksuele voortplanting in mug)
  • Mens = tussengastheer (aseksuele vermenigvuldiging)
  • Andere transmissieroutes (zeldzaam): bloedtransfusie, naaldprik, congenitaal

Geografische distributie per species

Species Primaire regio's Opmerkingen
P. falciparum Sub-Sahara Afrika, Zuidoost-Azië, Amazone Dominant in Afrika (>99% van cases), meest lethaal
P. vivax Zuid-/Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika, Hoorn van Afrika Meest wijdverspreid, zeldzaam in West-Afrika (Duffy-negatief)
P. ovale West-Afrika, Filipijnen Relatief zeldzaam
P. malariae Wereldwijd in tropische gebieden Lage prevalentie, chronische infecties mogelijk
P. knowlesi Zuidoost-Azië (Maleisië, Borneo) Zoönose (apen-reservoir), dagelijkse koortscyclus
Malaria wereldwijde distributie 2025
Wereldwijde malaria distributie en endemiciteit (2025)

Risicofactoren voor transmissie

  • Klimaat: Temperatuur 20-30°C optimaal; parasiet overleeft niet onder ~20°C
  • Hoogte: Transmissie neemt af >1500-2000m (te koud voor mug/parasiet)
  • Seizoen: Piek tijdens/na regenseizoen
  • Urbanisatie: Lagere transmissie in steden (minder broedplaatsen)

Geïmporteerde malaria (Nederland)

  • ~200-300 gevallen per jaar (pre-COVID, stijgend na reishervatting)
  • >90% P. falciparum, vooral uit West-Afrika
  • Risicogroepen: VFR-reizigers (Visiting Friends & Relatives), expats, toeristen zonder profylaxe
  • Gemiddeld 1-3 sterfgevallen per jaar (vaak door vertraagde diagnose)
Levenscyclus
Kernpunten voor begrip behandeling

Fase 1: Exo-erytrocytaire schizogonie (lever)

  • Sporozoïeten worden geïnjecteerd door vrouwelijke Anopheles mug
  • Migratie naar lever binnen 30 minuten
  • Invasie van hepatocyten via circumsporozoïet proteïne (CSP)
  • Tissue schizont: de delingsvorm van de parasiet in de lever - ingekapseld in hepatocyten en niet detecteerbaar in het bloed
  • Slechts enkele sporozoïeten bereiken de lever → zeer lage aantallen, haast niet aan te tonen
  • Na 7-10 dagen is de eerste replicatiecyclus voltooid → 10.000-30.000 merozoïeten per hepatocyt worden vrijgelaten
  • Duur totale leverfase: 5-16 dagen (soort-afhankelijk) - asymptomatisch
  • Hypnozoïeten: slapende leverstadia bij P. vivax en P. ovale - kunnen maanden-jaren persisteren

Fase 2: Erytrocytaire schizogonie (bloed)

  • Merozoïeten infecteren erytrocyten via verschillende receptoren (P. vivax: Duffy-antigen)
  • Bloedstadia progressie:
    • Ring stadium: Vroege vorm direct na invasie, karakteristieke ring-morfologie op bloeduitstrijk (centrale vacuole)
    • Trofozoïet: Actief voedende en groeiende vorm, vult geleidelijk de erytrocyt, metabolisch zeer actief
    • Schizont: Delingsvorm met meerdere kernen, bevat rijpende merozoïeten (8-32 stuks)
  • Cyclus: 24u (P. knowlesi), 48u tertiana (P. falciparum, vivax, ovale), 72u quartana (P. malariae)
  • Schizont-ruptuur veroorzaakt koortspieken (pyrogene cytokines)
  • P. falciparum: cytoadherentie aan endotheel via PfEMP1 → sequestration → microvasculaire obstructie
  • Haem-detoxificatie: Parasiet verteert hemoglobine en moet toxisch Fe²⁺ detoxificeren door polymerisatie tot hemozoïne - target voor antimalarica (chloroquine, artemisinine)

Fase 3: Gametocytogenese (seksuele voortplanting)

  • Enkele merozoïeten differentiëren tot gametocyten (♂ en ♀)
  • Opname door mug tijdens bloedmaal
  • In mugdarm: fusie tot zygote → ookineet → oöcyst → sporozoïeten
  • Sporozoïeten migreren naar speekselklieren - cyclus compleet
Malaria levenscyclus diagram
Malaria levenscyclus: exo-erytrocytaire en erytrocytaire schizogonie
Klinische relevantie: Hypnozoïeten verklaren late relapses bij P. vivax/ovale. Primaquine is nodig voor radicale cure omdat het de enige beschikbare hypnozoïticide is (werkt op leverstadium).
Plasmodium soorten
Kenmerken en ernst
Soort Incubatie Kenmerk Ernst
P. falciparum 7-14d Geen hypnozoïeten Fataal
P. vivax 12-17d Hypnozoïeten, tertiana, Duffy-afhankelijk Mild
P. ovale 15-18d Hypnozoïeten, tertiana Mild
P. malariae 18-40d Quartana, chronische infectie mogelijk Mild
P. knowlesi 9-12d Zoönose (apen), dagelijks (24u) Ernstig
Duffy-factor: P. vivax vereist Duffy-antigeen (DARC) voor erytrocyt-invasie. West-Afrikanen zijn vaak Duffy-negatief (~95%), waardoor P. vivax daar zeldzaam is. Ongeveer 50% van de wereldbevolking is Duffy-positief.
Microscopie van vijf Plasmodium soorten in dunne bloeduitstrijk
Microscopische kenmerken van de vijf humane Plasmodium soorten in dunne bloeduitstrijk
Diagnostiek
Testen en interpretatie

Klinische urgentie

Malaria kan altijd ernstig verlopen - P. falciparum is potentieel fataal
  • Een patiënt kan er "goed uitzien" maar een hoge parasitemie hebben die snel kan verslechteren
  • Parasitemie bij P. falciparum: >5% = gecompliceerde malaria
  • P. vivax, P. ovale, P. malariae: parasitemie blijft meestal <2% (infecteren alleen reticulocyten of oude erytrocyten)
  • Bij P. falciparum correleert stijgende parasitemie met verhoogd mortaliteitsrisico

Microscopisch onderzoek

Test Doel Sensitiviteit Details
Dikke druppel Screening - parasieten detecteren ~50 parasieten/µL
(~0,002%)
• Geconcentreerd (30-40× meer bloed dan dunne druppel)
• Erytrocyten zijn gehemolyseerd → parasieten liggen "los"
Detectielimiet: 6 min kijken, 0,6 µL bloedvolume
Gouden standaard voor detectie
Let op: Soortbepaling lastiger (morfologie verloren)
• Bij negatief: herhaal na 8-24u
Dunne druppel (bloeduitstrijk) Species-identificatie & parasitemie kwantificeren 50-100 parasieten/µL • Erytrocyten intact - morfologie beoordelbaar
• Species-determinatie (P. falciparum vs vivax/ovale/malariae)
• Parasitemie % bepalen
• Stadium herkenning (ring/trofozoïet/schizont/gametocyt)

Giemsa kleuring - techniek

Stap Dunne druppel (thin smear) Dikke druppel (thick smear)
1. Prepareren Druppel bloed uitstrijken in dunne monolaag Druppel bloed uitsmeren over ~1 cm² (dikke laag)
2. Drogen Aan de lucht laten drogen Volledig laten drogen (minimaal 30 min, liefst overnight)
3. Fixeren Methanol fixeren (essentieel!) - behoudt erytrocyt-morfologie NIET fixeren - erytrocyten moeten lyseren
4. Kleuren Giemsa kleuring: standaard 30 minuten voor optimaal contrast. Quick stain (3-5 min) mogelijk maar minder nauwkeurig
5. Beoordelen Olie-immersie objectief (100× vergroting)
Kwaliteitsfactoren microscopie:
  • Observer-ervaring: Detectie en species-identificatie sterk afhankelijk van training
  • Beoordelingstijd: Minimaal 100-200 velden bij dikke druppel voordat "negatief" geconcludeerd wordt
  • Bloedvolume: Te weinig bloed = lagere sensitiviteit
  • Kleuringskwaliteit: Suboptimale kleuring bemoeilijkt morfologische beoordeling
  • Dikke druppel: Parasieten liggen los na hemolyse → morfologie minder duidelijk → soortbepaling lastiger
Praktische aanpak: Combineer altijd dikke + dunne druppel
  • Dikke druppel: Snel screenen op aanwezigheid parasieten
  • Dunne druppel: Species bepalen en parasitemie meten
  • Bij negatief: herhalen na 8-12u (minimaal 2-3× bij verdenking)
Thin smear morphology of Plasmodium species showing different life stages

Dunne druppel morfologie van Plasmodium species - verschillende levensstadia en species-specifieke kenmerken

Morfologische beoordeling dunne druppel

Systematische beoordeling:
  1. Stap 1: Wat voor preparaat is het? (dikke druppel of uitstrijk)
  2. Stap 2: Beoordeel erytrocyten - dicht bij elkaar, niet teveel over elkaar (goede spreiding)
  3. Stap 3: Van buiten naar binnen kijken - cellen, plasma, karakteristieken

Herkenning parasiet: Zoek naar kern + vacuole + cytoplasma samen. Bij meerdere exemplaren met deze kenmerken = bevestiging malaria.

Kenmerk Species Beschrijving
Maurer clefts P. falciparum Grove, onregelmatige rode/roze vlekken in geïnfecteerde erytrocyt. Zichtbaar in trofozoïet stadium.
Schüffner dots P. vivax, P. ovale Fijne, regelmatige kleine paarse stipjes verspreid over de erytrocyt.
Vergrote erytrocyt P. vivax, P. ovale Geïnfecteerde erytrocyt is vergroot (infecteren reticulocyten).
Normale/kleine erytrocyt P. falciparum, P. malariae Erytrocyt behoudt normale grootte of is verkleind.
Banaanvormige gametocyten P. falciparum Karakteristieke halvemaanvorm, pathognomonisch voor falciparum.

Parasietendichtheid & Interpretatie

Parasietendichtheid Parasitemie % Klinische betekenis
<50 parasieten/µL <0.1% Lage parasitemie - vroege infectie of suppletie door profylaxe
50-1000 parasieten/µL 0.1-2% Matige parasitemie - typisch ongecompliceerde malaria
1000-10,000 parasieten/µL 2-20% Hoge parasitemie - risico complicaties
>10,000 parasieten/µL >20% Hyperparasitemie - WHO criterium gecompliceerde malaria (>10% niet-immuun, >2% semi-immuun)
Belangrijke nuance: Parasietendichtheid correleert niet altijd met klachten!
  • Sequestration (P. falciparum): Mature stadia plakken aan endotheel → niet zichtbaar in perifeer bloed → onderschatting parasitemie!
  • Schizonten in perifeer bloed: Indicatie van hoge parasite densiteit in weefsel (normaal sequestreren schizonten)
  • Semi-immuun personen: Hoge parasitemie mogelijk met minimale klachten (tolerantie)
  • Niet-immuun personen: Ernstige klachten mogelijk bij lage parasitemie
  • Behandeling: Kliniek bepaalt ernst, niet alleen parasitemie!

Rapid Diagnostic Tests (RDT)

Antigeen Detecteert Voordelen Beperkingen
HRP-2
(Histidine-Rich Protein 2)
P. falciparum specifiek • Hoge sensitiviteit
• Stabiel bij hoge temp
• Ook bij lage parasitemie
• Blijft 2-6 weken positief na kuur!
• Niet bruikbaar voor therapie-evaluatie
• HRP-2 deletie (genetische variant)
pLDH
(pan-Lactaat Dehydrogenase)
Alle Plasmodium species • Pan-malaria detectie
• Negatief binnen 1 week na succesvolle behandeling
• Lagere sensitiviteit dan HRP-2
• Minder stabiel bij opslag
RDT beperkingen:
  • NOOIT alleen RDT gebruiken - altijd combineren met microscopie
  • RDT kan fout-negatief zijn bij zeer lage parasitemie
  • RDT geeft geen parasitemie % (kan niet ernst beoordelen)
  • Species-specificiteit beperkt (bijv. kan P. vivax/ovale/malariae niet onderscheiden)
  • HRP-2: 99% van P. falciparum heeft HRP-2 antigeen; detectielimiet ~100 p/µL

Alternatieve detectiemethoden

Methode Detectielimiet Toepassing
LAMP
(Alethia)
~1 parasiet/µL Hoge sensitiviteit screening voor lage parasitemie (<50 p/µL). Moleculaire test.
QBC tube
(Quantitative Buffy Coat)
~5 parasieten/µL Bloed afdraaien, buffy coat analyseren onder UV-licht. Snelle screening.
PCR <1 parasiet/µL Gouden standaard sensitiviteit. Duur, niet point-of-care. Confirmatie/research.

Screeningstesten bij reizigers

Indicaties voor malaria screening:
  • Post-reis screening (asymptomatisch):
    • Langdurig verblijf (>3 maanden) in endemisch gebied
    • Frequente korte reizen naar hoogrisico gebied
    • VFR (Visiting Friends & Relatives) zonder profylaxe
    • Screening kan met dikke druppel of PCR
  • Koorts binnen 3 maanden na terugkeer uit endemisch gebied:
    • ALTIJD malaria uitsluiten - ook bij andere diagnose!
    • Dikke + dunne druppel (minimaal 2-3×)
    • P. vivax/ovale kunnen tot 1 jaar na reis debuteren (hypnozoïeten)
  • Bloeddonatie: 3-12 maanden uitstel na verblijf malariagebied (risico transfusie-malaria)
Kliniek & Sequelae
Symptomen, laboratorium en orgaanschade

Ongecompliceerde malaria

Let op: Koorts kan aspecifiek zijn! Lage drempel voor testen.
  • Koorts - Vaak intermitterend, maar kan ook continu
  • Koude rillingen → koorts → zweten (klassieke cyclus)
  • Hoofdpijn
  • Spierpijn, malaise
  • Misselijkheid, braken, diarree
  • Splenomegalie (bij herhaalde infecties)

Laboratoriumafwijkingen

  • Trombocytopenie: Frequent, maar plaatjes zijn functioneel (in tegenstelling tot dengue). Bloedingen pas bij zeer lage waarden (<3-4 × 10⁹/L) of bij co-infectie
  • Anemie: Hemolyse door erytrocyt-destructie + milt-klaring
  • Leukocyten: Normaal of licht verlaagd. Leucocytose/linksverschuiving suggereert bacteriële co-infectie

Splenomegalie - mechanisme

Erytrocyten passeren regelmatig de milt (alle bloed passeert ~elke 15-20 min). Geïnfecteerde erytrocyten zijn minder flexibel en worden door de milt "uitgefilterd" en geëlimineerd. Dit leidt tot splenomegalie. Bij asplenie (functioneel of chirurgisch) risico op ernstig beloop.

Vasculaire sequelae (P. falciparum)

Door cytoadherentie (PfEMP1) hopen geïnfecteerde erytrocyten zich op in capillairen van eindorganen, wat leidt tot:

  • Cerebraal: Coma, hersenzwelling (cerebrale malaria)
  • Renaal: Acute nierinsufficiëntie, malaria-nefropathie (IgA-depositie bij recidiverende infecties)
  • Pulmonaal: ARDS door capillaire lekkage
  • Placentair: Laag geboortegewicht, maternale anemie
Gecompliceerde malaria
WHO-criteria (P. falciparum)
Bij elk criterium: IC-opname + IV artesunaat

Rapid Clinical Assessment

Alarmsignalen bij klinische beoordeling:
  • Uitputting - Extreme vermoeidheid, verminderd bewustzijn
  • Snel ademhalen (Sepsis) - Tachypneu, tekenen respiratoire nood
  • Neurologische achteruitgang - Verminderd bewustzijn, convulsies, focale tekenen
  • Hemodynamische instabiliteit - Hypotensie, tachycardie, tekenen shock

WHO-criteria gecompliceerde malaria

Criterium Definitie
Cerebrale malariaComa (GCS ≤11), niet door andere oorzaak
Ernstige anemieHb <5 g/dL of Ht <15%
Acute nierinsufficiëntieCreat >265 µmol/L of urine <400mL/24u
ARDSPulmonaal oedeem
HypoglycemieGlucose <2.2 mmol/L
ShockSBP <80 mmHg met tekenen hypoperfusie
Hyperparasitemie>10% (niet-immuun) of >2% (semi-immuun)
AcidosepH <7.35 of bicarbonaat <15 mmol/L
HemoglobinurieBlackwater fever
DICSpontane bloedingen
Herhaald braken/convulsiesOnvermogen medicatie in te nemen
Vochtbeleid - Cave iatrogene ARDS: Bij ernstige malaria is vochtrestrictie essentieel. Door capillaire lekkage (parasiet-geïnduceerd) en renale betrokkenheid kan overmatige vochttoediening longoedeem induceren. Streef naar 1-2 mL/kg/uur (niet 30-50 mL/kg/uur zoals bij sepsis).
Cerebrale malaria: Coma met hersenzwelling, vooral bij kinderen. Na succesvolle behandeling relatief weinig neurologische restverschijnselen bij overlevers.
Behandeling (NVP Richtlijn 2020)
Per soort en ernst

Malaria tropica (P. falciparum) - Ongecompliceerd

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Artemether/lumefantrine (Riamet®) 4 tab op t=0, 8, 24, 36, 48, 60u (met vetrijk voedsel) 5-<15 kg: 1 tab; 15-<25 kg: 2 tab; 25-<35 kg: 3 tab; ≥35 kg: 4 tab per gift
Alternatief: Atovaquon/proguanil (Malarone®) 4 tab 1dd gedurende 3 dagen 5-8 kg: 2 ped tab; 9-10 kg: 3 ped tab; 11-20 kg: 1 tab; 21-30 kg: 2 tab; 31-40 kg: 3 tab
Alternatief: DHA-piperaquine (Eurartesim®) Gewichtsafhankelijk, 1dd 3 dagen 36-<75 kg: 3 tab; 75-100 kg: 4 tab 1dd 3 dagen

Malaria tropica - Gecompliceerd (WHO-criteria)

FaseBehandelingDosering
Acuut Artesunaat IV 2.4 mg/kg op t=0, 12, 24 uur, daarna elke 24 uur
Na stabilisatie Orale artemether/lumefantrine Completeer 3-daagse kuur zodra orale intake mogelijk
Let op: IC-opname noodzakelijk. Monitor: glucose (hypoglycemie!), nierfunctie, Hb, parasitemie. Post-artesunaat hemolyse: Hb controles tot 4 weken na behandeling.

Malaria tertiana (P. vivax / P. ovale)

FaseMiddelVolwassenenKinderen
Bloedstadium Chloroquine 600mg base dag 1, 300mg dag 2-3 10 mg base/kg dag 1, 5 mg/kg dag 2-3
Hypnozoïeten Primaquine 0.25-0.5 mg/kg (max 30mg) 1dd 14 dagen 0.25-0.5 mg/kg 1dd 14 dagen
⚠️ Cave G6PD-deficiëntie: Altijd G6PD bepalen vóór primaquine! Bij deficiëntie: primaquine 0.75 mg/kg 1x/week gedurende 8 weken (onder controle).

Malaria quartana (P. malariae)

MiddelVolwassenenKinderen
Chloroquine 600mg base dag 1, 300mg dag 2-3 10 mg base/kg dag 1, 5 mg/kg dag 2-3

Geen hypnozoïeten, dus geen primaquine nodig

Malaria knowlesi (P. knowlesi)

ErnstBehandeling
Ongecompliceerd Artemether/lumefantrine (als P. falciparum)
Gecompliceerd Artesunaat IV (als ernstige P. falciparum)
Let op: P. knowlesi heeft 24-uurs cyclus → kan snel verslechteren. Laagdrempelig als gecompliceerd behandelen.

Follow-up & Monitoring

Moment Controle
Dag 2 en 3Parasitemie moet dalen
Dag 7Controle parasitemie (moet negatief)
Dag 28Late recrudescence uitsluiten
P. vivax/ovaleControle tot 1 jaar (relapse door hypnozoïeten mogelijk)
Let op: Bij P. vivax/ovale is primaquine geïndiceerd om relapse te voorkomen. G6PD-bepaling vooraf aanbevolen vanwege risico op hemolyse bij deficiëntie.

Preventie (4 onderdelen)

ABCD & Beslisboom
Risico bepalen en advies
ABCD-regel:
  • Awareness - Bewustzijn van risico
  • Bite prevention - Muggenbeten voorkomen
  • Chemoprophylaxis - Medicamenteuze preventie
  • Diagnosis - Snelle diagnose bij koorts

Beslisboom Malariapreventie

Reis naar malariagebied?
Bepaal risiconiveau bestemming
HOOG RISICO
Sub-Sahara Afrika, PNG
✓ Chemoprofylaxe
✓ Muggenbeten preventie
Malarone / Doxy / Lariam
MATIG RISICO
Ruraal ZO-Azië, India
✓ Chemoprofylaxe
✓ Muggenbeten preventie
✓ NB meegeven
Als zorg >48u afstand
LAAG RISICO
Stedelijk ZO-Azië
✗ Geen profylaxe
✓ Muggenbeten preventie
± SBET overwegen
Tenzij: zwanger/IC/splenectomie
GEEN RISICO
>2000m, grote steden
✗ Geen maatregelen
Geen malariapreventie nodig
⚠️ Altijd profylaxe bij risicogroepen:
Zwangeren • ImmuungecompromitteerdenPost-splenectomie • Jonge kinderen

Risicogebieden - Details

Risico Voorbeelden
Hoog Sub-Sahara Afrika, Papua Nieuw-Guinea, Haïti, Solomon eilanden
Matig Ruraal India, ruraal Zuidoost-Azië, Amazonegebied, delen Midden-Amerika
Laag Stedelijk India/Zuidoost-Azië, sommige Caribische eilanden, toeristische resorts
Geen >2000m hoogte, grote steden Zuid-Amerika, Noord-Afrika, Midden-Oosten (meeste)
Chemoprofylaxe
Medicatie keuze en schema's
Middel Dosering Schema
Malarone
(Atovaquon-proguanil)
1 tablet/dag 1-2d voor → tijdens → 7d na
Doxycycline 100mg/dag 1-2d voor → tijdens → 4 weken na
Lariam
(Mefloquine)
1 tablet/week 2-3 weken voor → tijdens → 4 weken na

Keuzeoverwegingen

Situatie 1e keus Contra-indicatie
Standaard / kort (<1 mnd) Malarone -
Lang (>1 mnd) Doxycycline / Lariam -
Zwangerschap Lariam Doxy, Malarone
Borstvoeding Malarone / Lariam Doxycycline
Psychiatric VG Malarone / Doxycycline Lariam
Epilepsie Malarone / Doxycycline Lariam (overleg neuroloog)
Photosensitief Malarone / Lariam Doxycycline
Asplenie / immuungecompromitteerd Laagdrempelig profylaxe Ook bij laag risico gebied

Belangrijkste bijwerkingen

Middel Bijwerkingen Preventie/advies
Malarone Misselijkheid, buikpijn (mild) Innemen met voedsel
Doxycycline Photosensitivity, oesofagitis Zonnebrand! Met water, rechtop blijven 30min
Lariam Neuropsychiatrisch (angst, slapeloosheid, nachtmerries) Testdosis 2-3 weken voor! Bij klachten stoppen
Kinderen: Dosering op gewicht, Malarone vanaf 5kg
Muggenbeten preventie
Bite prevention - essentieel onderdeel preventie
Maatregel Details
DEET 30-50% Op onbedekte huid, herhaal om 4-6u
Permethrine Op kleding en klamboe, houdt meerdere wasbeurten
Klamboe Geïmpregneerd, gaten dicht, instop onder matras
Kleding Lange mouwen/broek bij schemer en 's nachts
Accommodatie Airconditioning of gaas voor ramen
Timing: Anopheles muggen zijn vooral actief tussen schemer en dageraad
Volgorde bij zonnebrand + DEET: Eerst zonnebrandcrème aanbrengen → laten intrekken (15-20 min) → daarna pas DEET. DEET vermindert de werking van zonnebrand, daarom altijd zonnebrand als onderste laag.
Malaria Vaccinatie
Huidige stand van zaken

RTS,S/AS01 (Mosquirix™)

Eerste WHO-goedgekeurde malaria vaccin (oktober 2021), aanbevolen voor kinderen in endemische gebieden
  • Antigeen: Recombinant circumsporozoïet proteïne (CSP) van P. falciparum
  • Werkingsmechanisme: Richt zich op pre-erythrocytaire fase (sporozoïeten/hepatocyten)
  • Schema: 4 doses (6, 10, 14 weken + booster op 18 maanden)
  • Effectiviteit: ~30-40% reductie klinische malaria, ~30% reductie ernstige malaria
  • Doelgroep: Kinderen 5 maanden - 2 jaar in hoog-endemische gebieden
  • Beperking: Partiële en kortdurende protectie, soort-specifiek (alleen P. falciparum)

R21/Matrix-M

  • Nieuwer vaccin met vergelijkbaar mechanisme als RTS,S
  • Hogere effectiviteit gerapporteerd (~75% in trials)
  • WHO prequalificatie verkregen in 2023
  • Snellere en goedkopere productie mogelijk

Uitdagingen malaria vaccinontwikkeling

  • Antigene variatie: PfEMP1 en andere oppervlakte-eiwitten zijn extreem polymorf
  • Complexe levenscyclus: Verschillende antigenen per stadium (sporozoïet, merozoïet, gametocyt)
  • Immuun-evasie: Intracellulaire lokalisatie, antigene shift tijdens infectie
  • Soort-specificiteit: 5 Plasmodium soorten infecteren mens, elk met eigen antigenen
  • Geen steriele immuniteit: Natuurlijke infectie geeft geen complete bescherming

Klinische toepassing reiziger

Huidige malaria vaccins zijn niet geïndiceerd voor reizigers naar endemische gebieden vanwege:

  • Beperkte effectiviteit (30-40%) onvoldoende voor individuele bescherming
  • Chemoprofylaxe biedt substantieel betere protectie (>90%)
  • Complex vaccinatieschema (4 doses over 18 maanden)
  • Vaccin ontwikkeld voor mass-vaccinatie programma's in endemische gebieden
Public health impact: Ondanks beperkte individuele effectiviteit heeft RTS,S significant effect op populatieniveau in hoog-endemische gebieden door reductie van transmissie en ernstige ziekte bij jonge kinderen (hoogste risicogroep).

Buiktyfus (Typhoid Fever)

Verwekker & Epidemiologie
Salmonella Typhi

Verwekker: Salmonella enterica serovar Typhi (S. Typhi), gram-negatief
Verwant: S. Paratyphi A, B, C (paratyfus) - klinisch zelfde beeld
Nomenclatuur: Enteric fever = typhoid fever = paratyphoid fever

Pathogenese: Feco-orale transmissie → invadeert darmwand → Peyer's patches → kan ook beenmerg, lever, milt, galblaas koloniseren (chronisch). Re-infectie mogelijk door galexcretie. Intracellulaire bacterie → langere behandelduur nodig.
Endemisch: Met name lage-inkomenslanden. Azië > Afrika. Vooral India, Indonesië, Bangladesh.
  • Transmissie: Feco-oraal (mens is enig reservoir)
  • Incubatie: 3-21 dagen (gemiddeld ~14 dagen)
  • Beloop: 90% ongecompliceerd/subklinisch
  • Risicogroepen: Kinderen en jong volwassenen (hogere incidentie)
  • Mortaliteit: Laag bij adequate behandeling
Resistentie: Kan erg resistent zijn. In Pakistan ook ceftriaxon-resistentie beschreven. Fluoroquinolon-resistentie wijdverspreid in Zuid-Azië.

Vaccinatie

  • Beschermende werking is matig
  • Beschermingsduur slechts 2-3 jaar
  • Overweeg bij reizen naar hoog-endemische gebieden
Kliniek per Week
Progressief beloop
Week Symptomen
Week 1 Geleidelijk stijgende koorts, hoofdpijn, malaise, obstipatie
Week 2 Continue koorts (39-40°C), roseolae, hepatosplenomegalie, relatieve bradycardie
Week 3-4 Complicaties: perforatie, bloeding, encefalopathie

Klinische Clues voor Buiktyfus

Bevinding Toelichting
Relatieve bradycardie Pols past niet bij koorts (Faget's sign)
Trombocytopenie Trombo's lage kant
Leukopenie Leuco's lage kant (ongebruikelijk bij bacteriële infectie)
Verwardheid "Typheus" - encefalopathie
Rose spots (roseolae) Bleke vlekjes op romp, lastig te zien bij donkere huid
Splenomegalie Hepatosplenomegalie
ALAT/ASAT verhoogd Mild verhoogd
Obstipatie Vaker dan diarree!
"Stepladder fever" Geleidelijk stijgende koorts
Diagnostiek & Behandeling
Kweek en antibiotica

Diagnostiek

Test Timing Sensitiviteit
Bloedkweek Week 1-2 40-80%
Beenmergkweek Beste 90%
Feceskweek Week 2-3 30%
Widal serologie Week 2+ Lage specificiteit, beperkt bruikbaar

Behandeling

Ongecompliceerd (poliklinisch)

Azitromycine 1g 1dd gedurende 7 dagen
Eerste keus, met name bij reizen naar Azië

Opname / sepsis

Ceftriaxon 2g 1dd IV 10-14 dagen

Ceftriaxon-resistent (Pakistan e.a.)

Meropenem of Azitromycine

Let op resistentie: Fluoroquinolon-resistentie wijdverspreid in Zuid-Azië! In Pakistan ook ceftriaxon-resistentie.
Klinisch beloop: Ziektebeeld kan lang duren, patiënt kan positief blijven ondanks adequate therapie. Bij ziekste patiënten kan het een week duren voor verbetering optreedt. Hoge koorts en persisterende buikpijn → geduld hebben onder adequate behandeling.

Complicaties (zeldzaam maar ernstig)

  • Intestinale perforatie (2-3%) - week 2-3
  • GI-bloeding
  • DIC (diffuus intravasale stolling)
  • Tyfeuze encefalopathie

Sequelae

  • Cholecystitis - kolonisatie in galwegen
  • Myocarditis
  • Chronisch dragerschap (1-5%, galblaas)

Dengue

Verwekker & Epidemiologie
Denguevirus (flavivirus)

Verwekker: Denguevirus (flavivirus), 4 serotypes (DENV-1 t/m 4)

Transmissie: Aedes aegypti/albopictus (overdag!)
  • Incubatie: 4-10 dagen
  • Verspreiding: Tropisch/subtropisch, stedelijke gebieden
Klassieke Dengue
"Breakbone fever"
  • Hoge koorts (39-40°C) - Bifasisch (zadeldak)
  • Ernstige hoofdpijn, retro-orbitale pijn
  • Artralgie, myalgie - "Breakbone"
  • Misselijkheid, braken
  • Uitslag (maculopapulair, 2e fase)
  • Leukopenie, trombopenie
Waarschuwingssignalen
Transitie naar ernstig
Let op deze signalen!
  • Buikpijn, lever >2cm palpabel
  • Persisterend braken
  • Vocht-accumulatie (ascites, pleuravocht)
  • Slijmvliesbloeding
  • Lethargie, rusteloosheid
  • Snelle Ht-stijging met dalende trombocyten

Ernstige dengue

  • Plasma leakage → shock (DSS)
  • Ernstige bloeding
  • Orgaanfalen (lever, hart, CNS)
Risico DSS: Vaak gevreesd, maar risico in praktijk laag. Vooral bij ouderen, immuungecompromitteerden en kinderen. Niet bij gezonde jonge volwassenen/militairen.
Diagnostiek & Behandeling
Supportive care

Diagnostiek

Test Timing Opmerking
NS1 antigeen Dag 1-5 Vroege fase
IgM serologie Dag 4-5+ Blijft maanden positief
IgG serologie Week 2+ Eerdere infectie, secundaire infectie
PCR Dag 1-5 Specifiek, niet overal beschikbaar

Behandeling

Geen specifieke therapie!

  • Supportive: vocht, pijnstilling (paracetamol)
  • Geen NSAID's/aspirine!
  • Monitoring trombocyten, Ht
  • Geen profylactische trombocytentransfusie

Differentiatie andere arbovirussen

Kenmerk Dengue Chikungunya Zika
Koorts +++ ++ +
Artralgie + +++ (invaliderend) +
Uitslag ++ ++ +++
Conjunctivitis - - ++
Trombopenie +++ + -
Complicatie Shock, bloeding Chronische artritis Microcefalie, GBS
Vaccinatie (Qdenga)
Levend verzwakt vaccin

Indicatie

  • ≥1 jaar na doorgemaakte dengue-infectie
  • Doel: preventie ernstige dengue bij herinfectie met ander serotype

Nuancering DSS-risico

Dengue shock syndroom wordt gevreesd, maar risico blijkt in praktijk laag:

  • Verhoogd risico: ouderen, immuungecompromitteerden, kinderen
  • Laag risico: gezonde jonge volwassenen/militairen
CI: Levend verzwakt vaccin - niet bij immuungecompromitteerden, zwangerschap

Leptospirose

Verwekker & Epidemiologie
Leptospira interrogans (spirocheet)
Top 5 oorzaak koorts uit de tropen!

Transmissie

  • Contact met water/bodem besmet met urine van knaagdieren
  • Penetratie via huid (wondjes) of slijmvliezen

Voorkomen

  • Tropen: Overal, vooral na overstromingen
  • Nederland: Mud runs, city swims, rioolwerkers, agrariërs

Incubatietijd: 1-4 weken (gemiddeld 10 dagen)

Kliniek
Van mild griepachtig tot ziekte van Weil

Milde vorm (90%)

  • Griepachtig beeld
  • Koorts, hoofdpijn, myalgie
  • Rode ogen (conjunctivale injectie) - typisch!

Ziekte van Weil (ernstige vorm, 10%)

Hepatorenaal syndroom - Mortaliteit 5-15%
  • Icterus (lever)
  • Acute nierinsufficiëntie
  • Bloedingen (trombopenie, DIC)
  • ARDS
  • Myocarditis

Denk aan leptospirose bij:

Onbegrepen koorts uit tropen MET lever- én nierfunctiestoornis

Diagnostiek
PCR en serologie
Test Timing Opmerking
PCR (bloed/urine) Week 1 Vroege diagnose
Serologie (MAT) Vanaf week 2 Gouden standaard, serovar-specifiek
Kweek Weken Te langzaam voor acute diagnostiek

Laboratoriumafwijkingen

  • Leverenzymen ↑ (ASAT/ALAT)
  • Bilirubine ↑
  • Creatinine ↑ (nierfunctie)
  • Trombopenie
  • CK ↑ (myositis)
Behandeling
Antibiotica effectief
Ernst Behandeling Duur
Mild Doxycycline 100mg 2dd 7 dagen
Ernstig Penicilline G IV of Ceftriaxon 2g IV 7 dagen

Alternatief: Amoxicilline

Tip: Doxycycline dekt bij onduidelijke tropenkoorts ook: rickettsiose, scrub typhus. Laagdrempelig starten bij ernstig zieke patiënt.
Preventie
Vaccinatie en exposurepreventie

Spirolept vaccin

  • Alleen tegen ziekte van Weil (L. interrogans serovar icterohaemorrhagiae)
  • Beschermt NIET tegen andere serovars
  • Indicatie: beroepsmatige blootstelling (rioolwerkers, agrariërs)

Exposurepreventie

  • Vermijd contact met mogelijk besmet water
  • Wondjes afdekken bij wateractiviteiten
  • Niet zwemmen in stilstaand zoet water na overstromingen

Schistosomiasis (Bilharzia)

Soorten & Verspreiding
5 medisch relevante species
Soort Distributie Doelorgaan
S. mansoni Afrika, Arabië, Zuid-Amerika Darm, lever
S. haematobium Afrika, Midden-Oosten Urinewegen, genitaal
S. japonicum Azië (China, Filippijnen) Darm, lever (ernstigst)
S. intercalatum Centraal-Afrika Darm
S. mekongi Mekong-regio Darm, lever
Transmissie: Cercariae uit zoetwaterslakken penetreren huid bij zwemmen/waden
Acute Schistosomiasis (Katayama)
4-7 weken na expositie
Vooral bij niet-immune reizigers na eerste expositie

Kliniek

  • Koorts, koude rillingen
  • Hoesten, dyspneu
  • Urticaria
  • Hepatosplenomegalie
  • Ernstige eosinofilie

Behandeling

Praziquantel + corticosteroïden

In acute fase zijn eieren nog niet detecteerbaar - behandel op klinische verdenking!

Chronische Schistosomiasis
Maanden tot jaren na infectie
S. mansoni/japonicum S. haematobium
Diarree, buikpijn Hematurie (terminaal)
Hepatomegalie Dysurie
Periportale fibrose (pipe-stem) Ureterobstructie
Portale hypertensie Hydronefrose
Splenomegalie Blaascarcinoom (SCC)

Ectopische schistosomiasis

  • Neuroschistosomiasis - Myelitis, ruimte-innemend proces
  • Pulmonale hypertensie
Diagnostiek & Behandeling
Eieren, serologie, praziquantel

Diagnostiek

Test Bevinding
Feces (S. mansoni/japonicum) Eieren met laterale doorn (mansoni)
Urine (S. haematobium) Eieren met terminale doorn
Serologie Vroege infectie, screening
Biopsie (rectum/blaas) Eieren
Echo lever Periportale fibrose ("pipe-stem")
Ei-morfologie is essentieel voor soort-identificatie: Let op positie en vorm van de doorn (lateraal vs terminaal)
Morfologische kenmerken van verschillende Schistosoma eieren
Microscopische kenmerken van Schistosoma eieren: let op de karakteristieke doorn-posities voor species-identificatie

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Soort Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
S. mansoni, S. haematobium, S. intercalatum, S. mekongi Praziquantel 40 mg/kg in 2 doses op 1 dag 40 mg/kg in 2 doses op 1 dag
S. japonicum Praziquantel 60 mg/kg in 3 doses op 1 dag 60 mg/kg in 3 doses op 1 dag
Speciale situaties
Indicatie Behandeling Opmerkingen
Katayama syndroom Praziquantel + prednison 1-2 mg/kg/dag Steroïden starten vóór praziquantel; herhaal praziquantel na 6-8 weken
Neuroschistosomiasis Praziquantel + dexamethason Hoge dosis steroïden om ontstekingsreactie te onderdrukken
Zwangerschap Praziquantel mag gegeven worden WHO: voordelen > risico's
Opmerkingen:
  • Praziquantel werkt alleen tegen volwassen wormen, niet tegen onrijpe vormen
  • Bij acute infectie (Katayama): behandel eerst met steroïden, praziquantel later herhalen
  • Controle: feces/urine onderzoek 4-6 weken na behandeling

Strongyloidiasis

Verwekker & Epidemiologie
Strongyloides stercoralis
Uniek: Auto-infectie → levenslange infectie mogelijk!
  • Verspreiding: Tropisch/subtropisch, vochtige gebieden
  • Transmissie: Filariform larven in bodem penetreren huid
  • Kan decennia asymptomatisch persisteren
Kliniek
Van asymptomatisch tot hyperinfectie

Mild

  • Cutaan: Larva currens (pathognomonisch) - Snel bewegende urticariële lijn
  • GI: Epigastrische pijn, diarree, misselijkheid
  • Pulmonaal: Hoest, piepen (Löffler-achtig)

Hyperinfectie Syndroom

Bij immunosuppressie (corticosteroïden!, HTLV-1, maligniteit)
  • Massieve larvale invasie
  • Septische shock (gram-negatieve bacteriëmie door darmdoorbraak)
  • Pneumonie, ARDS
  • Meningitis
  • Mortaliteit tot 70%!
Diagnostiek & Behandeling
Ivermectine eerste keus

Diagnostiek

Test Sensitiviteit Opmerking
Feces O&P (1x) 30% Intermittente uitscheiding
Feces (3x) 50-70%
Baermann concentratie 80% Beste directe test
Agarplaat cultuur 90% Larvensporen zichtbaar
Serologie 85-95% Kan kruisreageren, blijft lang positief

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Situatie Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Ongecompliceerd (1e keus) Ivermectine 200 µg/kg dag 1 en 2 >15 kg: Ivermectine 200 µg/kg dag 1 en 2
Ongecompliceerd (alternatief) Albendazol 400 mg 2dd 7 dagen <15 kg: Albendazol 200 mg 2dd 7 dagen
Hyperinfectie syndroom Ivermectine 200 µg/kg/dag tot min. 2 weken na negatieve feces Idem, aanpassen op gewicht
Disseminatie Ivermectine dagelijks + breedspectrum AB (gram-neg dekking) Idem
Cave: Altijd screenen vóór start immunosuppressie (vooral corticosteroïden)! Bij hyperinfectie: mortaliteit tot 70%.
Controle: 3x feces na 2-4 weken, serologie na 6-12 maanden (daling titer). Bij HTLV-1: hogere kans op therapiefalen.
Immuungecompromitteerd: Screening en eradicatie VOOR immunosuppressie!

Andere Darmparasieten

Diagnostische Benadering
Praktisch kader voor huisarts/1e lijn

Twee hoofdgroepen

  • Protozoa (eencelligen) → behandeling: metronidazol
  • Helminthen (wormen) → behandeling: mebendazol/albendazol
Klinisch beeld is non-specifiek! Viraal, bacterieel en parasitair zijn niet te onderscheiden op basis van kliniek alleen. Labdiagnose is nodig: feces microscopie/PCR en/of bloed antilichamen of eosinofilie.

Diagnostische uitdagingen

  • Lage parasietload: Concentratietechnieken nodig om opbrengst te vergroten
  • Intermitterende uitscheiding: Patiënt kan geïnfecteerd zijn maar niet aantoonbaar in feces → triple feces (3x op verschillende dagen)

Rol 1e lijns arts

  • Herkennen van zieke patiënt
  • Feces testen aanvragen (i.o.m. microbioloog)
  • Doorsturen indien nodig
Overzicht Darmparasieten
Protozoa en Helminthen
Parasiet Type Transmissie Symptomen
PROTOZOA (behandeling: metronidazol/tinidazol)
Giardia lamblia Protozoa Feco-oraal, water Diarree, malabsorptie
Entamoeba histolytica Protozoa Feco-oraal Dysenterie, leverabces
Cryptosporidium Apicomplexa Feco-oraal, water Waterige diarree (HIV!)
Cyclospora cayetanensis Apicomplexa Water, voedsel Krampen, diarree (self-limiting)
Cystoisospora belli Apicomplexa Water, fruit Diarree (immuungecompromitteerd)
NEMATODEN (rondwormen - behandeling: albendazol/mebendazol)
Ascaris lumbricoides Nematode Feco-oraal Löffler, obstructie
Hookworm Nematode Huid (bodem) Anemie, eosinofilie
Enterobius vermicularis Nematode Feco-oraal Perianale jeuk (NL!)
Trichuris trichiura Nematode Feco-oraal Dysenterie, prolaps
Strongyloides stercoralis Nematode Huid (bodem) Hyperinfectie syndroom!
CESTODEN (lintwormen - behandeling: praziquantel)
Taenia saginata/solium Cestode Rauw vlees Asymptomatisch, cysticercosis
TREMATODEN (zuigwormen - behandeling: praziquantel)
Schistosoma spp. Trematode Huid (zoetwater) Katayama, blaas/lever
Fasciola hepatica Trematode Oraal (waterkers) Hepatobiliaire klachten
Giardiasis
Giardia lamblia

Epidemiologie: Warmere gebieden, met name kinderen (15/100.000), ouderen ~5/100.000. Bij huisarts: 2-15% van GE >1 week. Vaak asymptomatisch dragerschap.

Transmissie: Feco-oraal. Met name cysten in feces, trofozoïeten weinig in feces.

Kliniek: Waterige, foul-smelling diarree, flatulentie, malabsorptie, gewichtsverlies

Diagnose

Feces antigeen (ELISA), microscopie (cysten/trofozoïeten). NB: Intermitterende uitscheiding → triple feces onderzoek nodig!

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Tinidazol 2g eenmalig 50 mg/kg eenmalig (max 2g)
Alternatief: Metronidazol 500 mg 3dd 5-7 dagen
of 2g 1dd 3 dagen
15 mg/kg/dag in 3 doses, 5-7 dagen

Zwangerschap: Paromomycine 500mg 3dd 7 dagen (niet-resorbeerbaar). Metronidazol liefst na 1e trimester.

Amoebiasis
Entamoeba histolytica/dispar

Transmissie: Feco-oraal, met name tropen/subtropen

Levenscyclus: Cysten in feces (infectieus), trofozoïeten niet infectieus → orale inname cysten

Vormen

  • Asymptomatisch cystendragerschap (grootste deel patiënten per WHO)
  • Luminale infectie: Gastro-enteritis
  • Weefselinvasie: Dikke darm → bloed → lever → evt. long/cerebraal

Kliniek dysenterie: Geleidelijke bloederige diarree, krampen, tenesmus, minimale koorts

Kliniek leverabces: Koorts, RBP-pijn uitstralend naar schouder, leukocytose (geen eosinofilie!). Kenmerkend: vervloeid leverweefsel ("chocolademelk-achtig" i.p.v. pus)

Diagnostiek

  • PCR feces: Standaard, onderscheidt E. histolytica van E. dispar
  • Microscopie: Cysten met jodiumkleuring, trofozoïeten kunnen erytrocyten bevatten (erytrofagie)
  • Serologie: Bij verdenking leverabces

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Asymptomatisch cystendragerschap
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Paromomycine 500 mg 3dd 7 dagen 25-35 mg/kg/dag in 3 doses, 7 dagen
Amoebendysenterie / Leverabces
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Stap 1: Metronidazol 750 mg 3dd 5-10 dagen 30-50 mg/kg/dag in 3 doses (max 2250 mg/dag)
Stap 2: Paromomycine
(cyste-eradicatie)
500 mg 3dd 7 dagen 25-35 mg/kg/dag in 3 doses, 7 dagen

NB: Bij leverabces >5-10 cm of dreigende ruptuur: percutane aspiratie overwegen.

Apicomplexa (Coccidia)
Cryptosporidium, Cyclospora, Cystoisospora

Intracellulaire parasieten uit dezelfde groep als malaria en Toxoplasma.

Cryptosporidium spp.

  • Epidemiologie: Wereldwijd, ~200.000 jonge kinderen overlijden jaarlijks in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië
  • Transmissie: Feco-oraal, drinkwater, rauwe melk, direct contact mens/dier
  • Kliniek: 5-6% van acute gastro-enteritis, 2-4% van persistente diarree. Self-limiting bij immuuncompetenten; ernstig en chronisch bij HIV/AIDS
  • Behandeling: Nitazoxanide (bij immuuncompetenten). Bij HIV: cART meest effectief

Cyclospora cayetanensis

  • Epidemiologie: Tropisch en subtropisch
  • Transmissie: Via water en vers voedsel (groenten, fruit)
  • Kliniek: Intracellulair in intestinaal epitheel. Krampen, diarree, 1-3 maanden self-limiting; bij immuungecompromitteerden kan het langdurig zijn
  • Behandeling: Cotrimoxazol

Cystoisospora belli

  • Epidemiologie: Tropen en subtropen
  • Transmissie: Via water en fruit. Rijpingsstap nodig → geen directe mens-op-mens transmissie
  • Kliniek: Met name bij immuungecompromitteerden. Kan outbreaks geven in ziekenhuizen
  • Behandeling: Cotrimoxazol
Cestoden (Lintwormen)
Taenia saginata/solium, Cysticercosis

Kenmerken: Zoönotisch, ingewikkelde levenscyclus. Larvale stadium (tussenstadium) geeft de ernstigste klinische uiting.

Taenia saginata (Rundervlees) / T. solium (Varkensvlees)

  • Transmissie: Consumptie rauw/onvoldoende verhit vlees met larven → volwassen worm in darm
  • Kliniek adulte worm: Meestal asymptomatisch dragerschap, bijna altijd aantoonbaar in feces. Bij behandeling kan een lange worm uitkomen
  • Cave T. solium: Klassiek varkensvlees, in NL zeldzaam door screening
Cysticercosis (T. solium)
Ontstaat door feco-orale inname van eieren (niet door eten van vlees!). Larven migreren naar weefsels.

Neurocysticercosis

  • Epidemiologie: ~50% van epilepsie wereldwijd in endemische gebieden (NL zeldzaam)
  • Kliniek: Spier (meestal asymptomatisch) of cerebraal → epilepsie
  • Cave: Bij vinden van lintworm in feces → uitsluiten cysticercosis!
  • Diagnostiek: MRI/CT hersenen, serologie

Behandeling

  • Taeniasis (adulte worm): Praziquantel 10 mg/kg eenmalig of Niclosamide
  • Neurocysticercosis: Zie neurocysticercosis sectie (albendazol + corticosteroïden)
Trematoden (Zuigwormen)
Schistosoma, Fasciola hepatica

Kenmerken: Platte wormen (niet lintvorming), levenscyclus altijd via schelpdier (zoetwaterslak). Komen alleen voor bij zoetwatercontact.

Schistosomiasis

Zie Schistosomiasis sectie voor uitgebreide informatie.

  • Transmissie: Via de huid bij zoetwatercontact
  • Acute fase: Katayama syndroom (immuunreactie op worm)
  • Chronisch S. haematobium: Blaaskanker, hematurie
  • Chronisch S. mansoni/japonicum: Hepatische sequelae (portale hypertensie)

Fasciola hepatica (Leverbot)

  • Epidemiologie: Komt ook voor in klimaat als Nederland ("sheep liver rot")
  • Transmissie: Oraal via zoetwater/vegetatie (bijv. waterkers)
  • Locatie: Hepatobiliaire wegen, levensduur ~10 jaar
  • Kliniek: Koorts, RBP-pijn, eosinofilie, hepatomegalie, cholangitis
  • Diagnostiek: Altijd ook serologie (naast feces onderzoek)
  • Behandeling: Triclabendazol (1e keus)
Ascariasis & Hookworm
Rondwormen

Ascariasis (Ascaris lumbricoides - Spoelworm)

Levenscyclus: Oraal → via long/alveoli → opgehoest en ingeslikt → darm → uitgroei tot volwassen worm

  • Pulmonale migratie: Löffler syndroom (hoest, eosinofilie, infiltraten)
  • Intestinaal: Asymptomatisch of obstructie (wormbol), galwegobstructie
  • Bij lage load weinig klachten
Behandeling Ascariasis (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Albendazol 400 mg eenmalig ≥2 jaar: 400 mg eenmalig
1-2 jaar: 200 mg eenmalig
Alternatief: Mebendazol 100 mg 2dd 3 dagen
of 500 mg eenmalig
100 mg 2dd 3 dagen
of 500 mg eenmalig

Cave: Bij Löffler-syndroom eerst prednisolon, pas daarna antihelminthicum (wormen worden actief!)

Hookworm/Mijnworm (Ancylostoma, Necator)

Epidemiologie: Warme gebieden (25-30°C), vochtige omgeving

Levenscyclus: Eieren in grond (via feces hond/kat/mens) → rijping in grond → larven kruipen via huid naar binnen → leven van bloed in dunne darmwand

  • Cutaan: Jeukende dermatitis ("ground itch" bij huidingang)
  • Pulmonaal: Mild (minder dan Ascaris)
  • Intestinaal: IJzergebreksanemie (chronisch bloedverlies bij ernstige infecties)
Behandeling Hookworm (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Albendazol 400 mg eenmalig ≥2 jaar: 400 mg eenmalig
1-2 jaar: 200 mg eenmalig
Alternatief: Mebendazol 100 mg 2dd 3 dagen
of 500 mg eenmalig
100 mg 2dd 3 dagen
of 500 mg eenmalig

NB: Corrigeer ijzergebreksanemie met ijzersuppletie.

Enterobiasis (Enterobius vermicularis - Aarsmade)

Epidemiologie: Komt ook in Nederland voor, met name bij kinderen

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Mebendazol 100 mg eenmalig, na 2 weken herhalen ≥1 jaar: 100 mg eenmalig, na 2 weken herhalen
Alternatief: Pyrantel 11 mg/kg (max 1g) eenmalig, na 2 weken herhalen 11 mg/kg eenmalig, na 2 weken herhalen

NB: Hele huishouden behandelen, hygiënemaatregelen.

Trichuriasis (Trichuris trichiura - Zweepworm)

Transmissie: Soil-transmitted worm (feco-oraal). Eet mee met darminhoud. Goede hygiëne remt verspreiding.

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Albendazol 400 mg 1dd 3 dagen ≥2 jaar: 400 mg 1dd 3 dagen
Alternatief: Mebendazol 100 mg 2dd 3 dagen 100 mg 2dd 3 dagen

Filariasis

Lymfatische Filariasis
Wuchereria bancrofti, Brugia spp.

Verwekkers: Wuchereria bancrofti (>90%), Brugia malayi, B. timori

Vector: Culex, Anopheles, Aedes muggen

Distributie: Tropisch Afrika, Azië, Pacific, Latijns-Amerika

Kliniek

  • Asymptomatisch (microfilaremie)
  • Acute adenolymfangitis (koorts, lymfangitis, orchitis)
  • Chronisch: Lymfoedeem, hydrocele, elephantiasis
  • Tropische Pulmonale Eosinofilie (TPE)

Diagnose

Nachtelijk bloeduitstrijk (microfilarieën - nachtelijke periodiciteit), Antigeen detectie (Og4C3)

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: DEC (diëthylcarbamazine) 6 mg/kg/dag 1dd 12 dagen 6 mg/kg/dag 1dd 12 dagen
Anti-Wolbachia: Doxycycline 200 mg 1dd 4-6 weken ≥8 jaar: 200 mg 1dd 4-6 weken

Cave: DEC NIET bij co-infectie Loa loa (encefalopathie) of onchocerciasis (Mazzotti-reactie)!

TPE: DEC 6 mg/kg/dag in 3 doses, 14-21 dagen.

Loiasis & Onchocerciasis
Loa loa en Onchocerca volvulus

Loiasis

Vector: Chrysops (daas) | Distributie: Centraal/West-Afrika (regenwoud)

  • Calabar zwellingen (migrerende angio-oedeem)
  • Adulte worm door conjunctiva ("eye worm")
  • Eosinofilie
Behandeling Loiasis (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Lage microfilaremie (<8000/ml): DEC Opbouwschema: dag 1: 1 mg/kg, dag 2: 3 mg/kg, dag 3+: 6 mg/kg/dag, totaal 21 dagen Zelfde opbouwschema
Hoge microfilaremie (≥8000/ml) Eerst aferese of albendazol 200mg 2dd 21 dagen om mf te reduceren, daarna DEC Specialist

Cave: Encefalopathie bij hoge microfilaremie! Bepaal mf-load vóór behandeling.

Onchocerciasis (River Blindness)

Vector: Simulium (blackfly) - snelstromend water | Distributie: Sub-Sahara Afrika, Jemen, Latijns-Amerika

  • Huid: Intense jeuk, depigmentatie (leopard skin), lichenificatie
  • Noduli (onchocercomata) - volwassen wormen
  • Ogen: Keratitis, chorioretinitis → blindheid
Behandeling Onchocerciasis (NVP Richtlijn 2020)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Ivermectine 150 µg/kg eenmalig, elke 3-12 maanden herhalen ≥15 kg: 150 µg/kg eenmalig
+ Doxycycline 100 mg 1dd 6 weken (anti-Wolbachia, macrofilaricide) ≥8 jaar: 100 mg 1dd 6 weken

Cave: Eerst Loa loa uitsluiten! Bij co-infectie risico op ernstige reacties. DEC is gecontra-indiceerd (Mazzotti-reactie).

Overige Parasieten

Toxoplasmose
Toxoplasma gondii
Samenvatting: Ubiquitaire protozoa-infectie die bij immuuncompetenten meestal asymptomatisch verloopt, maar bij immuungecompromitteerden (HIV, transplantatie) ernstige cerebrale toxoplasmose kan veroorzaken. Bij primo-infectie in de zwangerschap risico op congenitale afwijkingen (hydrocephalus, chorioretinitis, calcificaties).

Transmissie: Oöcysten (kattenfeces), weefselcysten (rauw vlees)

Kliniek immuuncompetent: Meestal asymptomatisch, lymfadenopathie, moeheid

Kliniek immunogecompromitteerd: Encefalitis (ring-enhancing lesies), chorioretinitis, pneumonitis

Congenitaal: Hydrocephalus, chorioretinitis, intracraniele calcificaties

Behandeling Toxoplasmose (NVP Richtlijn 2020)

Indicatie Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Encefalitis/ernstige infectie Pyrimethamine 200mg dag1, dan 50-75mg/dag + Sulfadiazine 1-1.5g 4dd + Folinezuur 10-25mg/dag, 6 weken Pyrimethamine 2mg/kg dag1, dan 1mg/kg/dag + Sulfadiazine 100mg/kg/dag in 4 doses + Folinezuur
Zwangerschap (preventie transmissie) Spiramycine 3g/dag in 3 doses tot bevalling -
Congenitale toxoplasmose - Pyrimethamine + Sulfadiazine + Folinezuur, 12 maanden
Afrikaanse Trypanosomiasis (Slaapziekte)
Trypanosoma brucei gambiense/rhodesiense
Samenvatting: Dodelijke parasitaire infectie overgedragen door de tseetseevlieg in Sub-Sahara Afrika. Verloopt in twee stadia: eerst hemolymfatisch (koorts, lymfadenopathie, kans op Winterbottom-teken), later meningo-encefalitisch met slaapstoornissen, gedragsveranderingen en uiteindelijk coma. Zonder behandeling altijd fataal.

Vector: Tsetsefly (Glossina)

T.b. gambiense: West-/Centraal-Afrika, chronisch beloop (maanden-jaren)

T.b. rhodesiense: Oost-Afrika, acuut beloop (weken-maanden)

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Eerste stadium (hemolymfatisch)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
T.b. gambiense: Pentamidine 4 mg/kg/dag IM 7 dagen 4 mg/kg/dag IM 7 dagen
T.b. rhodesiense: Suramine Test dose 5mg/kg, dan 20mg/kg IV dag 1,3,7,14,21 Zelfde schema
Tweede stadium (CNS-betrokkenheid)
Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
T.b. gambiense: Fexinidazol (1e keus) 1800mg dag 1-4, dan 1200mg dag 5-10, met voedsel ≥6 jaar en ≥20 kg: gewichtsafhankelijk
T.b. rhodesiense: Melarsoprol 2.2 mg/kg/dag IV 10 dagen (+ prednisolon) Specialist

NB: Liquoronderzoek essentieel voor stadiëring!

Ziekte van Chagas
Trypanosoma cruzi
Samenvatting: Chronische parasitaire infectie endemisch in Latijns-Amerika, overgedragen door triatomine wantsen ("kissing bugs"). Na een vaak onopgemerkte acute fase ontwikkelt 20-30% van geïnfecteerden na jaren tot decennia ernstige chronische complicaties: dilatatieve cardiomyopathie en/of mega-organen (oesofagus, colon).

Vector: Triatomine wants ("kissing bug")

Endemisch: Latijns-Amerika (ook migranten in Europa!)

Acute fase: Romaña-teken (unilateraal periorbitaal oedeem), chagoma, koorts

Chronische fase: Cardiomyopathie, megaoesofagus, megacolon

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Benznidazol 5-7 mg/kg/dag in 2 doses, 60 dagen 5-7 mg/kg/dag in 2 doses, 60 dagen
Alternatief: Nifurtimox 8-10 mg/kg/dag in 3 doses, 90-120 dagen 15-20 mg/kg/dag in 4 doses, 90 dagen

NB: Behandeling effectiever bij acute fase en kinderen. Bij chronische fase met cardiale schade: ondersteunend.

Echinococcose
E. granulosus (cystisch) / E. multilocularis (alveolair)
Samenvatting: Cystische echinococcose (E. granulosus) veroorzaakt langzaam groeiende hydatidecysten, vooral in lever en longen. Alveolaire echinococcose (E. multilocularis) gedraagt zich als maligniteit met invasieve groei en is zonder behandeling fataal. Beide vormen komen voor bij migranten en reizigers uit endemische gebieden (Middellandse Zee, Midden-Oosten, Centraal-Azië).

E. granulosus: Schapen-hond cyclus, cystische hydatid lever/long

E. multilocularis: Vos-knaagdier cyclus, invasieve groei (maligne karakter)

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Vorm Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
E. granulosus (PAIR-procedure) Punctie-Aspiratie-Injectie-Reaspiratie + Albendazol 10-15 mg/kg/dag 1-6 maanden Albendazol 10-15 mg/kg/dag
E. granulosus (chirurgie) Pericystectomie + Albendazol pre/postoperatief Zelfde
E. multilocularis Radicale resectie indien mogelijk + Albendazol 10-15 mg/kg/dag levenslang (of ≥2 jaar na radicale resectie) Specialist

Cave: Anafylaxie bij cystruptuur! WHO-classificatie bepaalt behandelstrategie.

Toxocariasis (Larva Migrans Visceralis)
Toxocara canis/cati
Samenvatting: Infectie met honden-/kattenrondwormlarven (Toxocara) die door het menselijk lichaam migreren maar niet kunnen volgroeien. Viscerale larva migrans presenteert zich met eosinofilie, hepatomegalie en pulmonale infiltraten, vooral bij jonge kinderen met pica/geofagie. Oculaire larva migrans kan leiden tot unilaterale visusdaling door granulomateuze retinitis.

Transmissie: Ingestie Toxocara-eieren (honden-/kattenfeces, zand/grond)

Kliniek: Eosinofilie, hepatomegalie, pulmonale infiltraten, oculaire larva migrans

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Middel Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
1e keus: Albendazol 400 mg 2dd 5 dagen 400 mg 2dd 5 dagen
Alternatief: Mebendazol 100-200 mg 2dd 5 dagen 100-200 mg 2dd 5 dagen

Oculaire toxocariasis: + Corticosteroïden, soms vitrectomie. Antihelminthica met zorg (ontstekingsreactie).

Pediculosis (Luizen)
Pediculus humanus, Phthirus pubis
Samenvatting: Ectoparasitaire infestaties die jeuk veroorzaken door luizenbeten en sensibilisatie. Hoofdluis is zeer frequent bij schoolkinderen en onschuldig; schaamluis is een SOA. Lichaamsluis is zeldzaam in Nederland maar belangrijk als vector van vlektyfus, loopgravenkoorts en recurrens-koorts bij slechte hygiëne/dakloosheid.

Hoofdluis: Pediculus humanus capitis

Lichaamsluis: P. humanus corporis (vectorziekte: vlektyfus, loopgravenkoorts)

Schaamluis: Phthirus pubis

Behandeling (NVP Richtlijn 2020)

Type Volwassenen ≥18 jaar Kinderen
Hoofdluis: Dimeticon Toepassen volgens bijsluiter, herhaal na 7 dagen Idem
Hoofdluis: Permethrin 1% 10 min inwerken, uitspoelen, herhaal na 7 dagen ≥2 maanden
Schaamluis Permethrin 1% of Ivermectine 200 µg/kg (bij falen) Permethrin 1%
Lichaamsluis Was kleding/beddengoed 60°C, hygiëne Idem

NB: Neetjes verwijderen met luizenkam. Contactpersonen medebehandelen.

Tuberculose (TBC)

Definitie: TBI vs Tuberculose
Infectie ≠ ziekte
TB-infectie (TBI/LTBI) Tuberculose (ziekte)
Definitie Je hebt TB en het is aantoonbaar, maar je wordt er niet ziek van Actieve ziekte met granulomen, symptomen, besmettelijkheid
Kliniek Asymptomatisch, niet besmettelijk Hoesten, koorts, nachtzweten, gewichtsverlies. Kan besmettelijk zijn
Diagnostiek TST/Mantoux, IGRA X-thorax, sputum (auramine, PCR, kweek)
Behandeling Afhankelijk van richtlijn en context Altijd: 4 middelen (2HRZE/4HR)

Waarom screenen op TBI?

  • Van latente TB (TBI) word je niet ziek, maar er is risico op reactivatie
  • Screenen is zinvol bij personen die later in het leven immuunsuppressiva gaan gebruiken
  • Bij positieve TBI en geplande immuunsuppressie: behandelen vanwege risico op opvlamming
Samengevat: TBI = aantoonbaar, niet ziek → screenen. Tuberculose = ziek → behandelen met 4 middelen.
Epidemiologie
Mycobacterium tuberculosis complex

Wereldwijd (2024)

  • 11 miljoen actieve TBC cases
  • 1.23 miljoen doden/jaar - dodelijkste infectieziekte
  • Incidentie: 131/100.000 (54% man, 35% vrouw, 12% jongeren)
  • CFR: ~15% (vooral door gebrek aan toegang tot zorg)
  • Hoge incidentie: Sub-Sahara Afrika, ZO-Azië, Groenland (HIV-gerelateerd)

Nederland

  • ~780 cases/jaar - voornamelijk importziekte
  • Meldingsplichtige ziekte met bron- en contactonderzoek
  • Top 5 herkomstlanden: Eritrea, Somalië, Marokko, India, Ethiopië

Risicofactoren actieve TB

Pathogenese

  1. Primaire infectie: Meestal asymptomatisch, primo-TB met vergrote mediastinale lymfeklier (incubatie ~8 weken)
  2. Latente TBC: Macrofaag neemt TB-bacterie op → granuloomvorming. 90% blijft latent
  3. Reactivatie: Bij zakken immuunsysteem (bijv. TNF-α remmers) breken granulomen af → TB komt vrij. Hoogste risico in eerste 2 jaar na besmetting
Transmissie & Besmettelijkheid
Druppelinfectie, R-waarde 0-4

Transmissieroutes

  • Druppelinfectie: Hoesten, niezen, zingen - kleine aerosolen die tot alveoli moeten reiken
  • Melk: Ongepasteuriseerde melk (M. bovis)
  • Verticaal: Bij behandeling moeder geen transmissie (tenzij miliaire TBC)

Besmettelijkheid

  • R-waarde: 0-4 (lager dan COVID)
  • Besmettelijke TBC: 60% is pulmonaal, daarvan 45% besmettelijk (auramine+, kweek+ of PCR+)
  • Open TBC: Long-TB, tracheïtis (korte afstand)
  • Persoon met actieve TB besmet gemiddeld 1 contact per maand

Factoren die transmissie bepalen

  • Aantal bacteriën in BAL (bronchoalveolaire lavage)
  • Volume ruimte en ventilatie
  • Nabijheid en cumulatieve duur contact
  • UV-desinfectie
Context: In TB-sanatoria (jaren '30) werden verpleegkundigen zonder bescherming gemiddeld na 16 maanden besmet.

Localisatie

  • 60% pulmonaal
  • Perifere lymfeklieren
  • Mediastinaal/hals
Kliniek
Pulmonaal en extrapulmonaal

Pulmonale TBC

  • Chronische hoest (>2-3 weken)
  • Hemoptoë
  • Nachtzweten
  • Gewichtsverlies
  • Koorts (subfebriel)

Extrapulmonale TBC

  • Lymfadenopathie (scrofuloderm)
  • Pleuritis - pathognomonisch voor recente TB-infectie
  • Meningitis
  • Skelet (Pott's disease)
  • Miliaire TBC - hematogeen verspreide TB, zit overal
  • Urogenitaal
Heterogeen ziektebeeld: Varieert van symptoomvrij (gevangen op X-thorax) tot ernstig ziek. Symptoomvrije patiënten kunnen toch besmettelijk zijn (auramine positief).
Diagnostiek
Actieve TB vs TB-infectie (TBI)
Bij nieuwe TB diagnose: Altijd HIV-test!

Actieve TB diagnostiek

Test Toelichting
X-thorax Screening AZC's, holtes, infiltraten. Follow-up foto's bij endemisch land
Microscopie (auramine) Fluorescerende kleuring. Auramine+ = besmettelijk
PCR Snelle detectie, ook op alle materialen mogelijk
Kweek (vast/vloeibaar) Voor bevestiging en gevoeligheidsbepaling (was gouden standaard)
WGS (sinds 2019) Whole Genome Sequencing - resistenties bepalen op alle materialen

TB-infectie (TBI) diagnostiek

Let op: Mantoux en IGRA testen voor TBI (infectie), niet voor actieve TBC (ziekte).
Test Toelichting
TST/THT (Mantoux) Tuberculine huidtest - screeningstest voor TBI. Meet vertraagde overgevoeligheid
IGRA (bloedtest) Interferon-Gamma Release Assay - screeningstest voor TBI, specifieker dan Mantoux
Bij start TNF-α remmers: IGRA + Mantoux test doen (beide, vanwege risico reactivatie TBI → TBC).

Screening indicaties

  • AZC's: X-thorax, evt. follow-up foto's
  • Endemisch land: ook TBI-screening
  • Voor start TNF-α remmers: IGRA + Mantoux
Behandeling
2HRZE / 4HR schema

Initiële fase (2 maanden) - 2HRZE

Rifampicine (R) 10 mg/kg

Isoniazide (H) 5 mg/kg

Pyrazinamide (Z) 25 mg/kg

Ethambutol (E) 15 mg/kg

Afhankelijk van kweek/WGS uitslag

Continuatiefase (4 maanden) - 4HR

Rifampicine + Isoniazide

Vitamine B6 suppletie

Geïndiceerd bij verhoogd risico op neuropathie:

  • Diabetes mellitus
  • HIV
  • Cachexie/ondervoeding
  • Zwangerschap en borstvoeding

Monitoring

  • Leverfunctie: Isoniazide is hepatotoxisch
  • Nierfunctie: Controle bij start
MDR-TBC (Multi Drug Resistant):
  • Behandeling i.o.m. MMB, infectioloog en GGD TB-artsen
  • BPaL-M schema
  • Kweek moet negatief worden
  • Quarantaine tot niet meer besmettelijk
Epidemiologie & Natuurlijk Beloop
38 miljoen wereldwijd

Hoogste prevalentie: Sub-Sahara Afrika

Transmissie: Seksueel, bloed, verticaal

Vroege verspreiding: HIV bereikt binnen 72 uur de organen. Als RNA-virus integreert het in het humane DNA - daarom is vroege behandeling (PEP) binnen 3 dagen cruciaal.

Natuurlijk beloop (onbehandeld)

  • Acute fase: Hoge viral load, griepachtig beeld
  • Immuunrespons: Eigen afweersysteem brengt virus onder controle
  • Latente fase: Stabiele periode, maar CD4 daalt geleidelijk (gemiddeld ~8 jaar)
  • AIDS-fase: Bij CD4 <200 ontstaan opportunistische infecties

Stadia

Stadium CD4 count Kenmerken
Acute infectie Normaal Mononucleosis-achtig (2-4 weken na infectie)
Asymptomatisch >500 Jaren, geleidelijke CD4-daling
AIDS <200 Opportunistische infecties, maligniteiten

→ Zie Afweerstoornis & Preventie voor vaccinatiebeleid en preventieve maatregelen bij HIV-gerelateerde immunodeficiëntie.

Klinische Presentatie & AIDS
Herkenning en definitie

Acute HIV-infectie (seroconversie)

  • Griepachtig beeld met nadien langdurige vermoeidheid (vergelijkbaar met EBV)
  • Gegeneraliseerde lymfadenopathie - "kralensnoer" in de hals
  • Koorts, faryngitis, uitslag
  • Artralgie, myalgie
  • Orale ulcera
Denk aan HIV bij: Koorts + rash + atypische lymfocyten → differentiaal: EBV/CMV/HIV

Wanneer HIV-test inzetten?

Eigenlijk bij alles waarbij je cellulaire immuniteit verliest of onverwacht gedrag van infecties ziet:

Categorie Indicaties
Constitutioneel Onbegrepen gewichtsverlies, onbegrepen koorts, nachtzweten
Lymfadenopathie Gegeneraliseerde lymfadenopathie, zeker in combinatie met gewichtsverlies
Huidaandoeningen Chronische huidklachten, hardnekkig seborroïsch eczeem, persisterende moeilijk behandelbare dermatosen
Orale manifestaties Orale candida zonder andere verklaring (diabetes, corticosteroïden, antibiotica)
Virale reactivaties VZV (gordelroos) bij jonge mensen - onverwacht bij adequaat immuunsysteem, wijst op cellulaire immuniteitsdeficiëntie
Co-infecties Chronische hepatitis B of C (gedeelde transmissieroutes), recidiverende herpes simplex
Renaal Onverklaarde proteïnurie (HIV-geassocieerde nefropathie - HIVAN)
Recidiverende infecties Bacteriële infecties, pneumonieën, sinusitis - vaker of ernstiger dan verwacht
Vuistregel: Bij elke presentatie die wijst op verlies van cellulaire immuniteit zonder andere verklaring → overweeg HIV-test. De drempel om te testen moet laag zijn - vroege diagnose verbetert prognose aanzienlijk.

AIDS-definitie

CD4 <200 + AIDS-indicator aandoening

AIDS-indicator aandoeningen

  • Kaposi sarcoom - HHV-8 geassocieerd
  • CMV retinitis - kan leiden tot blindheid
  • Pneumocystis jirovecii pneumonie (PJP)
  • Cerebrale toxoplasmose
  • Oesofageale candidiasis
  • Mycobacterium avium complex (MAC)
  • Cryptococcen meningitis
  • EBV-geassocieerd lymfoom

HIV Wasting Syndroom

  • >10% onverklaard gewichtsverlies
  • Chronische diarree (>30 dagen)
  • Chronische koorts (>30 dagen)

Opportunisten per CD4-niveau

CD4 <200 CD4 <100 CD4 <50
TBC (elke CD4!) Cryptosporidium CMV retinitis
Pneumocystis (PJP) Microsporidium MAC
Orale candida Cryptococcen
Bacteriële infecties Toxoplasmose
Leishmaniasis
Behandeling & PEP
cART en post-expositie profylaxe

Combinatie Antiretrovirale Therapie (cART)

  • Triple therapie: Pas vanaf combinatie van 3 middelen is HIV onderdrukbaar
  • Sinds 2008: Beschikbaar als 1 combinatiepil per dag
  • Doel: Ondetecteerbare viral load (U=U: Undetectable = Untransmittable)

Bijwerkingen cART (lange termijn)

  • Dyslipidemie - verhoogd cardiovasculair risico
  • Lipodystrofie - vetverdeling verandert
  • Osteoporose - verhoogd fractuurrisico

Post-Exposure Profylaxe (PEP)

Indicatie: Hoog-risico blootstelling, start binnen 72 uur (liefst <2 uur)

Schema

TDF/FTC + Raltegravir (of Dolutegravir)

Duur: 28 dagen

Rationale: HIV integreert binnen 72u in organen/DNA - vroege behandeling kan dit voorkomen

Militaire Relevantie
Casussen en rode vlaggen
HIV komt voor bij militairen. Bij koorts, ziekte en leuco-/lymfopenie: denk aan EBV, CMV én HIV.

Rode vlaggen voor HIV-screening

  • Onverklaarde leucopenie/lymfopenie
  • Recidiverende infecties (folliculitis, abcessen)
  • Orale candida zonder andere verklaring
  • Onverklaard gewichtsverlies, chronische vermoeidheid
  • Atypische lymfocyten + koorts + rash

Illustratieve casussen

Casus 1: 40-jarige, getrouwd, kinderwens

Leucopenie, lymfopenie. Presentatie met abces, folliculitis, psoriasis, moe, gewichtsverlies.

→ HIV-test overwegen

Casus 2: 30-jarige met chronische diarree

Recidiverende Campylobacter, gewichtsverlies, "vaste heteroseksuele relatie", orale candida, lymfopenie.

→ HIV-positief, laag CD4, full-blown AIDS. Later: EBV-lymfoom.

SOA (Seksueel Overdraagbare Aandoeningen)

Overzicht Meest Voorkomende SOA's
Verwekker, presentatie en behandeling
SOA Verwekker Presentatie Behandeling 1e keus Incubatie
Syfilis Treponema pallidum (spirocheet) Primair: ulcus durum (pijnloos, induratief)
Secundair: huiduitslag (ook palmoplantair), condylomata lata
Tertiair: neurosyfilis, cardiovasculair
Benzathine penicilline G 2.4 MU IM eenmalig
Bij allergie: doxycycline 100mg 2dd 14d
10-90 dagen (gem. 21d)
Gonorroe Neisseria gonorrhoeae (diplocok) ♂: urethrale fluor, dysurie
♀: vaak asymptomatisch, cervicitis
Extra-genitaal: faryngitis, proctitis
Gedissemineerd: artritis, dermatitis
Ceftriaxon 1g IM eenmalig
(+ azitromycine 1g vanwege co-infectie)
2-7 dagen
Chlamydia Chlamydia trachomatis (serotype D-K) ♂: urethritis (>50% asymptomatisch)
♀: cervicitis, PID
Complicaties: epididymitis, SARA (Sexually Acquired Reactive Arthritis: reactieve artritis na SOA, klassieke trias van artritis, urethritis en conjunctivitis)
Azitromycine 1g eenmalig
OF doxycycline 100mg 2dd 7d
7-21 dagen
LGV
(Lymfogranuloma venereum)
C. trachomatis (serotype L1-L3) Stadium 1: kleine papuul/ulcus (transitoir)
Stadium 2: inguinale lymfadenopathie (bubo)
Stadium 3: proctocolitis, fistels
Doxycycline 100mg 2dd 21 dagen 3-30 dagen
Herpes genitalis HSV-2 (>HSV-1) Primo-infectie: pijnlijke blaasjes/ulcera, malaise, koorts
Recidief: mildere klachten
Prodromale jeuk/tintelingen
Aciclovir 400mg 3dd 5-10d (primo)
Indicaties profylaxe: ≥6-10 recidieven/jaar, HIV, psychosociale problemen
2-12 dagen
Chancroid
(zachte sjanker)
Haemophilus ducreyi Pijnlijke, ondermijnde ulcus (vs syfilis: pijnloos)
Inguinale lymfadenopathie (vaak unilateraal)
Zeldzaam in NL, endemisch Afrika/Azië
Azitromycine 1g eenmalig
OF ceftriaxon 250mg IM
3-10 dagen
Trichomonas Trichomonas vaginalis (flagellaat) ♀: vaginitis, groengele schuimende fluor, jeuk
♂: vaak asymptomatisch, soms urethritis
Metronidazol 2g eenmalig
OF 500mg 2dd 7d
Altijd partnerbehandeling!
4-28 dagen
HPV
(genitale wratten)
Humaan papillomavirus (type 6, 11) Condylomata acuminata (vlezige wratten)
Perianaal, genitaal
Type 16, 18 → cervixcarcinoom-risico
Podofyllotoxine crème
OF imiquimod crème
OF cryotherapie
Vaccinatie: Gardasil-9 (preventief)
3 weken - 8 maanden
Schaamluizen
(Pediculosis pubis)
Phthirus pubis (ectoparasiet) Intense jeuk (vooral 's nachts)
Grijsblauwe maculae (gebeten plekken)
Luizen/neten zichtbaar bij pubisbeharing
Permetrine 1% crème (hele lichaam, 10min)
OF ivermectine 200μg/kg PO
Kleding/beddengoed wassen (60°C)
Enkele dagen - weken
Scabiës
(schurft)
Sarcoptes scabiei (mijt) Intense jeuk (erger 's nachts)
Interphalangeale, polsplooien, genitaal
Serpigineuze gangetjes
Ook niet-seksueel overdraagbaar
Permetrine 5% crème (hele lichaam hals-tenen, 8-12u)
Herhalen na 1 week
Gezinsbehandeling!
2-6 weken (primo)
1-4 dagen (re-infectie)
Molluscum contagiosum Poxvirus 1-5mm gladde papels met centrale indeuk ing
Genitaal/pubis bij volwassenen
Gedissemineerd bij HIV
Afwachtend beleid (spontane resolutie)
OF cryotherapie
OF curettage
2-7 weken

Belangrijke overwegingen

  • Partnerbehandeling: Bij alle SOA's partners traceren en behandelen
  • Co-infecties: Screeningsadvies HIV, syfilis, hepatitis B/C bij SOA-diagnose
  • Test-of-cure: Bij gonorroe na 2 weken (toenemende resistentie)
  • Zwangerschap: Syfilis en gonorroe kunnen verticaal overdragen → screening geïndiceerd
  • Meldplicht: Gonorroe, syfilis, hepatitis B, HIV
Syndroomgerichte Benadering
Praktische behandeling
Syndroom Oorzaken Behandeling
Urethritis Chlamydia, Gonorroe Ceftriaxon 1g IM + Azitromycine 1g
Genitale ulcera Syfilis, Herpes, Chancroid, LGV Afhankelijk van presentatie
Vaginale afscheiding Gonorroe, Chlamydia, Trichomonas, BV Syndroombehandeling
Inguinale lymfadenopathie LGV, Chancroid
Epididymitis Chlamydia, Gonorroe Ceftriaxon 1g IM + Doxycycline 100mg 2dd 14 dagen
Recidiverende urethritiden: Verwijs naar uroloog. Overweeg metronidazol 2g p.o. eenmalig (Trichomonas) of valaciclovir (HSV). Laagdrempelig overleg.
Syfilis
Treponema pallidum
Zeer besmettelijk! Ook oraal overdraagbaar zonder seksueel contact (zoenen, gedeeld bestek bij orale laesies).

Stadia

  • Primair: Ulcus durum (pijnloos)
  • Secundair: Uitslag (ook handpalmen/voetzolen), condylomata lata
  • Latent
  • Tertiair: Neurosyfilis, cardiovasculair, gumma
Besmettelijkheid: Stadium 2 kan besmettelijker zijn dan stadium 1 door de uitgebreide huidlaesies en condylomata lata (hoge bacteriële load).

Diagnose

Treponemale testen (blijven levenslang positief):

  • EIA: Screening (reverse algoritme)
  • TPPA: Confirmatie bij discrepantie

Non-treponemale testen (titer daalt na behandeling):

  • RPR/VDRL: Ziekte-activiteit en follow-up

Overig:

  • Window fase: 3 maanden
  • Donkerveldmicroscopie: Direct aantonen bij ulcus

Behandeling

Benzathine penicilline G 2.4 MU IM

Chancroid & LGV
Haemophilus ducreyi & Chlamydia trachomatis

Chancroid

Verwekker: Haemophilus ducreyi

Kliniek: Pijnlijk genitaal ulcus, inguinale bubonen

Azitromycine 1g eenmalig

LGV (Lymphogranuloma venereum)

Verwekker: Chlamydia trachomatis (L1-3)

Populatie: Vooral HIV-positieve MSM

Kliniek: Kleine papel → pijnlijke inguinale lymfadenopathie ("groove sign")

Hepatitis C co-infectie: Frequent bij LGV/HIV. Ulceratieve SOA's (LGV, syfilis) faciliteren seksuele HCV-transmissie door mucosale beschadiging. Screen op HCV.

Doxycycline 100mg 2dd 21 dagen

Koorts na Tropen: Stroomschema

Stroomschema: Koorts na Tropenreis
Denkwijze, geen afvinklijst
1. ERNSTIG ZIEK? → Verwijzen
Bewustzijnsdaling, icterus, bloedingen, shock, respiratoir insufficiënt
Maar let op: falciparum en tyfus kunnen er stabiel uitzien en toch snel verslechteren
2. MALARIA UITSLUITEN
Elke koorts uit malaria-endemisch gebied = malaria tot bewezen tegendeel
• Dikke druppel/RDT direct aanvragen
• 1× negatief is onvoldoende → herhaal 2-3× met 12-24u tussenpozen
• Positief → verwijs dezelfde dag (ook bij lage parasitemie, ook als patiënt er goed uitziet)
3. WANNEER TERUG? + WAARVANDAAN?
Sub-Sahara Afrika, 10-21d Falciparum #1, ook als stabiel - kan snel decompenseren
Zuid-Azië, week 2-3 Tyfus (+ fluoroquinolone resistentie!), dengue
ZO-Azië, <10 dagen Dengue, scrub typhus, leptospirose
>6 weken geleden Vivax/ovale relaps, TBC, leishmaniasis, HIV
4. NIET PLUIS? → Laagdrempelig verwijzen
Lab niet pluis:
• Eosinofilie + koorts
• Trombopenie
• Leukopenie (atypisch bacterieel)
Klinisch niet pluis:
• Splenomegalie
• Pols past niet bij koorts
• "Goed" maar toch niet goed
5. SPECIFIEKE CLUES → Direct handelen
Eschar → Doxycycline starten
Rel. bradycardie → Tyfus, azitro
Obstipatie (niet diarree) → Tyfus
Dag 3-5, koorts zakt → Dengue kritiek
Retro-orbitale pijn → Dengue
Invaliderende artralgie → Chikungunya
Instinkers: Wanneer is het "Niet Pluis"?
Klinische intuïtie aanscherpen
Kernprincipe: De patiënt die er het beste uitziet, kan het ziekst zijn. Vertrouw niet op "ziet er goed uit" - vraag je af wat je zou missen.

De Bedrieglijke Patiënt

Ziekte Waarom bedrieglijk Waar op letten
P. falciparum Patiënt ziet er goed uit, maar door cytoadherentie is parasitemie hoger dan gemeten. Kan binnen uren decompenseren. 10-21 dagen na Afrika = falciparum tot bewezen tegendeel, óók als patiënt stabiel lijkt
Dengue Gevaarlijkst wanneer koorts zakt, niet op hoogtepunt. Patiënt voelt zich "beter" maar plasma leakage begint. Dag 3-5: buikpijn + braken + Ht↑ + trombo's↓ = kritieke fase
Tyfus Relatieve bradycardie: pols 90 bij 39°C. Patiënt lijkt stabieler dan verwacht. Plus obstipatie i.p.v. diarree. Pols past niet bij koorts? Denk tyfus. Cave perforatie week 2-3.

Combinaties die me Ongerust Maken

Niet per se "red flags", maar combinaties waarbij ik doorverwijs:

Combinatie Waarom niet pluis Overweging
Koorts + eosinofilie Acute parasitaire infectie met weefselinvasie (Katayama, Löffler, acute fascioliasis, trichinose) Doorverwijzen - kan snel progressief zijn
Koorts + trombopenie Malaria, dengue, rickettsiose, sepsis - allemaal potentieel ernstig Dagelijkse controle of verwijzen
Koorts + leukopenie Virale infectie (dengue, HIV seroconversie), tyfus, brucellose, leishmaniasis Atypisch voor bacteriële infectie - denk breder
Koorts + splenomegalie Malaria (ook bij lage parasitemie), viscerale leishmaniasis, tyfus, EBV Milt voelbaar = er is iets aan de hand
Koorts + relatief goed voelen Bij falciparum of tyfus kan dit de stilte voor de storm zijn Laagdrempelig herhalen en opnieuw beoordelen
Koorts + "iets klopt niet" Jouw klinische intuïtie heeft waarde - als het niet pluis voelt, is het dat vaak ook niet Vertrouw je onderbuikgevoel, verwijs bij twijfel

Timing als Diagnostische Clue

  • 10-21 dagen na Sub-Sahara Afrika: Falciparum tot bewezen tegendeel - ook als patiënt er goed uitziet
  • Dag 3-5 van koorts die nu zakt: Dengue kritieke fase - niet ontslaan, juist intensiever volgen
  • Week 2-3 van onbehandelde tyfus: Perforatierisico - buikpijn is alarmsymptoom
  • >6 weken na Azië/LA reis: Vivax/ovale relaps - hypnozoïeten kunnen lang latent blijven
Alarmsymptomen: Direct Handelen
Deze combinaties vereisen actie
Combinatie Overweeg Beleid
Koorts + bewustzijnsverandering Cerebrale malaria, meningitis/encefalitis Verwijs direct, empirisch ceftriaxon + overweeg artesunaat
Koorts + icterus Ernstige malaria, leptospirose, virale hepatitis Verwijs - leverfalen kan snel progressief zijn
Koorts + bloedingsneiging DHF, meningokokkensepsis, VHF (zeldzaam) Verwijs, bij VHF-risico isolatiemaatregelen
Koorts + eschar Rickettsiose - tache noire is pathognomonisch Start direct doxycycline, niet wachten op serologie
Koorts + acute buik Tyfusperforatie (week 2-3), leverabces Chirurgisch consult
Empirische Therapie: Wanneer Starten?
Niet wachten op kweek/serologie
Situatie Start Dosis
Eschar gezien Doxycycline 100 mg 2dd, 7 dagen
Verdenking tyfus (rel. bradycardie, obstipatie, ZO-Azië) Azitromycine 1g dag 1, dan 500mg 1dd, 7 dagen
Verdenking leptospirose (zoetwater, ratten) Doxycycline 100 mg 2dd, 7 dagen
Meningitis-verdenking Ceftriaxon 2g 1dd IV (+ dexamethason)
Malaria-endemisch + geen lab Artemether-lumefantrine Per protocol, verwijs daarna
Doxycycline-vuistregel: Bij onduidelijke tropenkoorts en geen malaria dekt doxycycline: rickettsiose, leptospirose, scrub typhus. Laagdrempelig starten bij ernstig zieke patiënt.
Verwijscriteria
Wanneer doorsturen

DIRECT (uren)

  • Positieve malariatest
  • Bewustzijnsverandering
  • Icterus
  • Bloedingen/petechiën
  • Respiratoire insufficiëntie
  • Shock
  • Peritoneale prikkeling

BINNEN 24-48 UUR

  • Koorts >7 dagen, geen diagnose
  • Trombocyten <100
  • Verslechtering ondanks therapie
  • Hemolyse/anemie
  • Gestoorde lever/nierfunctie
  • Geen diagnostiek beschikbaar
Diagnostische Clues
Specifieke bevindingen
Bevinding Diagnose Actie
Eschar (zwarte korst) Rickettsiose Doxycycline starten
Relatieve bradycardie (pols 90 bij 39°C) Tyfus Bloedkweek, azitromycine
Retro-orbitale pijn Dengue Trombo's volgen, warning signs
Zadeldak koorts (bifasisch) Dengue Controle dag 3-5 (kritieke fase)
Obstipatie (niet diarree!) Tyfus Typisch voor vroege fase
Splenomegalie Malaria, Tyfus, EBV Dikke druppel, bloedkweek
Invaliderende artralgie (kleine gewrichten) Chikungunya Symptomatisch, NSAIDs
Hematocriet↑ + trombo's↓ tegelijk Dengue plasma leakage Opname, vochtbeleid
Malaria: Test Strategie
1x negatief is niet genoeg
Regel: Bij malaria-verdenking en negatieve test → herhaal 2-3× met 12-24u tussenpozen. Parasitemie kan onder detectiegrens liggen.
Parasitemie Ernst Beleid
<2% Ongecompliceerd Artemether-lumefantrine PO
2-5% Hoog risico Overweeg IV therapie
>5% Gecompliceerd (WHO) IV artesunaat, IC-opname

Endemische gebieden

Schistosomiasis hotspots
Zoetwater risico's
Zoetwaterexposure in endemische gebieden (met name Afrika): schistosomiasis overwegen
Locatie Risico
Lake MalawiHOOG
Lake VictoriaHOOG
Victoria Falls / ZambeziHOOG
Nijl (Egypte)HOOG
Wereldwijde distributie van schistosomiasis hotspots
Geografische distributie van schistosomiasis: hoogrisico gebieden wereldwijd
Sub-Sahara Afrika
Belangrijkste risico's
  • Oost-Afrika safari's: T. rhodesiense (slaapziekte), rickettsiose
  • West-Afrika regenwoud: Loiasis, Lassa koorts
  • Sahel (droog seizoen): Meningokokken meningitis belt
  • Madagaskar: Pest (bubonisch!)
  • Nigeria: Lassa koorts, malaria
Zuidoost-Azië
Per land
Greater Mekong: Artemisinine-resistentie!
  • Thailand: Dengue (stad), malaria (grenzen)
  • Maleisië (Borneo): P. knowlesi!
  • Indonesië: Malaria (Oost), dengue
  • Filippijnen: S. japonicum
Zuid-Azië
India, Pakistan, Bangladesh
Buiktyfus: Hoogste incidentie wereldwijd + XDR-tyfus Pakistan!
  • Kala-azar belt: Bihar (India), Bangladesh, Nepal
  • Japanse encefalitis: Rijstvelden
  • Rabies: Overal - hondenbeten!
  • Cholera: Endemisch

Laboratoriumdiagnostiek

Parasitologisch Onderzoek Feces
Methoden en detectie
Methode Detectie
Directe microscopie Trofozoïeten (Giardia, amoeben)
Concentratie (MIFC, SAF) Cysten, eieren
Baermann Strongyloides larven
Speciale kleuringen Cryptosporidium (ZN), Microsporidia
Antigeen tests Giardia, Cryptosporidium
Regel: 3 monsters op verschillende dagen (intermittente uitscheiding)
Malariadiagnostiek
Vergelijking methoden
Test Voordeel Nadeel
Dikke druppel Sensitief, kwantitatief Expertise nodig
Dunne uitstrijk Speciesdifferentiatie Minder sensitief
RDT Snel, veldbruikbaar Geen kwantificatie, vals pos/neg
PCR Zeer sensitief/specifiek Duur, niet snel
Serologie - Wanneer Nuttig?
Indicaties en beperkingen

Nuttig

Schistosoma Strongyloides Filaria Toxocara Echinococcus Leishmania Trypanosoma

Beperkt nut

Amoeben (alleen abces), Toxoplasma, Malaria (epidemiologisch)

Acute diagnostiek

Dengue (NS1 + IgM), HIV (combo-test)

Antibiotica in de Tropen

Antibioticaspectrum
Dekking per klasse
Klasse Gram+ cocci Gram- bacillen Gram- cocci Anaeroben Atypisch
MRSA MSSA Strep E.coli Proteus Kleb Pseudo ESCAPPM ESBL Gono Meningo Mycopl
PENICILLINES
Penicilline G
Flucloxacilline
(anti-staph)
Amoxicilline
(aminopen)
±±
Amox/clav
(+ β-lactamase inh)
Piperacilline/tazo
CEFALOSPORINES
1e gen
Cefazoline
2e gen
Cefuroxim
2e gen
Cefotetan/Cefoxitin
3e gen
Ceftriaxon
±
3e gen
Ceftazidim
4e gen
Cefepime
CARBAPENEMS
Meropenem
Imipenem
Ertapenem
OVERIGE β-LACTAM
Aztreonam
(monobactam)
QUINOLONEN
Ciprofloxacine ± ±
Levofloxacine ±
Moxifloxacine
AMINOGLYCOSIDEN
Gentamicine
Tobramycine, Amikacine
±
OVERIG
Vancomycine
Clindamycine
Azitromycine
Doxycycline
Cotrimoxazol
(TMP/SMX)
± ±
Metronidazol

ESCAPPM: Enterobacter, Serratia, Citrobacter, Acinetobacter, Proteus (niet mirabilis), Providencia, Morganella - induceerbare β-lactamase producenten

ESBL: Extended-Spectrum Beta-Lactamase producerende bacteriën (vaak E. coli, Klebsiella). Resistent tegen penicillines en cefalosporines. Carbapenems zijn 1e keus, quinolonen/cotrimoxazol/aminoglycosiden variabel (±).

Legenda: ✓ = werkzaam, ± = variabel/toenemende resistentie

Bacterieclassificatie
Gram-kleuring en morfologie

Bacteriën worden geclassificeerd op basis van vorm (kokken/staven), Gram-kleuring (+/-), en groeiconditie (aeroob/anaeroob).

Gram-positief Gram-negatief
Kokken Staphylococcus (clusters)
• S. aureus (MSSA/MRSA)
• S. epidermidis

Streptococcus (ketens)
• S. pneumoniae
• S. pyogenes (groep A)

Enterococcus
• E. faecalis, E. faecium
Neisseria (diplokokken)
• N. meningitidis
• N. gonorrhoeae

Moraxella catarrhalis
Staven Bacillus (aeroob)
• B. anthracis

Clostridium (anaeroob)
• C. difficile, C. perfringens

Listeria monocytogenes
Corynebacterium
Enterobacteriaceae
• E. coli, Klebsiella
• Salmonella, Shigella
• Proteus, Enterobacter

Pseudomonas aeruginosa
Haemophilus influenzae
Vibrio cholerae

Anaeroob: Bacteroides
Verwekkers per Lokalisatie
Meest voorkomende bacteriën per infectiefocus
Lokalisatie Meest voorkomende verwekkers
Urinewegen E. coli (veruit meest voorkomend), Klebsiella, Proteus, Enterococcus
Bijzonder: S. saprophyticus (jonge vrouwen), Pseudomonas (katheter/ziekenhuis)
MDL / Diarree Salmonella, Shigella, Campylobacter, E. coli (EHEC/ETEC), Yersinia
Bijzonder: C. difficile (AB-geassocieerd), V. cholerae, H. pylori (maag)
Bovenste luchtwegen Streptococcus pyogenes (groep A), Haemophilus influenzae, Moraxella catarrhalis
Onderste luchtwegen / Pneumonie S. pneumoniae (meest voorkomend), H. influenzae, Mycoplasma pneumoniae, Legionella
Bijzonder: S. aureus (post-influenza), Klebsiella (alcoholisten), Pseudomonas (CF/ziekenhuis)
Huid S. aureus (impetigo, furunkels, abcessen), S. pyogenes (erysipelas, cellulitis)
Propionibacterium acnes (acne)
Wondinfecties S. aureus (incl. MRSA), S. pyogenes, Pseudomonas (chronische wonden)
Anaeroob: C. perfringens (gasgangreen), Bacteroides (diepe wonden)
Beten: Pasteurella (dierenbeten)
Meningitis N. meningitidis, S. pneumoniae, H. influenzae (kinderen)
Neonaat: Groep B streptokokken, E. coli, Listeria
Werkingsmechanismen Antibiotica
Aangrijpingspunten
Aangrijpingspunt Antibioticaklassen Voorbeelden
Celwandsynthese β-lactams, Glycopeptiden, Fosfomycine Penicillines, Cefalosporines, Carbapenems, Vancomycine
Eiwitsynthese (ribosoom) Macroliden, Aminoglycosiden, Tetracyclines, Lincosamiden Azitromycine, Gentamicine, Doxycycline, Clindamycine
DNA-replicatie Fluoroquinolonen (topoisomerase-remmers) Ciprofloxacine, Levofloxacine, Moxifloxacine
Foliumzuursynthese Sulfonamiden, Trimethoprim Cotrimoxazol (TMP/SMX)
DNA-schade (anaeroob) Nitroimidazolen Metronidazol
β-Lactam Antibiotica
>60% van alle antibioticagebruik

Mechanisme: Binden aan Penicillin Binding Proteins (PBP's) → destabiliseren celwandsynthese. Meest actief tegen delende bacteriën.

Drie hoofdklassen

Klasse Spectrum Kenmerken
Penicillines Smal: Penicilline G (Strep)
Anti-staph: Flucloxacilline (MSSA)
Breed: Amoxicilline ± clavulaanzuur
Flucloxacilline heeft grotere zijketen → penicillinase grijpt niet aan → effectief tegen S. aureus
Cefalosporines 1e-5e generatie
Hogere generatie = meer Gram-, minder Gram+
Binden aan meer verschillende PBP's. 3e gen (ceftriaxon) goed voor meningitis. Ceftazidim voor Pseudomonas.
Carbapenems Breedst spectrum
Meropenem, Imipenem, Ertapenem
Last resort! Effectief tegen ESBL. Niet effectief tegen MRSA (methicilline-resistentie).
Resistentie: Bacteriën produceren β-lactamase (penicillinase) die de β-lactamring afbreekt. Oplossing: β-lactamase-remmers (clavulaanzuur, tazobactam, sulbactam).
Overige Antibioticaklassen
Eiwit- en DNA-inhibitoren

Eiwitsyntheseremmers

Klasse Voorbeeld Spectrum Bijwerkingen
Tetracyclines Doxycycline Gram+ kokken, sommige Gram-, H. pylori, atypische verwekkers Fotosensitiviteit, tandverkleuring (kinderen)
Macroliden Azitromycine, Erytromycine Gram+, atypische verwekkers (Mycoplasma, Chlamydia) GI-klachten, QT-verlenging
Aminoglycosiden Gentamicine, Amikacine Gram-negatieve bacteriën Nefrotoxiciteit, ototoxiciteit
Lincosamiden Clindamycine Gram+, anaeroben C. difficile colitis

DNA-syntheseremmers

Klasse Voorbeeld Spectrum Bijwerkingen
Fluoroquinolonen Ciprofloxacine, Levofloxacine Breed (Gram-, Gram+, atypisch) Peesruptuur, QT-verlenging, CNS-effecten
Nitroimidazolen Metronidazol Anaeroben, protozoa Metaalsmaak, disulfiram-effect (alcohol)

Buikdekking

Voor intra-abdominale infecties is dekking nodig van:

  • Gram-negatief: Enterobacteriaceae (E. coli, Klebsiella)
  • Anaeroben: Bacteroides fragilis
  • Enterokokken: Bij ernstige infecties

Opties: Piperacilline/tazobactam, Meropenem, of combinatie (Ceftriaxon + Metronidazol)

Antibioticaresistentie
Mechanismen en surveillance

Belangrijke resistentiemechanismen

Type Mechanisme Klinisch relevant
MRSA Gewijzigd PBP (mecA-gen) Resistent tegen alle β-lactams. Behandeling: Vancomycine
ESBL Extended-spectrum β-lactamase Resistent tegen penicillines + cefalosporines. Behandeling: Carbapenems
CRE Carbapenemase-productie Resistent tegen carbapenems. Zeer beperkte opties (colistine, nieuwe middelen)
VRE Gewijzigd target vancomycine Enterokokken resistent tegen vancomycine. Behandeling: Linezolid, Daptomycine

Nieuwe ontwikkelingen

  • β-lactamase-remmers: Clavulaanzuur, Tazobactam, Avibactam (nieuwer, ook tegen sommige carbapenemases)
  • Siderofoor-cefalosporines: Nieuwe klasse die via ijzertransport de bacterie binnendringt (bijv. Cefiderocol)

Surveillance bronnen

Lokale resistentiedata raadplegen:

Empirische Keuzes
Eerste en tweede keus
Indicatie Eerste keus Alternatief
Reizigersdiarree Azitromycine 1g eenmalig Ciprofloxacine 500mg 2dd 3d
Buiktyfus Azitromycine 1g + 500mg 6d Ceftriaxon 2g 1dd 10-14d
Leptospirose Doxycycline 100mg 2dd 7d Penicilline G
Rickettsiose Doxycycline 100mg 2dd 7d
Amoebendysenterie Metronidazol 750mg 3dd 10d Tinidazol
Giardiasis Tinidazol 2g eenmalig Metronidazol
Antiparasitaire Middelen
Spectrum en dosering
Middel Spectrum Dosering
Albendazol Nematoden, Giardia, Echinococcus 400mg (variabel per indicatie)
Mebendazol Nematoden 100mg 2dd 3d of 500mg eenmalig
Ivermectine Strongyloides, Filaria, Scabies, CLM 200 µg/kg (meestal eenmalig)
Praziquantel Schistosoma, Taenia, flukes 40 mg/kg (Schistosoma)
Metronidazol Protozoa (Giardia, Amoebe) 500-750mg 3dd
Paromomycine Amoebe cysten, Cryptosporidium 500mg 3dd
DEC Filaria 6 mg/kg/dag
Bijwerkingen Antiparasitaire Middelen
Belangrijkste bijwerkingen en waarschuwingen

Albendazol & Mebendazol

  • Bijwerkingen: Gastro-intestinale klachten (mild), hoofdpijn, duizeligheid
  • Contra-indicaties: Zwangerschap (1e trimester), leverinsufficiëntie
  • Monitoring: Bij langdurig gebruik → leverfunctie

Ivermectine

Waarschuwing: Gevaarlijk bij Loa loa infectie met hoge microfilaremie → encefalopathie!
  • Bijwerkingen: Duizeligheid, misselijkheid, Mazzotti reactie (bij onchocerciasis/filariasis)
  • Mazzotti reactie: Koorts, jeuk, lymfadenopathie door dood van microfilarieën
  • Contra-indicaties: Zwangerschap, kinderen <15 kg, meningitis (doorbreekt BBB)
  • Let op: Screen op Loa loa bij Afrika-reizigers voor ivermectine!

Praziquantel

  • Bijwerkingen: Duizeligheid, hoofdpijn, buikpijn, diarree (mild, voorbijgaand)
  • Contra-indicaties: Neurocysticercose (oculaire/spinale vorm) - cave verhoogde ICP
  • Timing: Bij neuroschistosomiasis → eerst corticosteroïden

Metronidazol & Tinidazol

Disulfiram-achtige reactie: Geen alcohol tijdens en 24-48u na behandeling!
  • Bijwerkingen: Metallic smaak, misselijkheid, hoofdpijn, donkere urine
  • Neurologisch: Perifere neuropathie (bij langdurig gebruik), ataxie (zeldzaam)
  • Contra-indicaties: 1e trimester zwangerschap, ernstige leverinsufficiëntie
  • Alcohol: Vermijd tijdens en 24-48u na (disulfiram reactie)

DEC (Diethylcarbamazine)

Waarschuwing: Niet gebruiken bij co-infectie met Loa loa of onchocerciasis!
  • Bijwerkingen: Mazzotti-achtige reactie (koorts, jeuk), hoofdpijn, misselijkheid
  • Gevaar: Kan encefalopathie veroorzaken bij Loa loa met hoge microfilaremie
  • Contra-indicaties: Onchocerciasis (kan blindheid versnellen)

Primaquine (bij P. vivax/ovale)

G6PD-deficiëntie screening verplicht! Risico op ernstige hemolyse
  • Bijwerkingen: Gastro-intestinale klachten, hoofdpijn, methemoglobinemie
  • Hemolyse: Bij G6PD-deficiëntie → potentieel fataal
  • Screening: G6PD-bepaling aanbevolen voor primaquine-start
  • Contra-indicaties: G6PD-deficiëntie, zwangerschap, amend

Malariapreventie

ABCD-regel
Vier pijlers van preventie
  • Awareness - Bewustzijn van risico
  • Bite prevention - Muggenbeten voorkomen
  • Chemoprophylaxis - Medicamenteuze preventie
  • Diagnosis - Snelle diagnose bij koorts
Chemoprofylaxe
Medicamenteuze opties
Middel Dosering Wanneer
Atovaquon-proguanil (Malarone) 1 tablet/dag Start 1-2 dagen voor, tijdens, 7 dagen na
Mefloquine (Lariam) 1 tablet/week Start 2-3 weken voor, tijdens, 4 weken na
Doxycycline 100mg/dag Start 1-2 dagen voor, tijdens, 4 weken na

Keuze afhankelijk van:

  • Resistentiepatroon regio
  • Contra-indicaties
  • Verblijfsduur
  • Kosten
Bijwerkingen & Contra-indicaties
Per medicijn

Atovaquon-proguanil (Malarone)

Voordelen: Kort na-profylaxe (7 dagen), goed verdragen
  • Bijwerkingen: Misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn (mild)
  • Contra-indicaties: Ernstige nierinsufficiëntie (klaring <30 ml/min), zwangerschap
  • Voordeel: Weinig interacties, kort na-profylaxe

Mefloquine (Lariam)

Let op: Neuropsychiatrische bijwerkingen mogelijk
  • Bijwerkingen: Slapeloosheid, nachtmerries, duizeligheid, angst, depressie, psychose (zeldzaam)
  • Contra-indicaties: Psychiatrische voorgeschiedenis, epilepsie, QT-verlenging of andere forse geleiding- en ritmestoornissen
  • Voordeel: Wekelijkse inname, goedkoop
  • Opmerking: Start 2-3 weken voor reis (test verdraagzaamheid)

Doxycycline

Let op: Fotosensitiviteit, oesofagitis preventie
  • Bijwerkingen:
    • Fotosensitiviteit - Verhoogd risico op zonnebrand
    • Gastro-intestinaal - Misselijkheid, dyspepsie
    • Vaginale candidiasis (vrouwen)
    • Oesofagitis (zeldzaam) - Bij inadequate inname
  • Contra-indicaties: Zwangerschap, kinderen <8 jaar (tandverkleuring), myasthenia gravis
  • Voordelen: Goedkoop, ook werkzaam tegen leptospirose, rickettsiose, en sommige SOA's
  • Inname instructie:
    • Neem met veel water
    • Rechtop blijven 30 min na inname (oesofagitis preventie)
    • Niet vlak voor bedtijd
    • Met voedsel als maagklachten
  • Zonbescherming: Gebruik SPF50+ zonnebrand, bedekkende kleding
Risicogebieden
Malaria transmissie risico
Risico Kenmerken Advies
Hoog risico Continue transmissie, hoge incidentie P. falciparum, beperkte medische voorzieningen Chemoprofylaxe verplicht + ABCD
Middelmatig risico Seasonale transmissie, lager risico, medische zorg <48u niet altijd beschikbaar Chemoprofylaxe + noodbehandeling mee
Laag risico Minimale transmissie, voornamelijk P. vivax, goede medische voorzieningen Alleen muggenbeten preventie, soms noodbehandeling

Voorbeelden per categorie

  • Hoog: Sub-Sahara Afrika (ruraal), Papua Nieuw-Guinea
  • Middelmatig: Amazonegebied, Zuidoost-Azië (ruraal), India (ruraal)
  • Laag: Stedelijk Zuid-Amerika, sommige delen Thailand/Vietnam
Noodbehandeling (Standby Emergency Treatment)
SBET - Voor als medische hulp >48 uur duurt
Indicatie: Middelmatig risicogebied + medische zorg >48 uur niet beschikbaar

Wanneer meenemen?

  • Reis naar gebied met middelmatig malaria risico
  • Medische voorzieningen niet binnen 48 uur bereikbaar
  • Afgelegen gebieden, trekkingen, safari's
  • Soms bij laag risico + zeer afgelegen locatie
BELANGRIJK ADVIES: Bij koorts en vermoeden malaria → Start noodbehandeling EN zoek zo snel mogelijk medische hulp!

Opties voor noodbehandeling

Optie 1: Malarone (Atovaquon-proguanil)

Voorkeur bij: Geen contra-indicaties, goed verdragen

Doseringsschema volwassenen (>40 kg):
Dag Dosering Timing
Dag 1-3 4 tabletten (1000mg/400mg) per dag Eenmalig daags, met voedsel

Totaal nodig: 12 tabletten

Neem met: Vetrijk voedsel of melk (verhoogt opname)

Optie 2: Riamet (Artemether-lumefantrine)

Voorkeur bij: Zwaarlijvigheid, goede compliance mogelijk

Contra-indicaties Riamet:
  • Verlengd QT-interval (familiair)
  • Hartritmestoornissen
  • Hartfalen (verminderd LVEF)
Resistentie: Artemisinine resistentie in Thailand, Vietnam, Laos, Cambodja → gebruik Malarone!
Doseringsschema volwassenen (>35 kg):
Moment Dosering Timing
T = 0 4 tabletten Bij eerste symptomen
T = 8 uur 4 tabletten 8 uur na eerste dosis
T = 24 uur 4 tabletten Ochtend dag 2
T = 36 uur 4 tabletten Avond dag 2
T = 48 uur 4 tabletten Ochtend dag 3
T = 60 uur 4 tabletten Avond dag 3

Totaal nodig: 24 tabletten (6 doses van 4 tabletten)

Neem met: Vetrijk voedsel (verhoogt opname met 2-3x)

Instructies bij gebruik

  1. Start bij koorts >38°C + geen andere duidelijke oorzaak
  2. Neem met voedsel (verplicht voor goede opname)
  3. Maak kuur af, ook bij verbetering
  4. Zoek medische hulp zo snel mogelijk (binnen 24-48u)
  5. Blijf chemoprofylaxe gebruiken na noodbehandeling

Wanneer NIET starten?

  • Andere duidelijke oorzaak koorts (bv. verkoudheid)
  • Medische hulp binnen 24 uur beschikbaar
  • Geen koorts maar wel andere klachten (eerst arts)
Belangrijk: Noodbehandeling is geen vervanging voor professionele medische zorg. Spoedige medische evaluatie blijft geïndiceerd, ook bij klinische verbetering.
Muggenwerende Maatregelen
Bite prevention
  • DEET 30-50% op huid
  • Permethrine op kleding/klamboe
  • Geïmpregneerde klamboe
  • Bedekkende kleding avond/nacht
  • Airconditioned accommodatie

Vaccinaties

Anamnese vóór Vaccinatie
(Relatieve) contra-indicaties

Reisanamnese (waar/wanneer/wat)

  • Bestemming - land, regio, stad vs ruraal
  • Reisduur - kort (<1 mnd) vs lang verblijf
  • Activiteiten - backpacken, diercontact, medisch werk, avontuurlijk
  • Accommodatie - hotel vs lokaal, airco beschikbaar
Raadpleeg LCR voor actuele landspecifieke adviezen

(Relatieve) contra-indicaties

  • Leeftijd - minimumleeftijd per vaccin
  • Zwangerschap - geen levende vaccins
  • Borstvoeding - gele koorts relatieve CI
  • Immuuncompromisatie - HIV, chemo, biologicals, transplantatie, corticosteroïden
  • Asplenie - extra vaccinaties gekapselde bacteriën
  • Eerdere vaccinreacties - anafylaxie, ei-allergie
  • Koorts/acute ziekte - uitstellen (milde verkoudheid geen CI)
  • Recent bloedproducten/Ig - levende vaccins uitstellen

Intervallen & combineren

  • Interval tussen doses: onbeperkt (te laat bestaat niet, opnieuw beginnen niet nodig)
  • Uitzondering rabiës: max 1 jaar tussen doses
  • Levend verzwakte vaccins onderling: 1 maand interval, of tegelijk geven
  • Tegelijk vaccineren mag: wel op verschillende plekken prikken
  • Rabiës: op 2 plekken geven (moet na 1 week terugkomen)
Vaccintypen
Geïnactiveerd vs levend verzwakt
Geïnactiveerd Levend verzwakt
Principe Dood pathogeen of onderdelen (subunit, toxoïd, geconjugeerd) Verzwakt maar levend pathogeen dat zich kan vermenigvuldigen
Immuunrespons Voornamelijk humoraal (antilichamen) Humoraal én cellulair, vaak sterkere respons
Boosters Vaak nodig Vaak niet nodig (levenslange immuniteit)
Immunosuppressie Veilig (kan minder effectief zijn) Gecontra-indiceerd
Zwangerschap Meestal veilig Gecontra-indiceerd
Levend verzwakte vaccins zijn gecontra-indiceerd bij:
  • Immuungecompromitteerden (HIV met lage CD4, chemotherapie, biologicals)
  • Zwangerschap
  • Recent ontvangen van bloedproducten/immunoglobulines
Overzicht Vaccins per Type
LCR richtlijn

Levend verzwakte vaccins

Vaccin Toelichting
BMR Bof, mazelen, rodehond
Varicella Waterpokken
Gele koorts Verplicht voor endemische gebieden Afrika/Zuid-Amerika
Rotavirus Oraal vaccin, zuigelingen
Buiktyfus oraal Ty21a (Vivotif)
Polio oraal (OPV) Niet meer in NL (risico VAPP), wel in sommige landen
BCG Tuberculose, niet in NL RVP
Dengue (Qdenga) Flavivirus, levend verzwakt, 2 doses. Standaard bij Defensie

Geïnactiveerde vaccins

Vaccin Type Toelichting
DTP/DaKTP Toxoïd/geïnactiveerd Difterie, kinkhoest, tetanus (± polio)
Polio (IPV) Geïnactiveerd Injectie, standaard in NL
Hepatitis A Geïnactiveerd Reizigersvaccin
Hepatitis B Subunit (recombinant) RVP + reizigers/risicogroepen
Buiktyfus Vi Polysacharide Typhim Vi, injectie
Pneumokokken Geconjugeerd/polysacharide PCV13/15/20 (geconj), PPSV23 (polysach)
Meningokokken ACWY Geconjugeerd RVP + reizigers (meningitisgordel Afrika)
Meningokokken B Recombinant RVP sinds 2024
Hib Geconjugeerd Haemophilus influenzae type b
Rabiës Geïnactiveerd Pre- en postexpositie. 2x binnen 1 jaar
Japanse encefalitis Geïnactiveerd Ixiaro, ZO-Azië
Tekenencefalitis (TBE) Geïnactiveerd FSME-Immun, Midden/Oost-Europa
HPV Subunit (VLP) RVP, 9-valent
Influenza Geïnactiveerd/subunit Jaarlijks, risicogroepen
COVID-19 mRNA/vector/subunit Diverse types beschikbaar
Cholera Geïnactiveerd (oraal) Dukoral, beperkte indicatie
Reizigersvaccinaties
Schema's en beschermingsduur (LCR)
Vaccin Type Schema Bescherming
Gele koorts Levend Eenmalig Levenslang
Hepatitis A Geïnact. 0, 6-12 mnd Levenslang
Hepatitis B Geïnact. 0, 1, 6 mnd (of versneld) >20 jaar
Hepatitis A+B combi Geïnact. 0, 1, 6 mnd Levenslang/20+ jr
Buiktyfus Vi Geïnact. Eenmalig 3 jaar
Buiktyfus oraal Levend Dag 1, 3, 5 3 jaar
Rabiës (pre-expositie) Geïnact. 0, 7 dagen (2x binnen 1 jr) Jaren (titers!)
Japanse encefalitis Geïnact. 0, 7-28 dagen 1-2 jaar, booster
Tekenencefalitis Geïnact. 0, 1-3 mnd, 5-12 mnd 3-5 jaar, boosters
Meningokokken ACWY Geïnact. Eenmalig 5 jaar
Dengue (Qdenga) (flavivirus) Levend 0, 3 mnd Standaard Defensie
Cholera Geïnact. 2 doses oraal 2 jaar
Gele koorts: Enige vaccin dat verplicht kan zijn (entry requirement). Certificaat geldig 10 dagen na vaccinatie.
Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Nederlandse standaard vaccinaties
Vaccin Type Leeftijd
DKTP-Hib-HepB Geïnact. 6-8 wk, 3, 5, 11 mnd
Pneumokokken (PCV) Geïnact. 3, 5, 11 mnd
Meningokokken B Geïnact. 3, 5, 11 mnd
BMR Levend 14 mnd, 9 jaar
Meningokokken ACWY Geïnact. 14 mnd
DTP Geïnact. 4 jaar, 9 jaar
HPV Geïnact. 10 jaar (2 doses)
Let op: Immigranten uit niet-westerse landen kunnen onvolledig gevaccineerd zijn. Controleer vaccinatiestatus.
Vaccinaties bij Immunosuppressie
Contra-indicaties en aandachtspunten
Geen levend verzwakte vaccins:
  • Gele koorts
  • BMR
  • Varicella
  • Rotavirus
  • Buiktyfus oraal
  • BCG
  • Dengue (Qdenga)
  • Polio oraal (OPV)
Extra aanbevolen (geïnactiveerd):
  • Pneumokokken
  • Influenza (jaarlijks)
  • COVID-19
  • Hepatitis B (titercontrole)

→ Zie Afweerstoornis & Preventie voor uitgebreide informatie over immunologische stoornissen, asplenie en vaccinatiebeleid.

Afweerstoornis & Preventie

Immuunsysteem Overzicht
Aangeboren en verworven immuniteit

Verdedigingslinies

  1. Oppervlakte: Huid → Mucus → Enzymen
  2. Aangeboren immuniteit: Snel, aspecifiek, geen geheugen
  3. Verworven immuniteit: Langzamer, specifiek, geheugen

Aangeboren Immuniteit

Geen geheugen of lerend vermogen. Defecten vaak niet met leven verenigbaar.
  • Fagocyterende cellen: Neutrofielen, macrofagen
  • Eosinofielen & mestcellen: Storten gifstoffen uit (tegen helminten)
  • Natural Killer cellen: Herkennen ontbrekend MHC-I ("missing self")
  • Complement: Cascade van eiwitten, opsonisatie, lysis
  • Acute fase-eiwitten: CRP, ferritine
  • Cytokinen: Signaalmoleculen voor immuunrespons

Verworven Immuniteit

Verbetert na herhaaldelijke blootstelling. Defecten vaak wel met leven verenigbaar.
Type Cellen Functie Target
Humoraal B-cellen Antilichaamproductie Extracellulaire pathogenen, gekapselde bacteriën
Cellulair T-cellen (CD4+, CD8+) Presentatie, cytotoxiciteit Intracellulaire pathogenen (virussen, mycobacteriën, parasieten)

MHC-moleculen

  • MHC klasse I: Op alle kernhoudende cellen; presenteert "zelf" aan CD8+ T-cellen
  • MHC klasse II: Alleen op APC's (dendritische cellen, macrofagen, B-cellen); presenteert aan CD4+ T-helper cellen

Clonale Expansie & Geheugen

Weinig lymfocyten specifiek voor elk antigeen → bij herkenning: clonale selectie en expansie. Geheugencellen geven kwalitatief én kwantitatief betere respons bij volgende blootstelling. Dit is het principe van vaccinatie.

Titers dalen over tijd - OK zolang geheugencellen aanwezig zijn. Antilichaamtiters zijn geen directe maat voor bescherming (behalve bij rabiës).
Immunoglobulines
Antilichaamklassen en functies

Immunoglobulines zijn losgemaakte B-celreceptoren die vrij in de bloedbaan circuleren. Ze hebben een variabel deel (antigeenbinding) en constant deel (effector functie).

Klasse Locatie Functie Klinische relevantie
IgG Serum (meest voorkomend) Opsonisatie, complementactivatie, neutralisatie, placentapassage Uitgeriijpt antilichaam; verhoogd bij chronische infecties; passageert placenta
IgA Slijmvliezen, secreties Mucosale bescherming, neutralisatie op slijmvliezen Eerste lijn verdediging op mucosa; deficiëntie vaak asymptomatisch
IgM Serum Primaire immuunrespons, complementactivatie Eerste antilichaam bij infectie; pentameer = effectieve agglutinatie
IgD B-celmembraan B-cel activatie/maturatie Klinisch minder relevant
IgE Serum (lage concentratie) Mestcelactivatie, eosinofiel-gemedieerde respons Verhoogd bij allergie en parasitaire infecties (helminten)
Polysacharide-antigenen (zoals bij pneumokokken) zijn niet inherent immunogeen → conjugaatvaccins nodig met eiwit-adjuvant om T-cel hulp te recruteren.
LCR-Protocol Afweerstoornis
Richtlijn voor immuungecompromitteerden

Humorale Afweerstoornis

Verhoogd risico: Gekapselde bacteriën (pneumokokken, Salmonella, meningokokken, H. influenzae)
Ernstig gestoord
  • Hypo-/agammaglobulinemie
  • Rituximab (anti-CD20): Tot 12 maanden geen B-cellen of titers (depleterend)
  • Aangeboren/verworven complementdeficiëntie
  • Ernstig nefrotisch syndroom (verlies globulines in urine)
Beleid: Geen levend verzwakt vaccin, actieve vaccinatie vaak niet zinvol, antibiotica on demand
Matig gestoord

Geen absolute contra-indicaties; titercontroles overwegen; infectierisico niet per se verhoogd


Cellulaire Afweerstoornis

Verhoogd risico: Intracellulaire infecties (Salmonella, mycobacteriën, virussen) en parasitair
Ernstig gestoord
  • Prednison >10 mg/kg, of >700 mg aaneengesloten
  • Immuunsuppressiva
  • Totale lichaamsbestraling
  • Chemotherapie afgelopen 3 maanden
Beleid: Bij voorkeur niet vaccineren tijdens actieve behandeling. Geen levend verzwakt vaccin. TBC-screening. Vaccinatie gekapselde bacteriën.

Duur Immuunstoornisprobleem na Staken Medicatie

Medicatie Duur effect na staken Type effect
Rituximab 12 maanden B-cel depletie
Leflunomide 24 maanden Lange halfwaardetijd
Infliximab 6 maanden TNF-α remming
Overige immunosuppressiva 3 maanden (5× t½) Remmend
Depleterend vs remmend: Deplerende middelen (rituximab) vernietigen cellen → lang herstel. Remmende middelen (tacrolimus, corticosteroïden) na staken en 5× t½ weer normaal immuunsysteem.
Asplenie
Functioneel en chirurgisch

De milt is een lymfoïd orgaan met belangrijke functies in antigeenpresentatie en filtratie (niet-soepele erytrocyten worden vernietigd).

Oorzaken Functionele Asplenie

  • Sikkelcelziekte / hemoglobinopathieën
  • Coeliakie
  • Levercirrose
  • SLE
  • Amyloïdose / sarcoïdose
  • Vasculair (miltinfarct)

Risico's bij Asplenie

Overwhelming Post-Splenectomy Infection (OPSI): Hoger risico op ernstige sepsis/ziekte bij:
  • Gekapselde bacteriën: H. influenzae, pneumokokken, meningokokken
  • Malaria (ernstig beloop)
  • Dierenbeten

Beleid

Maatregel Details
Vaccinatie Pneumokokken, meningokokken, H. influenzae type b, influenza (jaarlijks)
Antibiotica profylaxe Feneticilline 2 jaar post-splenectomie
On demand AB Augmentin levenslang meegeven voor noodgevallen
Malariaprofylaxe Altijd bij reizen naar endemisch gebied, ook bij laag risico
HIV-gerelateerde Afweerstoornis
Indeling op basis van CD4-getal - zie ook HIV/AIDS sectie
CD4-getal Classificatie Risico's Beleid
>500 Immuuncompetent Geen verhoogd risico Normale vaccinaties
200-500 Matig gestoord Ernstiger beloop infecties, hoger risico Relatieve CI levend verzwakt; laagdrempelig Salmonella-vaccin
<200 Ernstig gestoord Opportunistische infecties, intracellulaire pathogenen Geen levend verzwakt; BCG altijd gecontra-indiceerd
Let op: Bij HIV met laag CD4 → probleem met virussen én gekapselde bacteriën (pneumokokken). B-cel en T-cel immuniteit zijn vervlochten (Th2 katalysator voor B-cel activatie).
BCG is altijd gecontra-indiceerd bij HIV - ongeacht CD4-getal.
Barrière-defecten
Niet-klassieke immuundeficiënties

Niet alle verhoogde infectiegevoeligheid komt door klassieke immunologische defecten. Barrière-defecten verlagen de weerstand tegen specifieke pathogenen.

Aandoening Gevolg Praktische consequentie
Maagzuurremmers (PPI) Gestoorde maagbarrière Laagdrempeliger Salmonella-vaccin overwegen
Inflammatoire darmziekte Gestoorde darmbarrière, vaak immunosuppressiva Noodbehandeling reizigersdiarree meegeven
Huidaandoeningen
(DM, eczeem, psoriasis)
Gestoorde huidbarrière On demand behandeling huidinfecties meegeven
Vaccinaties bij Immunosuppressie
Samenvatting indicaties en contra-indicaties
Geen levende vaccins bij ernstige immunosuppressie:
  • Gele koorts
  • Orale tyfus (Ty21a)
  • BCG (altijd CI bij HIV)
  • Mazelen-bof-rodehond (BMR)
  • Varicella

Aanbevolen vaccinaties

Indicatie Vaccins
Humorale stoornis / Asplenie Pneumokokken, meningokokken, H. influenzae type b
Alle immunogecompromitteerden Influenza (jaarlijks), pneumokokken
Reizen Hepatitis A/B, injecteerbare tyfus (Vi-polysacharide), rabiës
Titercontrole: Bij patiënten met humorale afweerstoornis of na rituximab-therapie is het zinvol om vaccinatierespons te controleren middels titerbepalingen.

Gifdieren

Gifslangen: Classificatie en Toxiciteit
Families en klinische syndromen

Wereldwijd circa 2700 slangensoorten, waarvan 375 gifslangen; hiervan zijn ~200 potentieel lethaal. Wurgslangen (python, boa, anaconda) hebben geen giftanden.

Droge beet: Niet iedere beet van een gifslang is giftig. Het gif kan kort tevoren verbruikt zijn; sommige soorten "sparen" en dienen slechts een deel van het gif toe.
Familie Namen Soorten Kliniek Regio
Elapidae Elapiden, Gifslangen Cobra (Naja), Mamba (Dendroaspis), Krait (Bungarus), Koraalslang (Micrurus) Neurotoxisch
Descenderende paralyse, ptosis, dysfagie, respiratoire insufficiëntie
Azië, Afrika, Amerika
Elapidae (Australië) Australische elapiden Bruine slang (Pseudonaja), Taipan (Oxyuranus), Tijgerslang (Notechis) Neurotoxisch + Hematotoxisch
Paralyse én coagulopathie/DIC
Australië
Viperidae Vipera, Adders, Vipers Europese adder (Vipera berus), Pofadder (Bitis), Zaagschubadder (Echis) Hematotoxisch + Cytotoxisch
Lokale necrose, coagulopathie, bloedingen, shock
Europa, Afrika, Azië
Viperidae Russell adder Daboia russelii Hematotoxisch + Neurotoxisch
Coagulopathie, bloedingen én paralyse, nierinsufficiëntie
Zuid-/ZO-Azië
Crotalidae Crotalinae, Pit vipers, Groefkopadders Ratelslang (Crotalus), Bothrops (lanspuntslang), Agkistrodon Hematotoxisch + Cytotoxisch
Ernstige lokale necrose, oedeem, coagulopathie, shock
Amerika, Azië
Hydrophiidae Zeeslangen Hydrophis, Enhydrina, Laticauda Neurotoxisch + Myotoxisch
Paralyse, rhabdomyolyse, acute nierinsufficiëntie
Indo-Pacific, Azië
Colubridae Toornslangen (meeste niet giftig) Boomslang (Dispholidus typus), Twig snake (Thelotornis) Hematotoxisch
Ernstige coagulopathie (achterstevige giftanden, zeldzaam)
Afrika

Klinische Syndromen Samengevat

Syndroom Verschijnselen Typisch voor
Neurotoxisch Ptosis, dysartrie, dysfagie, descenderende paralyse, respiratoire insufficiëntie Elapidae, Hydrophiidae
Hematotoxisch Coagulopathie/DIC, spontane bloedingen, hematurie, epistaxis Viperidae, Crotalidae, Australische elapiden
Cytotoxisch Ernstige lokale zwelling, weefselverval, necrose, compartimentsyndroom Viperidae, Crotalidae
Myotoxisch Spierpijn, rhabdomyolyse, myoglobinurie, acute nierinsufficiëntie Hydrophiidae (zeeslangen)
Systemisch Hypovolemische shock, nierinsufficiëntie, multi-orgaanfalen Alle ernstige envenomaties

Gevaarlijke gebieden

  • Azië: India, Birma - cobra, krait, Russell adder
  • Afrika: Mamba, pofadder, zaagschubadder, boomslang
  • Amerika: Ratelslangen, Bothrops, koraalslang
  • Australië: Bruine slang, taipan, tijgerslang (meest lethale per capita)
  • Indo-Pacific: Zeeslangen in kustwateren
Secundaire Infectie na Slangenbeet
Antibiotica bij wondinfectie
Slangenbeten zijn gecontamineerd: De mondflora van slangen bevat diverse bacteriën, inclusief fecale flora van prooidieren. Secundaire wondinfectie is een risico, vooral bij ernstige lokale weefselschade.

Empirische Therapie

  • Piperacilline/tazobactam - breed spectrum, dekt gram-positief, gram-negatief en anaëroben
  • Wondkweek afnemen vóór start antibiotica
  • Antibiotica aanpassen op geleide van kweekuitslag

Indicaties voor AB

  • Tekenen van wondinfectie (roodheid, warmte, pusvorming)
  • Ernstige lokale necrose met weefselverval
  • Koorts zonder andere verklaring
  • Cave: niet alle zwelling/roodheid is infectie - kan ook directe toxische weefselschade zijn
Preventie
Vermijden van beten
  • Ken het gebied - informeer vooraf welke giftige dieren voorkomen
  • Laat slangen met rust - benader ze niet, ook niet om te fotograferen
  • Stevig, hoog schoeisel bij wandelen door grasland
  • Stok gebruiken om trillingen op bodem te veroorzaken (vibratiezin slangen)
  • Lamp 's nachts - ook op bekend terrein

Rond de verblijfsplaats

  • Gras kort houden rond huis/verblijf
  • Voorzichtig bij boomstammen/brandhout - slangen schuilen hieronder
  • Omgeving schoon houden - geen rommel waar slangen kunnen schuilen
  • Openingen afdichten - seal up schuilplaatsen waar slangen zich kunnen verstoppen
  • Rattenbestrijding - knaagdieren trekken slangen aan
  • Voedsel goed opbergen - geen ongedierte aantrekken
Let op: Operationele omstandigheden laten niet altijd toe bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen. De kans op een beet is groter op het platteland dan in steden, en bij overmoedig of onvoorzichtig gedrag.
Eerste Hulp bij Slangenbeet
Wel en niet doen

WEL doen

  • Angst verminderen - mentale steun
  • Pijnstiller - paracetamol
  • Slachtoffer laten liggen
  • Gebeten deel immobiliseren (spalk, stok)
  • Elastisch verband proximaal van wond (tragere lymfeafvloed)
  • Vervoer in zijligging (braken, aspiratiegevaar)
  • Naar dichtstbijzijnde medische faciliteit

NIET doen

  • Uitzuigen - zinloos
  • Insnijden - gevaarlijk
  • Afbinden (tourniquet)
  • Uitbranden
  • Elektroshock
  • Alcohol geven
Cave: Tourniquet al aangelegd?
Sudden deterioration kan optreden na loslaten van tourniquet - het gif dat distaal "opgesloten" zat komt dan ineens in de systemische circulatie. Laat tourniquet zitten tot patiënt in ziekenhuis is met antiserum en resuscitatiemogelijkheden beschikbaar.
Schorpioenen en spinnen: Dezelfde principes van eerste hulp gelden.
Antiserum (Antigif)
Indicaties en risico's
Cave: Antisera zijn niet zonder risico. ~80% van patiënten krijgt vroege anafylactische reacties; daarnaast serumziekte (7-14 dagen na toediening). Alleen toedienen bij ernstige vergiftiging onder medische supervisie.

Indicaties voor antiserum

  • Stollingsstoornissen met bloedingen
  • Ademhalingsproblemen
  • Persisterende hypovolemische shock
  • Rhabdomyolyse
  • Nierinsufficiëntie
  • Zeer uitgebreide of snel toenemende zwelling

Mono- vs Polyvalent

Type Indicatie Risico
Monovalent Slang geïdentificeerd Lagere kans overgevoeligheid
Polyvalent Slang niet bekend; dekt meerdere soorten per regio Hogere kans overgevoeligheid
Fab-fragmenten: Minder immunogeen dan volledig antiserum (Fc-fragment verwijderd). Even effectief, minder overgevoeligheidsreacties.

Beschikbaarheid

  • Centraal/Zuid-Amerika, Azië, Australië: Lokale ziekenhuizen hebben meestal polyvalent antiserum
  • Afrika: Niet altijd beschikbaar
  • Houdbaarheid: Vele jaren bij 4°C; ook na verloopdatum zolang vloeistof helder is
Behandeling ernstige intoxicatie: Vereist medische faciliteit role 2/3. Antiserum is kostbaar, moet gekoeld bewaard worden, en toediening vereist medische supervisie i.v.m. anafylaxierisico.
Vampiervleermuis
Pijnloze beet met rabiësrisico
Rabiës vector! Vampiervleermuizen kunnen het rabiësvirus dragen en overdragen. Elke beet is een indicatie voor post-expositie profylaxe (PEP).

Kenmerken van de beet

  • Pijnloos - slachtoffer merkt de beet vaak niet (bijt tijdens slaap)
  • Glazuurvrije tanden - scherpe, mesachtige snijtanden zonder glazuur → zeer scherpe snede
  • Anticoagulantia in speeksel - remt bloedstolling, wond blijft bloeden
  • Kleine wond - kan gemakkelijk over het hoofd gezien worden

Verspreiding

  • Latijns-Amerika - Mexico tot Argentinië
  • Voornamelijk vee (runderen), maar ook mensen
  • Nachtelijk actief
Klinisch belang: Bij onverklaarbare kleine wondjes of bloedvlekken op beddengoed na overnachting in endemisch gebied → denk aan vampiervleermuisbeet en overweeg rabiës PEP.

Keuringsonderzoek

Doel Post-Tropische Screening
Rationale en indicaties
Primair doel: Uitsluiten van latente infecties die op korte of lange termijn schade kunnen veroorzaken aan patiënt of omgeving.

Post-tropische screening richt zich primair op latente, asymptomatische infecties. Patiënten met duidelijke klachten ondergaan gerichte diagnostiek.

Indicaties

  • Uitzending naar tropisch gebied
  • Terugkeer na langdurig verblijf
  • Klachten na reis
  • Adoptiekinderen
  • Vluchtelingen/asielzoekers
Let op: Veel latente parasitaire infecties zijn self-limiting zonder schade. Screen alleen op infecties die langetermijnschade kunnen veroorzaken én waarvoor effectieve behandeling bestaat.

Timing

Screening bij voorkeur 6-8 weken na terugkeer i.v.m. incubatie/prepatente periodes. Praktische aanpak: snelle screening bij terugkeer (vragenlijst) + uitgebreide screening na 6-8 weken.

Screeningsprocedure
Anamnese, LO en basislab

Gerichte Anamnese

Maak een specifieke checklist op basis van geografie en activiteiten:

  • Zoet water expositie + urinaire klachten → S. haematobium gebieden
  • Tseetseevlieg expositie + chancre → slaapziekte gebieden
  • GI-klachten - diarree, buikpijn
  • Huid - jeuk, afwijkingen
  • Chronische infectie - gewichtsverlies, subfebriel, nachtzweten
  • Seksueel contact - onbeschermd, SOA-symptomen

Lichamelijk Onderzoek

Bij blanco anamnese volstaat algemeen onderzoek met aandacht voor:

  • Huid
  • Lymfeklieren
  • Lever en milt
  • Genitalia

Basislab (bij negatieve anamnese/LO)

Test Doel Opmerking
Bloedbeeld + diff Eosinofilie Meest frequente afwijking; lage PPV voor latente worminfecties
BSE Ontsteking -
Urinesediment Microscopische hematurie Belangrijk teken S. haematobium
Feces O&P (concentratie) Wormeieren, cysten 1x vaak te insensitief; meeste cysten zijn niet-pathogeen
Bloedchemie (leverenzymen, ureum, glucose) is bij asymptomatische patiënten meestal normaal. X-thorax is bij negatief LO zelden zinvol.
Basispakket Screening
Na tropenverblijf
Test Opmerking
Bloedbeeld Eosinofilie, anemie, trombopenie
Leverfuncties ALT, AST
Nierfunctie Creatinine
Feces O&P (3x) Darmparasieten
Schistosoma serologie Bij expositierisico
Strongyloides serologie Geïndiceerd bij tropisch verblijf
Filaria serologie Bij expositie >3 maanden
HIV Op indicatie
Hepatitis B/C Op indicatie
TBC Screening
TST en IGRA

Screening voor latente TBC-infectie (LTBI) is zinvol om progressie naar actieve TBC te voorkomen, vooral als chemoprofylaxe wordt overwogen.

Tuberculine Huidtest (TST/Mantoux)

  • Afnemen 6-8 weken na terugkeer
  • Bij frequente missies: elke 6-12 maanden
  • X-thorax heeft beperkte waarde tenzij anamnese onbetrouwbaar

Interpretatie TST

Situatie Cut-off
Nauw contact TB-patiënt ≥10 mm
Geen duidelijke TB-expositie ≥15 mm
Fout-positieven: BCG-vaccinatie, boosting, atypische mycobacteriën (vaker in tropen).
Fout-negatieven: Anergie (cellulaire immunosuppressie), ouderen.

Boosting Fenomeen

Fout-positieve conversie door recall van vervaagde DTH bij herhaalde TST. Oplossing: initiële 2-staps test - herhaal pre-deployment TST na 2 weken en noteer tweede resultaat als baseline.

IGRA (Quantiferon, T-SPOT)

  • Meet interferon-gamma productie na stimulatie met M. tuberculosis-specifieke antigenen
  • Voordelen: Geen kruisreactie met BCG, hoge specificiteit, geen 2e bezoek nodig
  • Beperkte kruisreactie met atypische mycobacteriën
Schistosomiasis Screening
Serologie en parasitologie

Latente infecties met S. mansoni, S. haematobium en S. intercalatum zijn frequent na zoetwater expositie in endemische gebieden.

Neuroschistosomiasis: Belangrijkste reden voor screening. Subclinische infecties kunnen granulomateuze laesies in ruggenmerg veroorzaken, ook zonder Katayama of andere symptomen, tot >6 maanden na expositie. Kan voorkomen zonder eosinofilie.

Kliniek bij Reizigers

Anders dan bij endemische populaties:

  • Katayama syndroom - acute allergische reactie op ei-antigenen
  • S. mansoni/intercalatum: buikklachten, diarree
  • S. haematobium: urinaire klachten, microscopische hematurie
  • Ectopische granulomen, chronische vermoeidheid
  • Irreversibele portale/renale pathologie is zeldzaam (lagere wormlast)

Diagnostische Strategie

Stap Test Opmerking
1e lijn Serologie (ei-antigeen ELISA) Hogere sensitiviteit dan microscopie; seroconversie na 6-10 weken
Confirmatie Feces, urine of rectumbiopt Baseline voor follow-up (titers blijven maanden-jaren verhoogd)

Behandeling

Praziquantel 40 mg/kg eenmalig. Soms blijven enkele wormen over; 3-daagse behandeling niet bewezen effectiever.

Strongyloidiasis Screening
Het belang van levenslange auto-infectie
Hyperinfectie syndroom: Levensbedreigend bij latere immunosuppressie (bijv. hoge dosis corticosteroïden). Presenteert met paralytische ileus en gram-negatieve sepsis. Infectie kan levenslang persisteren door auto-infectiecyclus - gevonden >30 jaar na expositie bij WOII-veteranen.

Kliniek

  • Meestal asymptomatisch
  • Symptomatisch: buikklachten, larva currens, gewichtsverlies
  • Hypereosinofilie bij symptomatische infectie, maar normaal bij 1/3 latente infecties

Transmissie

Via blote huid bij contact met vochtige, warme grond (blootsvoets lopen).

Diagnostiek

Methode Sensitiviteit Praktisch
Routine feces (Ridley) Laag Onvoldoende voor screening
Feces Baermann (3x) Hoog Meest sensitieve microscopische methode
Serologie 85-90% Methode van keuze voor screening; confirmatie met Baermann

Behandeling

  • Albendazol 400 mg 3 dagen - eradiceert groot deel van infecties
  • Ivermectine 200 µg/kg eenmalig - effectiever, maar niet overal geregistreerd
Amoebiasis Screening
E. histolytica vs E. dispar

Asymptomatisch cystendragerschap is frequent. Meerderheid betreft E. dispar (niet-pathogeen). Sommige patiënten dragen echter E. histolytica sensu stricto, dat leverabcessen kan veroorzaken na lange latentieperiodes.

Diagnostiek

  • 1e lijn: Microscopie geconcentreerd feces (2 monsters voldoende)
  • Speciesdifferentiatie: PCR of fecale antigeen-ELISA (E. histolytica vs E. dispar)

Behandeling Cystendragerschap

Middel Dosering Opmerking
Diloxanide furoaat 500 mg 3dd, 10 dagen Contact-amoebicide, zeer effectief (niet meer in NL)
Clioquinol 250 mg 3dd, 10 dagen Alternatief, minder goed verdragen
Metronidazol/Tinidazol - Weefsel-amoebicide, minder effectief tegen dragerschap
Let op: Amoebencysten zijn direct overdraagbaar tussen mensen.
Overige Infecties
Giardia, niet-pathogenen, filariasis

Giardiasis

  • Vaak symptomatisch: milde diarree ± steatorroe, bovenbuikklachten, oprispingen, verminderde eetlust
  • Self-limiting maar kan lang persisteren met intermitterende klachten
  • Makkelijk overdraagbaar op gezinsleden
  • Screening asymptomatisch: beperkte kosteneffectiviteit (lage sensitiviteit feces)
  • Behandeling: Tinidazol 50 mg/kg eenmalig (max 2000 mg)

Niet-pathogene Darmparasieten

Geen behandeling nodig voor:

  • Entamoeba coli, E. hartmanni, Endolimax nana, Iodamoeba buetschlii
  • Chilomastix mesnili en andere niet-pathogene flagellaten
  • Blastocystis hominis: pathogeniciteit discutabel; alleen behandelen bij diarree zonder andere oorzaak

Filariasis

Screening latente filariasis is weinig zinvol:
  • Lange prepatente periode (6 maanden - 17 jaar)
  • Slechts minderheid ontwikkelt klinische ziekte
  • Chronische irreversibele schade zeldzaam bij niet-endemische populaties
  • Behandeling latente infectie kan ernstige allergische reacties geven

Informeer patiënten over mogelijke latere symptomen en de reversibele aard van symptomatische infecties.

SOA's

Gonorroe, syfilis en Chlamydia kunnen asymptomatisch aanwezig zijn met langetermijngevolgen. Screening op indicatie (onbeschermd seksueel contact).